Bijdrage – Belgische communistische partij t.o.v. de Vlaamse kwestie

1 dec

Volgende tekst is geschreven naar aanleiding van de discussie over het nationalisme.

Na de repressie van 1871 herneemt de sociaalrevolutionaire beweging zich om haar hoogtepunt te vinden met de stichting van de tweede internationale in 1889. De groei van de sociaaldemocratie duurde nadien weliswaar voort, maar de revolutionaire esprit van de ganse beweging stagneert, en begon na een paar jaar te verwateren. De vrijwillige deelname aan de eerste wereldoorlog van de sociaaldemocratie en van de arbeiders was slechts de consequente uitkomst hiervan. Boem – de revolutionaire opwelling van 1917-1919.

Ontstaan van de communistische partij en houdingen t.o.v. de Vlaamse kwestie

  • De situatie in België

De stichting van de Kommunistische partij – Vlaamse federatie (ook wel Kommunistische Bond in Vlaanderen genoemd) gebeurt op 12 oktober 1919. Het eerste congres is te Gent op 11 januari 1920. Ze was antiparlementair, voor raden en afschaffing van eigendom, voor oktober revolutie en derde internationale en voor de Vlaamse ontvoogdingsstrijd (zo is de lingo). De Antwerpse afdeling bestond uit voormalige minderheidssocialisten in de BWP (Socialistische Jonge Wacht) en was flamingantisch. De Gentse afdeling daarentegen, een uit de SJW gegroeide Vredesgroep (hun blad heette de Roode Jeugd), was geen aanhanger van het socialistisch activisme.

Paul de Groot (Antwerpse afdeling van de Kommunistische Bond) schreef in haar blad ‘De Internationale’ in januari 1920: “Het Vlaams nationalisme is voor de Kommunistische beweging een niet te versmaden factor in haar strijd tegen het Belgisch imperialisme” . Maar de Kommunisten Bond stelde zich niet tevreden met hervormingen. “Neen, al wat onderdrukt is moet vrij! Taal, volksaard, ras. Maar het kan niet vrij zijn zolang het kapitalisme de kulturele vrijheid tot een bedrog maakt door de ekonomische slavernij.” Enkel een ‘federatieve radenrepubliek’, een socialistische republiek Vlaanderen en een socialistische republiek Wallonië, konden de nationale onderdrukking opheffen.

In de Antwerpse afdeling is er begin 1920 een quasi-breuk; geïnspireerd door Abraham Soep vormt zich een jeugdgroep die een anti-Vlaamse ultralinkse positie verdedigt (Soep kent dan al Van Overstraeten in Brussel); daarnaast is er de groep met De Groot (ook anti-parlementair en fan van de Internationale, maar voor werk in de vakbond en pro-Vlaams).

Van Overstraeten zit gedurende die tijd in de SJW afdeling van Brussel die zich in 1919 had afsplitst van de nationale federatie (van de SJW). Uit een 1974 TV-interview met Van Overstraeten blijkt het een uitstoting te zijn geweest:

Ik was lid van de Socialistische Jonge Wacht geworden en wij begonnen al gauw de Russische revolutie te verdedigen. Ik werd met deze groep van de Jonge Wacht uit de partij gestoten ondanks het feit dat Vandervelde ons verdedigde! Hij vond dat de jongeren de plicht hadden openlijk voor hun mening uit te komen. Wij hebben dan een kommunistische groep gesticht en onze aansluiting gevraagd bij de 3e Internationale. Kort daarna woonde ik het 2e Kongres van de 3e Internationale bij. Dat was in 1920. Ik werd lid van het bestuur van Proletcult.

Even tussendoor, Van Overstraeten’s volgende antwoord stemt me een beetje triest:

Ze noemden mij de Trotskist omdat ik sommige stellingen van Trotsky tegen Stalin had verdedigd. Bij de konfrontatie van theorie en werkelijkheid en na zes verblijven in Rusland is dan de ontnuchtering gekomen. Na mijn afrekening met het marxisme heb ik jaren nodig gehad om mijn gewetenskwellingen te overwinnen. Ondanks de krisis die de katolieke kerk doormaakte vond ik toch bij haar alleen vrede. En om het in ’t kort te zeggen: ik verdedig nu het geloof met al de geestelijke middelen waarover ik beschik.

Van Overstraeten zou al in WO1 onder de indruk zijn geweest van Léon Bloy, dus er is een continuïteit met zijn latere ‘bekering’. Ook Henriette Roland Holst is die weg op gegaan. Van Overstraeten uitte zich in dat interview overigens pro-Vlaams. Dat betekent niet dat hij nooit een ‘echte’ communist geweest was. Maar als het waar is wat hij vertelt in dat interview, dat hij de BWP niet op zijn eigen heeft verlaten, dan is dat wel kentekenend voor de leden van de toekomstige PCB.

Terug naar Van Overstraeten’s groep, die in maart 1920 opstart. Dirk Struik berichtte hierover op 19 augustus 1920:

Die Brüsselsche Gruppe sind liebe und überzeugte Genossen, allein sie haben keinen Kontakt mit denn Arbeitern. Die Leute gehen ganz in die schone Theorie auf, machen einen Cultus für Sovjet-Russland, wissen genau die Differenzen von Gorter und Wijnkoop in Holland, allein um die Differenzen in der Belgischen Bewegung bekümmern sie sich gar nicht.

De Brusselse (Overstraeten) en Vlaamse Federatie ontmoeten elkaar eind oktober 1920 te Brussel, met ruim 40 deelnemers. De Antwerpse jeugdgroep geïnspireerd door Soep verwijt de (eigen) Vlaamse Federatie geen bewuste kommunisten te zijn en stelt de opdoeking voor. Daarmee was De Groot niet akkoord. Van de Vlaamse Federatie sluit enkel de Antwerpse jeugdgroep zich aan bij de PCB, maar ook de Gentenaar Oscar Van Den Sompel, in december. Gezien de blijvende spanning tussen de Antwerpenaren beslist Van Overstraeten in mei 1921 de Vlaamse federatie (in zijn PCB) onder leiding van Soep te stellen. De Groot weigerde zich te onderwerpen. Bitter stelde hij vast:

Wij stonden hier voor een geval dier leelijke ziekte […] die in goed Vlaamsch genoemd wordt ‘Vriendjespolitiek’. Wanneer persoonlijke sympathie of antipathie de hoofdrol spelen dan is er geen plaats voor ernstige diskussie. […] Zie daar dus De Internationale buiten de PCB. […] Wij kunnen niet zeggen dat wij deze toestand niet betreuren. Maar we kunnen niet anders. Wij hadden gaarne met de Waalsche en andere Vlaamsche kommunisten gedaan. Wij weigeren het echter beslist met het kliekske onbetrouwbare hansworsten te Antwerpen te doen. […] Wie het kommunisme liefheeft volge ons. (geparafraseerd uit De Groot’s biografie).

Dat waren er een vijftiental. De makkers gaven hun blad voortaan de martiale ondertitel Strijdorgaanorgaan voor de Derde Internationale.

Amis de l’Exploité rond Jacquemotte wordt uit de BWP gezet in mei 1921 en sticht een nieuwe PCB (De Groot en zijn blad De Internationale sluiten zich hierbij aan in juni). Jacquemotte’s en Van Overstraeten’s PCB houden fusiecongress in September 1921. Op deze gelegendheid spreekt De Groot over de zelfstandigheid van Vlaanderen als voorwaarde voor de oplossing van de Vlaamse kwestie. Niet het eenvoudig in tweeën delen van de Belgische bourgeoisstaat, maar de vernietiging ervan en het scheppen van een federatieve arbeidersstaat waarin elke nationaliteit tot haar volle ontplooiing kon komen naar het voorbeeld van de Al-Russische federatieve Sovjet-republiek.’ Noch Van Overstraeten noch Jacquemotte hadden zich met de kwestie beziggehouden en in het congres zelf leefden hier en daar verwarde ‘anti-Vlaamse’ gevoelens. Dat een fusie nog geen innige samenwerking beloofde, was wel duidelijk. (geparafraseerd uit De Groot’s biografie).

Daags na het conges wordt Soep uit het land gezet. Misschien daarmee dat de ultralinkse elementen verdwijnen in de PCB. De Groot’s biografie doet blijken dat de ultralinkse invloed in de vroegere communistische groepjes vooral uit Nederland kwam. Zo is er de vertaling in Brussel van Gorter’s De wereldrevolutie uit 1918.

Van Overstraeten zelf echter zetelt in 1925 in het parlement. Van Overstraeten in Brussel, Soep’s Antwerpse jeugdgroep en de Gentse Van den Sompel worden anti-Vlaams genoemd, de V.B. is volgens hen kleinburgerlijk of in het voordeel van het entente-imperialisme, reden genoeg voor De Groot et al om ze als anti-Vlaams te beschimpen. Misschien is de houding van Van Overstraeten & co. t.o.v. het activisme eerder een van desinteresse, in het beste geval een niet relevant genoeg fenomeen om tijd aan te verspillen, maar ik denk dat dit een misvatting is geweest, want het zou hun partij geheel overnemen, eigenlijk van bij de start.

Een artikel van Marcel van de Velde (later lid van het Zwart Front) getiteld ‘België bedreigd‘ uit 1927 in de Internationale Revue (te lezen naast Walter Benjamin en Jan Romein), maakt denk ik duidelijk hoe nationalist discours zich perfect revolutionair voordeed:

België, het centralistisch geregeerd complex van twee volstrekt vreemde landen ..De Vlaamsche massa gelooft nog in het desvoorkomend doorvoeren van een bestuurs-scheiding, waardoor België geregeerd zou worden door een Federatief Bestuur met twee streng-gescheiden Parlementen. Er is een duister instinct van algemeen verzet wakker-geworden. … de revolutionneering van den Vlaamschen strijd. …De Derde Internationale heeft niet nagelaten ook in Vlaanderen haar stem te laten hooren en plotseling is tot een noemenswaardig aantal zonen en dochters van ’t Vlaamsche land ’t bewustzijn doorgedrongen, dat de historie van heden ieder oogenblik wel een omstandigheid kan scheppen, waarin de omverwerping van het gezag te Brussel mogelijk wordt. Telkens wordt ’t den Vlaming duidelijker, dat België de oorzaak is van al zijn ellende, reeds kwam men tot nieuwe manifestaties tegen het uitheemsche vorstenhuis … de Vlaamsche nationalisten moeten hun aspiraties zien in het helle licht van den proletarischen strijd; de idealisten van elke pluimage zich ontdoen van al die burgerlijke ideologieën die juist in België zoo welig gedijen en het stempelen tot ’t burgerlijkste land van Europa. Dan – ja dàn zou de barrière wegvallen, die de regeeringen van Brussel en Den Haag hebben opgesteld en zou het Hollandsche proletariaat plotseling zijn kameraad zien in dien geest van broederschap, die solidariteit is. ..dat is de dood van de kerk van Rome, dat is de vernietiging van het Belgisch bewind. Voor goed is de Vlaamsche strijd verlegd uit de tuinen der romantiek naar de velden van brakke werkelijkheid. Aan de idealisten van het Vlaamsche ras om de massa in het naderend historisch oogenblik vóór te gaan, zonder aarzeling, op den weg der sociale revolutie. In de dagen die komen mengelen de luide kreten van het wereldimperialisme (de overal zichtbare toebereidselen voor den volgenden oorlog, het geheime verdrag met Frankrijk) zich met de loeiende stemmen der losgebroken slaven van het kapitaal. Maar de stem van de onderdrukte volken, die hune boeien verbreken, zal loeien over de aarde als een orkaan.

De gefuseerde PCB telt 16 leden in Antwerpen. In de volgende jaren nam haar aanhang niet noemenswaardig toe: in 1922 betaalden 24 communisten hun bijdrage aan de partij, in 1926 40. Hoewel het aantal abonnees op De Roode Vaan een stuk hoger lag, dreef de partij werking op een laag pitje. De jaren 1922 en 1923 gingen voorbij zonder dat de KP erin slaagde een meeting te organiseren. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1926 kreeg de communistische lijst met Morriëns op kop meer dan 2.000 stemmen. De KP plukte nu de vruchten van haar strijd voor amnestie, die zij in de maanden voor de verkiezingen gevoerd had. In februari 1926 hadden de Antwerpse communisten meegedaan aan een meeting, waarop ook de vrijgelaten activist Jacob en de Vlaams-nationalistische volksvertegenwoordiger Hendrik Borginon het woord voerden. Van Overstraeten hield toen een warm pleidooi voor de vrijlating van de opnieuw opgesloten Van Extergem, “omdat in die jongen de revolutionaire strijdwil van de Vlaamse onderdrukte massa belichaamd” was. De inzet van de KP voor amnestie was niet nieuw – ook in 1924 hadden de Antwerpse communisten al eens een meeting voor amnestie georganiseerd.

ontstaansgeschiedenis van de Belgische communistische partij
  • Het ideologisch bankroet is compleet

Na de breuk met de ‘trotskisten’ in 1928 verdwaalt de partij zich volledig in nationalisme, anti-fascisme, volksfront, Spaanse burgeroorlog, enz. Een blik terug op de historische nalatenschap (bron):

-De Antwerpse communisten hebben niet nagelaten zich in vlaamsgezinde zin te profileren. Daarvoor was in de eerste plaats Van Extergem verantwoordelijk, die als Vlaams-nationalist in 1928 naar de KP overgekomen was. Als gewezen activist maakte Van Extergem, die vanaf 1928 in Antwerpen de KP-lijst trok, vooral propaganda voor Vlaams zelfbestuur. In het nationaal partijbureau werden daarover wel opmerkingen gemaakt, maar hij werd partijleider gemaakt in Antwerpen, omdat alleen hij de Antwerpse KP in leven kon houden.

-Het anti-fascisime: Moskou verzocht de Belgische communisten nogmaals meer aandacht te besteden aan Vlaanderen en aan de nationale onderdrukking van de Vlaamse bevolking in het bijzonder, opdat de V.B. niet in handen valt van de rechtse reactie.

-In januari 1937 werd de Vlaamse Kommunistische Partij opgericht en werd De Roode Vaan vervangen door Het Vlaamsche Volk, waarvan Van Extergem hoofdredacteur werd.

-Het anti-fascisme blijft, maar in een ander kleedje: de activiteit van de nieuwe partij moet zich meer concentreren op de strijd tegen het fascisme (het Duitse gevaar) dan tegen de Belgische staat; dus nood aan eenheid tussen Walen en Vlamingen. Men herhaalde de eis voor Vlaams zelfbeschikkingsrecht in het kader van de Belgische staat. De volkeren van Vlaanderen en Wallonië moesten één front vormen tegen het Hitler-fascisme. De ‘los van Frankrijk’-eis van de Vlaams-nationalisten (die de communisten voorheen nog hadden gesteund) werd verworpen omdat hij in de kaart speelde van Duitsland. De VKP stelde een federaal België voor, waarin Vlaanderen en Wallonië elk hun eigen parlement konden kiezen en hun eigen regering aanduiden. Onderwijs, cultuur en economie zouden door de regio’s worden beheerd, terwijl de buitenlandse politiek en de landsverdediging federaal bleven. De federale regering zou paritair samengesteld worden uit Vlamingen en Walen. Verder werd de vastlegging van een taalgrens gevraagd en moest het Brussels gewest volledig tweetalig zijn.Van den Boom riep de Vlaamse socialisten, christen-democraten, liberalen en democratische Vlaams-nationalisten op een Vlaams Volksfront te vormen. Het meest opvallend in zijn pleidooi was wel het gebruikte vocabularium: “Wij zijn geen volksvreemden,” aldus Van den Boom, “alles wat ons volk is, leeft in ons.”

-De Vlaamse Leeuwenvlag kreeg een plaats naast de rode vlag, De Vlaamse Leeuw werd gezongen na de Internationale en op 11 juli werden landdagen georganiseerd. Meer nog dan in zijn openingstoespraak op het stichtingscongres van de VKP kwamen in Van den Booms rede op de eerste landdag (Antwerpen, juli 1937) verwijzingen voor naar de volksontvoogdingsstrijd uit het verleden. In Frankrijk was dat de revolutie van 1789, in Vlaanderen stond vanzelfsprekend de Guldensporenslag van 1302 centraal. Die verwijzingen naar de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in de Middeleeuwen waren ook expliciet aanwezig in de ideologisch-propagandistische onderbouw van het Vlaamse vrijwilligersschap in de Spaanse burgeroorlog. Ongeveer 360 Vlamingen vochten daar, omkaderd door de communisten, in de Internationale Brigaden.

-In oktober 1937 kwam in Antwerpen een Vlaamsch Blok voor Zelfbestuur en Demokratie tot stand, dat evenwel slechts een afkooksel was van wat de communisten met een Vlaams Volksfront hadden beoogd. Behalve de communisten ondertekenden het Federalistisch Volksfront, de Radicale Partij en de Collectivistische Orde het Memorandum van het Vlaamsch Blok. Het Vlaamsch Blok stelde in 1938 kandidaten voor bij de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen, maar boekte daarbij slechts een matig succes.

De linkse auteurs bij de Nieuwe Encyclopedie van de V.B. maken een kritische analyse over de valkuil van het anti-fascistisch volksfront:

De consolidatie van deze alliantie ter bescherming van de burgerlijke democratie diende voorrang te krijgen op de klassenstrijd. De strategie werd echter niet louter vanuit democratische overwegingen maar ook vanuit sociaal-economisch oogpunt gelegitimeerd. De noodzaak om de strijd tegen de monopolies en de holdings aan te binden, impliceerde ook dat bepaalde economische sectoren, gericht op consumptie, potentiële bondgenoten waren. Deze heroriëntatie en de bijbehorende alliantie werd geschraagd door een toenemende identificatie met de natie. In deze optiek werden de staat en de natie instrumenten van strijd tegen de monopolies. De natie diende als het ware bevrijd te worden van de monopolies en de prerogatieven, die in handen van de holdings terecht waren gekomen, dienden terug opgenomen te worden in de natie. De ‘natie’ moest opnieuw “beschikking hebben over het geld dat eruit wordt gezogen”. De groeiende identificatie met de eigen natie werd in de hand gewerkt door de theorie van het socialisme in één land dat dus het socialisme van de natie werd.

En voorts, met een sprong in de tijd, over de ideologie van het Vlaams Marxistisch Tijdschrift (dat stamt uit de KP); maar zoals nu duidelijk moet zijn, er is geen verschil met de rotheid die de KP kenmerkte van in het begin:

Tegen de mondialisering en de overheersing van multinationals via de Europese constructie dient de natie als belangrijkste tegenmacht aangezien te worden. Deze natie is niet de Belgische staat maar de Vlaamse gemeenschap waarvan de zelfstandigheid tot vandaag gefnuikt wordt door een ondemocratische staatshervorming en Europese eenmaking. In deze opvatting worden de sociale tegenstellingen binnen het Vlaamse volk totaal ontkend en verdwijnt de Vlaamse burgerij en haar inschakeling in het multinationaal kapitaal uit de analyse. Roosens van zijn kant vervoegt de stelling van De Witte kaproenen van 1969: een Vlaamse burgerij bestaat niet. Daarnaast wordt de natie of het volk ook niet meer als heterogeen en evoluerend fenomeen aanzien: “Het nationalisme (…) wordt een progressieve kracht, indien de politieke leiding binnen de natie in handen komt van een nieuwe hegemonische klasse, die het nationalisme uitdrukkelijk in perspectief stelt van de herovering van de hefbomen van de economische macht uit de handen van de ondemocratische en vreemde supranationale technocratieën, ten einde binnen de natie een vreedzame en demokratische samenleving te herstellen waarin werk en welvaart wordt geboden aan de brede bevolkingslagen.” Onder “hegemoniale klasse” verstaat hij niet de klasse van loontrekkers, maar ‘het volk’, de natie zelve. De vraag naar de invulling van deze natie is bijgevolg niet overbodig wil men de juiste draagwijdte van deze opstelling begrijpen. Volgens Roosens kan enkel een culturele eenheid de natie de nodige coherentie geven, die het mogelijk maakt “het algemeen belang na te streven”; het nationalisme “levert een gevoel van verbondenheid tussen mensen die met eenzelfde taal en cultuur samenleven op eenzelfde grondgebied”. In deze opvatting bestaan er geen dominante en gedomineerde naties meer, alle naties zouden vandaag onderdrukt worden door het ‘multinationaal kapitalisme’. Het feit dat de interkapitalistische concurrentie zowel de loontrekkenden als de staten of regio’s in een dynamiek van sociale dumping betrekt, wordt duidelijk genegeerd. Het gebruik van de communautaire kwestie als breekijzer voor de ontmanteling van de verzorgingsstaat, die uitgebouwd werd op Belgisch niveau, is vandaag immers duidelijk aanwijsbaar. Zolang er geen uitbouw plaatsgrijpt van een sociaal Europa, zal een streven naar zelfstandigheid overheerst worden door een neoliberale logica, zelfs indien “splitsen gezond zou wezen” (dixit Turf). Hieruit blijkt dat ook deze linkse nationalistische stroming nog geen afstand heeft genomen van een etnicistische begripsvorming van de ‘natie’. Pas indien zij deze inruilt voor een benadering die zich laat inspireren door de Franse revolutie — waarbij de natie als politiek en sociaal contract ook ruimte laat voor een cultureel pluralisme — zal zij in staat zijn het racisme en het etnocentrisme van uiterst rechts te bestrijden.

Behalve de dromerij over een sociaal Europa van de auteurs, is dat laatste, namelijk de dreiging met het gevaar van racistisch uiterst rechts, natuurlijk typerend. Het ‘etnicistisch’ nationalisme van Roosens & co. valt inderdaad achter vergeleken met de ideeën van het liberalisme, maar het punt is dat nationalisme (in alle vormen, van Roosens tot Marcel van de Velde) niet tegenover het liberalisme staat, het komt er uit voort.

IM.

No comments yet

Leave a Reply