Inleiding cultuur

17 feb

Image

Venster, spiegel, muur
Een plaats en tijd voor cultuur

Om vat te kunnen krijgen op het begrip ‘cultuur’ heb ik ervoor gekozen dit thema op een zowel breed historische, een vrij persoonlijke als op een lichtjes associatieve manier te benaderen. Zoals ik reeds heb bepleit in voorgaande discussies geloof ik dat er binnen de groep af en toe kan en moet gedebatteerd worden op een idealistisch en zelfs imaginair niveau. Deze inleiding op cultuur trekt dan ook radicaal de kaart van de verbeelding.

Zichzelf meteen de vraag stellen wat de rol van cultuur is of kan zijn, impliceert – naast een onvoorstelbare veralgemening – voorbijgaan aan een definiëring van wat cultuur precies is. Laat ons die stap niet overslaan en eerst trachten te bepalen wat cultuur juist betekent. Cultuur kan op twee manieren gedefinieerd worden die ogenschijnlijk compleet tegen mekaar ingaan. Zij geven de twee extreme uiteinden van het begrip van de term aan.

Van de ene kant noemt men cultuur het naar de hand zetten van de natuur door de mens. Onder natuur verstaan we hierbij de aarde en het universum rondom de mens waar diezelfde mens deel van uitmaakt. Doorheen de geschiedenis van de mens heeft cultuur vorm gekregen in bijvoorbeeld gewapende jacht, kledij, muzikale instrumenten, kunst, landbouw, munten, geïndustrialiseerde productielijnen, transportvoertuigen, architectuur en stedenbouw, wereldoorlogen, ruimtevaart, telecommunicatie, etc. Deze opsomming is onvolledig maar betreft hier uitsluitend de veruitwendigde cultuur van onze menselijke soort.

Van de andere kant wordt cultuur gezien als datgene waarop de mens terugvalt wanneer alles rondom verandert of verdwijnt; lichaamshoudingen, taal, gewoontes, rolpatronen, redeneringen, herinneringen, dromen, angsten. De geïnternaliseerde cultuur van de mens.

Een mogelijk verfrissende conclusie valt hier reeds uit te besluiten: cultuur is veranderlijk. Cultuur is plaats- en tijdgebonden.

In essentie slaat cultuur op de wijze waarop je als mens in de wereld staat en er een verandering in aanbrengt. Wanneer men zich niet bewust is van de grenzen van die levenswijze, wanneer men deze als vanzelfsprekend ervaart, spreekt men over een ‘paradigma’. Een paradigma is “een samenhangend stelsel van modellen en theorieën die een denkkader vormen waarbinnen de ‘werkelijkheid’ geanalyseerd en beschreven wordt.” Die levenswijze, die zienswijze, die cultuur, bepaalt hoe men naar de wereld kijkt en hoe men ertoe in relatie treedt. De geschiedenis leert ons dat deze onderhevig is aan evolutie; aan paradigma-verschuivingen. Een paradigma wordt beschouwd als een heersend model maar hoeft daarom niet universeel van kracht te zijn. Vandaag erkennen we namelijk een toenemende veelheid aan culturen en subculturen waartoe men zich verwant kan voelen. Paradigmas kunnen in ieder van deze groepen afzonderlijk van kracht zijn en zullen meer of minder mensen beïnvloeden naargelang de samenstelling, reikwijdte en aard van de groep.

Een recent voorbeeld van een verandering en opeenstapeling van manieren waarop naar de wereld gekeken wordt en ermee geïnterageerd wordt vindt men terug in de filmtheorie. Aanvankelijk ging men ervan uit dat de filmcamera een venster op de wereld bood. De schilder laat een spoor achter bij het weergeven van wat hij ziet, maar de fotograaf of cineast staat achter de technologie en ontdekt de buitenwereld; hij of zij legt de werkelijkheid bloot. De gangbare beeldtaal van de vroegere cinema bestond uit zogeheten ‘plan séquences’, lang aangehouden gefixeerde shots die zolang duurden tot de gebeurtenis voor de camera voltrokken was vooraleer over te gaan naar een volgend shot in de film.

De daaropvolgende strekking ontkrachtte grotendeels de eerste. Men argumenteerde dat het gekozen beeldkader een wereld daarbuiten uitsloot en daarom een subjectieve blik oplegde in plaats van een objectieve realiteit te onthullen. Men stelde dat de cinema het publiek een spiegel voorhield. Er werd aangetoond hoe bepaalde keuzes in de montage (de opeenvolging van beelden) andere betekenissen creëerde in de ogen van de kijker. Er werd verwacht van de kijker om de overgang van het ene beeld naar het ander zelf in te vullen en via een proces van identificatie vereenzelvigde de toeschouwer zich met één of meerdere personages die op het scherm verschenen zodat de film zich voornamelijk in het hoofd van de kijker afspeelt.

Een derde theorie plaatste de twee voorgaande nagenoeg volledig buitenspel en herleidde cinema tot een muur. De materialiteit van de film werd bevrijd van de noodzaak om iets te moeten vertellen. De pellicule (de beelddrager waarop opgenomen wordt), de geluidsband, het projectiescherm en de filmvertoning als gebeurtenis zelf verschoven terug naar het voorplan, net als bij de allereerste experimenten met het nieuwe medium, toen het alleen nog maar een spel van licht was tegen een wand in een verduisterde ruimte. Film is een muur die de mensen verbindt en tegelijkertijd scheidt van de buitenwereld.

Deze drie theorieën van de film zeggen evenveel over cinema als over menselijke cultuur in het algemeen. Cultuur schept een kader, een venster op de werkelijkheid. Mits een bewustwording van dat eindig kader en een vergelijking van verschillende culturen onderling kan cultuur zichzelf een spiegel voorhouden. In een finale kritische stap wordt een cultuur zich gewaar van de muur die deze opgetrokken heeft waarop haar wijzen van denken en handelen geprojecteerd worden, gericht aan de medemens, al dan niet vrijwillig geplaatst in een kwetsbare positie in het donker.

Wanneer men film abstraheert tot haar twee basiscomponenten komt men uit bij licht en tijd. De uitvinding van artificiële lichtbronnen en de invoeging van mechanische kloktijd worden nog steeds verenigd in de ontwikkeling en vertoning van films. Zowel de invoer van straatlichten als die van de mechanische klok leidde tot fel protest onder stedelingen. Mensen voelden verlichting ‘s nachts aan als een inbreuk op de vrijheid die ze genoten in het donker, terwijl het opleggen van een stipt keurslijf in de vorm van de mechanische klok het werkproces drastisch verontmenselijkte.

Van zodra men een dominante cultuur overmatig belicht loopt men het risico de verbeelding van de mensen te verblinden en een volgzame horde van verlichte geesten achter zich te scharen. Verscheidene (sub)culturen die plaatsvinden in de duisternis daarentegen, die hun eigen tijdsritmes volgen, stimuleren mogelijk een kritische houding tegenover vastgeroeste mechanische levensbeschouwingen en herwaarderen wellicht menselijke verbondenheid. Die duisternis treffen we nog steeds aan voor de aanvang van de film, het begin van het toneelstuk, het muziekconcert en rondom de tv maar evenzeer in de baarmoeder, ‘s nachts in de ongerepte natuur of vlak voor het slapengaan, telkens wanneer men de ogen sluit.

Ik wens te eindigen met het aanbieden van twee instrumenten die de vermenigvuldiging aan culturen in de schaduwzones zouden kunnen bevorderen en haar een tijd en plaats zouden kunnen geven. Het eerste is een onbeschreven klok waarmee u zelf uw invulling van tijd kan bepalen. De lege kaders die het centrum van de klok omgeven en die gewoonlijk de uren aangeven dienen vervangen te worden door symbolen, woorden, kleuren of gelijk welke tekens naar keuze. Uw eigen klok zou u in staat moeten kunnen stellen om een persoonlijk of een door een brede groep gedeeld ritme in uw dagdagelijks leven te introduceren, bevrijd van het juk van mechanische tijdsregeling. Het tweede instrument is de letterafkorting DDT.

DDT staat in de eerste plaats voor het chemische insecticide dichloordifenyltrichloorethaan en wordt gezien als een uitermate slecht afbreekbare substantie, schadelijk voor het milieu, die verboden is voor gebruik in de westerse wereld. In de derde wereld wordt het product nog gebruikt in bestrijding tegen malariamuggen. Wikipedia geeft aan dat DDT zo persistent is dat het in alle landen in vrij grote hoeveelheden in moedermelk werd aangetroffen in een studie uit 1999. Op die andere Wikipedia pagina waarnaar verwezen werd in de comments op de Spartacus website, die van ‘Culture’, geeft men aan dat het begrip in zijn huidige betekenis ontstond uit een verwijzing naar ‘cultiveren’; het land- en tuinbouwproces. Omwille van die reden alleen al is het relevant om DDT aan te voeren als sleutel tot menselijke cultuur.

Mijn voorstel zou er weliswaar in liggen deze afkorting als mensen opnieuw toe te eigenen en ze van nieuwe aanvullende betekenissen te voorzien; om de afkorting te doen staan voor de naam van al dan niet bestaande rapporten en koepelverenigingen die een minder verwoestende en ongelijke cultivering van de wereld nastreven. Vult u zelf aan:

Departement voor Duistere Transacties

Doorlichting van Digitale Technologieën

Dienst voor Decentralisatie en Toenadering

Dagboek van een Duurzame Transitie

Dienaars van het Donkere Tijdperk

(Sven)

No comments yet

Leave a Reply