Bijdrage – Ethisch consumeren en ondernemen

1 sep

Volgende tekst heeft als inleiding gediend tot een discussiedag georganiseerd door de Internationale Kommunistische Stroming. Ik heb ze zelf geschreven en vind ze hier volledig passen als bijdrage tot de discussie over ethisch consumeren en produceren. Hopelijk maakt het de tongen los en halen enthousiastelingen hun ganzenveer of typmachine boven om de tekst te bekritiseren.

Ethisch consumeren en ondernemen: een illusie?

Een discussie voeren is geen gemakkelijke zaak. Eén van de voorwaarden voor een goede discussie is dat je eerlijk bent met anderen en jezelf. Eerlijk zijn is respect tonen. Dat er diepe meningverschillen bestaan tussen ons, betekent niet dat we geen respect hebben voor elkaar. Ik denk dat eerlijke, respectvolle, diepgaande discussies, zonder meningverschillen uit de weg te gaan, een sleutelrol spelen in het tot stand brengen van een betere wereld. Ik hoop dat de volgende inleiding hieraan beantwoord.

De toekomst ziet er niet rooskleurig uit. Ik wil niet optimistisch noch pessimistisch zijn, maar realistisch. Het is voldoende om de sociale, economische en ecologische toestand in het verleden en het heden te bestuderen om te merken dat het de verkeerde richting uitgaat.

Eén van de meest massale antwoorden op deze dramatische situatie, is de promotie van ‘groene’ producten en fair trade (eerlijke handel). Vooral de laatste jaren maakten deze een sterke opgang. Je hoeft maar in de eerste de beste supermarkt te wandelen om de eco-labels of de fair trade-merken op de verpakkingen van talloze waren te zien, labels en merken waarvan de betekenis ervan vaak een raadsel blijft voor de meeste kopers. Eco-producten en fair trade hebben een verschillende geschiedenis en zijn niet helemaal hetzelfde. Beide worden echter vaak samen genoemd als we het hebben over ‘ethisch’ consumeren en produceren. Beide zijn ook marktgebonden oplossingen of remedies voor de problemen.

Laten we eerst even dieper ingaan op het ecologische aspect en de ‘groene’ producten. Naast de waren in de supermarkt zijn er ook eco-bouwmaterialen, -energiewinningtechnologieën en -brandstoffen, die je kan aanschaffen om je ecologische voetafdruk te verkleinen. Denk maar aan zonnepanelen, extra isolering van je huis, privé-windmolens, regentonnen, biodiesel, milieuvriendelijke auto’s, enz. Je kan nog verder gaan en je eigen groenten verbouwen, een eigen mini-boerderijtje opstarten. Je consumeert dan je eigen en lokaal geproduceerde bio-voeding, gebonden aan het seizoen. Al deze dingen zouden volgens vele reclamefolders, maar ook volgens vele ‘groene jongens’ en wetenschappers, stappen zijn naar een meer ecologische en duurzame levensstijl. Vooral ‘wij’, de mensen uit het ‘rijke Westen’, zouden deze dingen best doen, aangezien ‘wij’ ook het meest consumeren op aarde en de grootste schuld zouden dragen aan de sociale en ecologische ellende op aarde.

Voor de fair trade-producten is de argumentatie een beetje anders. Hier gaat het er net om dat je niet alles zelf teelt, maar ook af en toe koffie en bananen koopt van arme boeren uit het Zuiden. Wie kan ze anders kopen? Bananen en rijst komen echter meestal van ver en vragen om extra energie en gronstoffen, en veroorzaken een verhoogde uitstoot van koolstofdioxide en andere schadelijke gassen. Als je ze dan toch wil kopen, doe het dan op een ‘eerlijke’ wijze en koop niet van bedrijven, waarvan je wel of niet weet dat ze hun arbeiders en boeren ondermaats betalen of onmenselijk behandelen m.a.w. uitbuiten. In feite zou je dus geen producten van Apple mogen kopen, gezien de banden die ze hebben met Foxconn. Dit is het grootste bedrijf ter wereld (de hoofdzetel is in China gevestigd) dat elektronische componenten fabriceert. De bekendste producten die ze maken zijn de iPhone en de iPad. Van dit bedrijf is openlijk bekend dat de werk- en leefomstandigheden (want de meeste werknemers leven letterlijk op de giga-fabrieksterreinen) onleefbaar zijn. Ook hier zouden ‘wij’ de consumenten uit de ‘Westerse wereld’ een grote verantwoordelijkheid dragen en zouden wij het lot van deze werknemers bepalen door bewust te beslissen dit of dat product niet of wel te kopen.

Grote vraag is nu: helpt het kopen van deze zaken echt? Wordt mens en natuur er beter van? Nieuwe vragen dringen zich dan op. Kunnen we de markt wel bewust sturen als individuele consumenten? Heeft iedereen op aarde geld genoeg om deze meestal duurdere producten te kopen? Is het zo dat de ‘Westerse wereld’ geld genoeg heeft en dus de ‘vrije’ keuze om de duurdere producten te kopen? Wie heeft de mogelijkheid voor een milieuvriendelijke levensstijl? Wie kan er een boerderijtje houden en daarnaast nog voldoende bijverdienen om te overleven? Wie heeft er tijd voor? Bestaat er in de centrale kapitalistische landen genoeg koopkracht vanuit de gehele bevolking, en vooral de arbeidersklasse, om deze bijzondere waren te kopen? We merken hier meteen dat sociale, economische en ecologische problemen nauw met elkaar verbonden zijn en dat we problemen in een breed kader moeten plaatsen.

Uit verschillende marktstudies blijkt alvast dat de eco- en fair trade-producten eerder een specifieke markt vormen voor een bijzondere sociale laag in de maatschappij, een sociale laag die genoeg tijd en geld heeft, maar zich afzet tegen de massaproductie, de ‘multinationals’ of andere dominante economische spelers… Deze ‘eerlijke eco-markt’ groeit weliswaar, net zoals de andere parallelle markt, de ‘onethische’ markt, groeit. De groei van de ethische markt, verhindert de groei van de onethische markt dus niet. Waar is dan de oplossing? Ik zie ze niet.

Verder zijn er wat meer specifieke vragen i.v.m. de ‘groene’ waren. Zo stelt George Monbiot, een schrijver bekend van zijn politiek en ecologisch activisme, dat de milieuvriendelijkheid van bepaalde alternatieven voor energiewinning, zoals zonnepanelen en moderne windmolens, om enorme energie en om schadelijke grondstoffen vraagt, bijv. zeldzame metalen. Waar is dan de afname in energieverbruik en vervuiling?

Wat betreft fair trade heb ik de volgende bedenking. Hebben we dit eerlijk kopen en verkopen al niet eerder gezien in de socialistische coöperatieven van de 18de en 19de eeuw? Is er een verschil tussen fair trade en de coöperatieven? De coöperatieven waren immers eigendom van de arbeiders, die volledig beslisten over het beheer ervan. Ze bepaalden dus ook hun eigen loon, een ‘eerlijk’ loon. Wat gebeurde er met de coöperatieven? Hebben ze zich omgevormd tot fair trade? Of zijn ze verdwenen en is fair trade in de plaats gekomen?

Wat is eigenlijk een ‘eerlijk’ loon? Wat is een loon überhaupt? Volgens het marxisme is dat de prijs van de arbeidskracht. In ruil voor het loon produceren de arbeiders waren. Het marxisme meent echter dat de waarde van de geproduceerde goederen groter is dan het loon (de onttrekking van de meerwaarde). Concreet wil dit zeggen dat de arbeiders nooit alle waren die ze produceren kunnen opkopen. Alle  arbeiders van een VW-fabriek, kunnen dus niet al de auto’s die ze maken opkopen. Volgens het marxisme is het in deze onevenwichtige ruil (arbeidskracht voor een loon dat minder waard is dan de geleverde arbeid) dat de uitbuiting ligt en het is deze sociale verhouding, meer specifiek deze productieverhouding (de loonarbeid) dat de essentie van het kapitalisme ligt. Hoe kunnen bedrijven, of het nu coöperatieven of fair trade-ketens zijn, dan  ‘eerlijk’ hun werkkrachten betalen? Kunnen ze dat?

De activist George Monbiot heeft het ook over kapitalisme. Hij verklaart waarom deze zogenaamde ethische ‘oplossingen’ zoveel succes hebben bij bedrijven, firma’s, ondernemingen. Volgens hem zijn de verkopers gelukkig, zolang er gekocht wordt m.a.w. zo lang er winst wordt gemaakt. Hiermee is volgens mij de kern van de zaak aangeraakt voor wat betreft ‘ethisch’ kopen en verkopen, beter bekend als ethisch consumeren en produceren. Want de kern van het productiesysteem van deze wereld, het kapitalisme, is winst maken. En winst maken kan niet zonder de werkkrachten uit te buiten. Het verklaart waarom de reclame maar niet ophoudt, waarom de officiële massamedia uitgebreide info geven over “anders wonen, werken en leven”, waarom je zonnepanelen op krediet kan kopen en de Belgische overheid die bovendien subsidieert, waarom grote economische spelers en regeringen enthousiast zijn. Zelfs Nestlé verkoopt ethisch.

Tegen deze valse oplossing stellen vele meer radicale ecologisten, waaronder Monbiot, hun ‘echte’ oplossing voor om het opgebruiken van de aardse grondstoffen tegen te gaan: minder consumeren, de ‘westerse’ levensstandaard opgeven en leren genieten met minder. Is dit niet hetzelfde als wat onze wereldleiders voorstellen? Zowel Europa als de VS voeren grote besparingsplannen door en moedigen/dwingen hun bevolking aan om de broeksriem aan te halen. Zullen de ecologisten deze besparingen toejuichen? Als we hun logica volgen zullen ze dat inderdaad. Zal de bevolking die de besparingsmaatregelen ondergaat juichen? Ze heeft het tot nu toe niet gedaan. Kijken we maar naar Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië en Spanje. Ook een hoop jonge altermondialisten, vaak voorstanders van fair trade, aanvaarden deze besparingen niet (de Indignados in Spanje). Blijkbaar wordt een leven in armoede, in een overdrukke werkagenda, in gebroken sociale netwerken… niet geaccepteerd. Gelukkig maar.

Hoe het kapitalisme de wereld uitdrijven? Kunnen we het kapitalisme doen verdwijnen door gebruik te maken van haar eigen wetten? Kunnen we het al shoppend doen verdwijnen? Monbiot stelt van niet. Hij stelt dat dit ‘groene’ kopen, hij noemt het green consumerism (groen consumentisme), een andere vorm van atomisering is, van individuele opsluiting, die een substituut vormt voor collectieve en politieke actie, terwijl geen enkele politieke uitdaging kan worden aangegaan door shopping. Op dit punt ben ik het met hem eens. We kunnen ons inderdaad afvragen waarom de Spaanse regering geweldloze bezettingen van pleinen in Madrid, Barcelona, Valencia en andere steden hardhandig tot gewelddadig ontruimt, terwijl ze eco-shopping omarmt. In een kapitalisme in crisis, dat besparing na besparing ondergaat, wordt de koopjes doen trouwens steeds meer een droom.

Tot daar mijn inleiding. Ik wil niet alles gezegd hebben en hoop dat er nog vele vragen overblijven. Ik besef best dat verschillende standpunten nogal grof of ongenuanceerd werden weergegeven. In het discussieproces worden die nuances echter steeds duidelijker.

Yann/augustus 2011

De discussie

Er werd op de discussiedag zelf een samenvatting gemaakt van de discussie. Die heb ik echter niet op mijn PC staan, dus geef ik mijn eigen korte indruk van de discussie. Het was een erg levendig debat, ondermeer omdat niet iedereen het eens was met mijn tekst, wat erg begrijpelijk is. Over een paar stellingen echter leek er enigheid te bestaan:

  • een andere maatschappij, gebaseerd op fundamenteel andere socio-economische wetten en mechanismen is nodig.
  • fair trade en eco-waren zijn niet dé oplossing voor de sociale en economische problemen. Ze zijn ook niet het middel om tot een nieuwe maatschappij te komen.

Eén punt dat me sterk bijblijft en waar ik zelf heb bijgeleerd, gaat over volgende vragen: moeten we zomaar ‘wachten’ op een revolutie of iets dergelijks?  Kunnen we niet nu al iets doen? Ik denk dat de meesten het ook hier eens waren dat we niet zomaar mogen wachten en dat we inderdaad onze verantwoordelijkheid moeten opnemen t.o.v. de wereldproblemen. Hoe kunnen, willen en moeten we dat echter doen? Zal fair-trade het leed verzachten of zelfs plaatselijk en tijdelijk tegenwerken? Of haalt het niets uit, doordat het indirect andere (arme) boeren en arbeiders benadeelt? Als het dan zo weinig uitmaakt, hoeveel energie zijn we bereid erin te steken? Is het dan niet nuttiger om onze energie in een échte oplossing te investeren, al is die oplossing niet 100% klaar en duidelijk op een schotel geserveerd?

Antwoorden op deze vragen werden gezocht in de geschiedenis van de socialistische coöperatieven uit de 19de eeuw. Het doel ervan was net als bij fair trade om de onmiddellijke socio-ecomische situatie, vooral bij de allerarmsten (arbeiders of andere klassen en sociale lagen in de bevolking) te verbeteren. Ook revolutionairen ondersteunden deze bedrijven. Op de duur ontstond er echter een tweespalt tussen revolutionairen en reformisten, waarbij de eersten een radicale omverwerping van de maatschappij nodig achtten en de laatsten meenden dat door stapsgewijze hervormingen het kapitalisme zichzelf kon opheffen. Meer zeg ik er niet over, deze tekst is al lang genoeg. Het loont in ieder geval de moeite de geschiedenis van de coöperatieven te bestuderen en te begrijpen waarom ze al dan niet slaagden/faalden in hun opzet, wat die opzet überhaupt was en waar het verschil ligt met het tegenwoordige verhaal over ethisch consumeren en produceren.

Yann/september 2011

No comments yet

Leave a Reply