Inleiding: Arbeid en arbeidsethiek

14 jun

Tegenwoordig moet iedereen geactiveerd worden blijkbaar, met dank aan het principe van de actieve welvaartstaat en in grote mate ook de ideologie van voormalig SP.A coryfee Frank Vandenbroucke, die lang minister van werk was.

Of men nu aan de lopende band staat of werkloos is, of men student is als de zomer begint of niet, of men kunstenaar is die vooral ontspanning wilt brengen of niet. Alleen veel activisten worden in hun hoedanigheid van activist niet geactiveerd, als ze te actief worden riskeren ze boetes. Samen bekijken we de huidige en vroegere ontwikkelingen rond arbeidsethiek, we zoeken uit hoe arbeid vervreemd kan zijn en hoe een arbeidsethos daar eventueel toe kan bijdragen.

Er zijn veel boeken over het onderwerp arbeid geschreven, hieronder vind je een uitleg over een aantal van die boeken.

De maatschappijkritische ideeën van “derde wereld filosoof” Ivan Illich hebben ook arbeidsfilosofen van de lage landen als Hans Achterhuis en Roger Jacobs geïnspireerd. Illich besteedde veel aandacht aan wat hij schaduwarbeid noemde: onbetaalde werkzaamheden – vaak verricht door huisvrouwen – waarop economen (en beleidsmakers) met regelmaat hooghartig neerkijken.

Na The Right of Useful Unemployment and its professional enemies (1978), in het Nederlands vertaald als Het recht op nuttige werkloosheid (door R. L. Uiterwijk. Verschenen bij Wereldvenster, Baarn, 1978), schreef hij tien essays voor Shadow Work, dat in 1985 vertaald verscheen als Schaduwarbeid.

“Economen begrijpen evenveel van arbeid als alchemisten van goud,” liet Illich weten. Hij stelde voor om hedendaagse arbeid in drie overkoepelende categorieën onder te verdelen, hieronder staan ze opgesomd.
Schaduwarbeid, dat bijna alle niet-betaalde vormen van arbeid en ook zwartwerk omvat, is de noodzakelijke pendant van de moderne loonarbeid, en is in steeds toenemende mate van belang om de moderne industriële maatschappijen draaiende te houden. Schaduwarbeid “omvat het meeste huishoudelijke werk dat vrouwen in huizen en hun flats verrichten, de werkzaamheden die te maken hebben met inkopen doen, het meeste huiswerk van scholieren en studenten die voor examens blokken, de inspanning die het kost om van en naar het werk te reizen. Het omvat de stress van gedwongen consumptie, de vervelende en gereglementeerde overgave aan therapeuten, het zich schikken naar bureaucraten, het zich voorbereiden op werk dat men gedwongen doet, alsook een groot deel van de bezigheden die gewoonlijk onder de noemer ‘gezinsleven’ vallen.”
De derde overkoepelende arbeidscategorie is de eigenarbeid, niet te verwarren met zelfhulp, dat eerder tot de categorie schaduwarbeid behoort vermits het hiërarchisch en gedisciplineerd van aard is. “Als eigenarbeid beschouw ik alleen datgene waarmee mensen in onze tijd zich door sociale activiteiten afzetten tegen consumptie en produktie.” Het is het “actief afstand doen van consumptie en produktie, gemotiveerd door rationeel hedonisme”.

Ivan Illich. Schaduwarbeid. Vert. uit het Engels en het Duits door Ingrid Toth… et al. Weesp : Het Wereldvenster, 1985.

Van de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis verscheen in 1984 het boek Arbeid, een eigenaardig medicijn. Hij noemde arbeid een eigenaardig medicijn omdat het inkomen en status biedt, maar ook mensen ziek maakt en uitsluit. Werklozen ervaren hun arbeidsloos bestaan vaak als leeg, arm, een situatie van sociaal isolement en stigmatisering, waardoor zij jaloers kijken naar werkenden die over het algemeen bestaanszekerheid genieten, gekoppeld aan een zekere status. Hans Achterhuis heeft deze carrousel waarin de werkende werkloos en de werkloze werker wil zijn “de paradox van arbeid en werkloosheid” genoemd. Juist uit de leegte waarin werklozen terechtkomen, blijkt hoe belangrijk de plaats van arbeid in onze samenleving is. Er bestaat m.a.w. een paradoxale spanning tussen arbeid en werkloosheid. Werken is mensbedervend, maar niet werken is ook onmenselijk. Arbeid is ziekmakend, maar tegelijkertijd wordt er als een medicijn naar gesnakt.
Uitgegeven bij Amboboeken, Baarn.

Het pomphuis van de 21ste eeuw · Educatie in de actieve welvaartstaat
Roger Jacobs & Jef van Doorslaer
Epo, 2000, Berchem (Antwerpen)

“In het 17de-eeuwse pomphuis werden hardnekkige werkweigeraars opgesloten die alleen door hard labeur – pompen – letterlijk het hoofd boven water konden houden.” In de actieve welvaartsstaat worden laaggeschoolde werklozen dwingend aangemaand hun vaardigheden te verhogen om aantrekkelijker te worden op de arbeidsmarkt. Zoniet dreigen er sancties.
Een job voor het leven behoort tot het verleden. In de globaliserende economie wordt levenslang leren een instrument van flexibiliteit en inzetbaarheid. Voor de begeleidende instanties, van volwasseneneducatie over welzijnswerk tot vakbonden, groeit de druk om dit sterk fluctuerende arbeidsleger gewillig in permanente mobilisatie te houden.
“Een nieuwe invulling van het nobele begrip levenslang leren is nodig om te vermijden dat de (basis)educatie het pomphuis van de 21ste eeuw wordt. Zelfontplooiing staat daarbij centraal.”

bron : website Epo

Nachtmerries op een duivels oorkussen
Opkomst, ontwikkeling en mogelijke ondergang van het westerse arbeidsethos
Ton Geurtsen
Breda, Papieren Tijger; Sittard, Baalprodukties, 1996

“Werk, werk en nog eens werk”: in de jaren negentig wordt de arbeid op een voetstuk geplaatst. Een terugblik op enkele eeuwen geschiedenis leert dat deze hoge waarde van de arbeid teruggaat tot de wortels van de westerse cultuur.
In dit boek zet Ton Geurtsen de hedendaagse problemen rond arbeid en werkloosheid in een filosofisch kader en analyseert de historische ontwikkelingen die aan ons arbeidsbestel ten grondslag liggen. Daarbij wordt onder andere ingegaan op het beheersingsdenken, de economische ideologie, het vooruitgangsgeloof, de betekenis van wetenschap en techniek, …
Op het einde van het boek maakt de auteur een uitvoerige beschouwing over de ontwikkeling van het arbeidsethos in de moderne consumptiemaatschappij.

2 Responses to “Inleiding: Arbeid en arbeidsethiek”

  1. Yann juni 17, 2013 at 10:03 am #

    Hier zijn een paar extra referenties, ondermeer dankzij Inigo.

    Marx en Engels schreven de “Duitse Ideologie” om hun ideeën ‘grofweg’ neer te pennen, een kader voor zichzelf te scheppen (als ik het me juist herrinner). Vandaar dat het werk pas laat werd gepubliceerd. Ze schrijven o.a. over arbeid/productie als “eerste historische daad” en over arbeidsdeling.
    Marx & Engels, 1845, De Duitse Ideologie, http://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1845/duitse_ideologie/

    – Artikel over de betekenis van werk volgens Marxisten. Veel historische referenties. Lijkt me een goed artikel om de discussie voor te bereiden en/of uit te diepen.
    Magdoff, 2006, The meaning of work: a marxist perspective, Monthly Review, http://monthlyreview.org/2006/10/01/the-meaning-of-work-a-marxist-perspective

    – Anton Pannekoek over “Het recht op luiheid” en de techniek:
    Pannekoek, 1955, Arbeit und Muße, http://www.marxists.org/deutsch/archiv/pannekoek/1955/05/arbeit.htm

    – Anton Pannekoek over arbeid en vrije tijd:
    Pannekoek, 1954, Die Arbeit im Sozialismus, http://www.marxists.org/deutsch/archiv/pannekoek/1954/11/arbeit.htm

  2. Yann juni 17, 2013 at 10:39 am #

    – En dan ook nog dit. “Het recht op luiheid” door Paul Lafargue. Een bekend boekje, waar ik niks van weet en dus niks zinnig over kan zeggen.
    Lafargue, 1883, Het recht op luiheid, http://www.marxists.org/nederlands/lafargue/1883/1883luiheid.htm

Leave a Reply