Inleiding – Wetenschap & techniek

24 feb

discussie van dinsdag 23 februari 2010, Antwerpen

Moeder, waarom studeren wij?

De wetenschap, bedreiging of bevrijding?

Enkele weken geleden kwam het International Panel on Climate Change onder vuur te liggen, omdat er in haar rapport bronnen van dubieuze oorsprong geslopen waren, die onrealistische voorspellingen deden over het afsmelten van de gletsjers in de Himalaya. Dit was uiteraard kaf op het koren van de klimaatsceptici die de menselijke rol in de klimaatverandering of de klimaatverandering tout-court in vraag stellen en in het IPCC een quasi ‘cryptocommunistische’ samenzwering zien. Het IPCC-geval is een interessant voorbeeld in de relatie wetenschap en politiek.

De toenemende complexiteit in een door technologie gedomineerde samenleving leidt tot een grotere wisselwerking tussen wetenschappers en politiek. Het politieke tracht de technologische evoluties op te volgen om de risico’s te reguleren. Het politieke blijft echter afhankelijk van het advies van ‘experts’ om een oordeel te vellen.

Omdat de wetenschap vaak ongemakkelijke waarheden aan het licht brengt zoals de ecologische catastrofe, die op de grenzen van een dominant economisch systeem wijzen, of heersende instituties bedreigt (de evolutietheorie versus religie), is er ook een grote tegenreactie tegen de ‘wetenschap’ ontstaan. De voorbeelden zijn legio: de reeds genoemde klimaatsceptici, de politici die pleiten voor de terugkeer van het ‘gezond verstand’, de creationisten in de VS en in de Islamitische wereld, etc.

Wat ik hiermee wil aantonen is dat wetenschap, of het nu gaat om de natuurwetenschappen of sociale, geen waardevrije institutie is die los staat van het sociale. De resultaten die bijvoorbeeld in de rapporten van het IPCC gepubliceerd worden zijn het resultaat van een ‘politiek’ compromis tussen de verschillende wetenschappers. Zo gaat dat quasi altijd in de wetenschap. Wetenschappelijk onderzoek blijft een sociaal proces, waar feiten of argumenten steeds weer in discussie gesteld worden. Het resultaat dat we uiteindelijk in handboeken zien is de uitkomst van een lang proces. Dat wetenschap op een bepaalde manier sociaal geconstrueerd is, moet niet gezien worden als een aanval op de methoden en verdiensten van de wetenschap op zich. Het moet leiden tot het besef dat de keuze van onderwerpen en de toepassing van wetenschap niet objectief neutraal zijn. In een sociaal proces is er immers steeds de factor: macht.

Ik volg de Duitse filosoof Jürgen Habermas met zijn kritiek op de visie dat er aan de ene kant een wetenschappelijk wereld is met harde, objectieve feiten en aan de andere kant de politieke wereld van de zachte, subjectieve waarden. In de eerste plaats wordt het politieke dan zo gereduceerd tot een kwestie van smaakverschillen, waar eigenlijk niet op een rationele manier over gediscussieerd kan worden. Anderzijds leven we ook in een technocratische samenleving waar wetenschappelijke ontwikkelingen volledig vervlochten zijn met economische, politieke en militaire belangen. Die technocratie lijkt me zowel een bedreiging voor de emanciperende kracht van de wetenschap als van het vrije en democratische, politieke systeem. Politieke doelen worden dan ondergeschikt aan het technologisch haalbare. Politieke besluitvorming wordt dan al te gemakkelijk een onderonsje tussen wetenschappelijke experts en een smalle elite van bestuurders.

Nogmaals ik zie verwetenschappelijking niet als de grote bedreiging, maar vaak ligt het probleem in hoe technologie in een maatschappij toegepast wordt. De moderniteit, de industrialisering en haar verlichtingsideologie, gingen over de bevrijding van de mens van de natuur en onbekende, mystieke krachten. De technologische en wetenschappelijke vooruitgang maakt mogelijk dat we van een quasi-overlevingseconomie naar een systeem dat gekenmerkt wordt door overproductie.

Volgens de socioloog, Ulrich Beck is dit modernisme het slachtoffer van zijn eigen succes en is het kapitalisme nu in de fase van de risicomaatschappij terechtgekomen. Wetenschappelijke vooruitgang brengt niet voorziene gevolgen en enorme nieuwe risico’s mee die het leven en soms zelfs de planeet (kernwapens) waar iedereen (door de globalisering)de gevolgen van draagt en niet aan te ontsnappen is (door rijk noch arm). Dan denken we aan klimaatveranderingen, kernrampen, etc., waar het moeilijk is om een eenduidige verantwoordelijke aan te duiden en allemaal thema’s waar wetenschap en politiek met elkaar vervlochten zijn. De staat en de markt trachten risico’s (sociale, ecologische, economische) te vermijden, maar slagen daar steeds minder in door de toenemende complexiteit die wetenschappelijke vooruitgang met zich heeft meegebracht.

Ik ga echter niet akkoord met Beck als hij stelt dat de catastrofale problemen, die hij terecht aanhaalt, gelijkgesteld worden als een automatisch bijproduct van wetenschappelijke vooruitgang. Zonder in de boutade vervallen: het is de schuld van het systeem, lijkt het probleem van kernwapens me niet de schuld van wetenschappelijke vooruitgang an sich, maar de uitkomst van imperialistische oorlogslogica eigen aan autoritaire systemen. Net zoals files geen schuld zijn van de technologie ‘auto’.

Het probleem ligt volgens mij in hoe de techniek gebruikt. Dit leidt me dan ook toe te zeggen dat daarom van de wetenschap en techniek niet verwacht kan worden om alle sociale of politieke problemen op te lossen. De centrale discussievraag lijkt me dan ook of het probleem ligt bij het ongebreideld geloof in wetenschappelijke vooruitgang of in de toepassing van technologie. Andere aspecten zijn uiteraard mogelijk.

Wetenschappelijke vooruitgang is uiteraard enkel mogelijk als mensen geschoold zijn. Nog nooit gingen en konden er zo veel mensen naar school.

Wat is de functie van onderwijs en waarom studeren wij?

Het lijkt me niet de bedoeling om het belang van kennis, scholing of bepaalde vaardigheden aan te vallen.

Ik denk dat het toenemende belang die in deze maatschappij bij ‘onderwijs’ wordt gelegd, door verschillende factoren te verklaren is. Er is de nood aan creatieve, vaardige werkkrachten, het is efficiënter deze op scholen op te leiden dan in bedrijven. Voorts is er uitaard het ideaal van de kosmopolitische, homo universalis die als kritische burger kan deelnemen aan het democratisch proces en de affectieve waarde en status die er aan een opleiding gehecht worden.

Sociaaldemocraten zien in onderwijs het ultieme instrument om een meer gelijke samenleving te bereiken. Gelijk moet hier begrepen worden als ‘gelijke kansen op sociale mobiliteit naar de middenklasse’. Ondertussen blijft er een nood aan ‘laaggeschoolden’ van binnen of buitenland om de rotklusjes te doen in de steeds groeiende dienstensector.

Eén van de voornaamste taken van onderwijs is wat Pierre Bourdieu sociale reproductie, het bestendigen van de macht en privileges van de verschillende sociale klassen, en culturele reproductie noemt, een proces waarmee een samenleving dominante kennis doorgeeft van de ene generatie op de andere.

Het onderwijssysteem kan dus ook niet los gezien worden van de maatschappij en moet eerder als Ideologisch Staatsapparaat gezien worden, instituties die schijnbaar neutraal lijken, maar eigenlijk als taak hebben mensen aan te passen aan de huidige sociale verhoudingen. Onderwijs heeft de laatste 200 jaar een rol gespeeld in de homogenisering van cultuur, taal en denkpatronen van de bevolking. Langs de andere kant blijft het onderwijs sociale ongelijkheid in stand houden.

De aantallen studenten op universiteiten en hogescholen is de laatste jaren exponentieel toegenomen door allerlei factoren en het is in de eerste plaats toe te juichen dat meer mensen hoger onderwijs kunnen volgen. De financiering of het nu privaat of gesocialiseerd is, is echter zelden gevolgd met het aantal studenten, wat heeft geleid tot een zekere standaardisering van het onderwijs.

Het hoger onderwijs evolueert langzaam naar een soort marktsysteem, waar studenten klanten zijn waarvoor gestreden moet worden om financiering los te krijgen en studenten hun diploma als het ware bijna kopen, aangezien het vaak nog de enige garantie lijkt voor goedbetaald, zeker werk.

Mogelijke discussievragen:

Wat is de rol van onderwijs in onze huidige maatschappij en hoe verschilt die rol met het verleden?

Moet links strijden voor meer publieke (staats)middelen voor onderwijs?

Moet er op een andere manier les gegeven worden? Moet onderwijs meer aansluiten bij de leefwereld van de jeugd?

Yv.

Trackbacks and Pingbacks

  1. Kernenergie « Discussiegroep Spartacus - mei 16, 2011

    […] over wetenschap en techniek: inleiding + […]

Leave a Reply