Inleiding ‘De mythe van de groene economie’

28 mei

Maandag in het nieuws:

“Alarmfase rood voor CO2-uitstoot. Het getal is slechts een symbool, het alarmsignaal helaas niet: voor het eerst in de menselijke geschiedenis overschreed het CO2-alarmpeil de 400 ppm[1]-grens. In mensentaal: nooit eerder was de CO2-concentratie zo hoog. De gevolgen voor het milieu liggen voor de hand. ‘Maar nu dreigen ook vluchtelingstromen en oorlogen’ waarschuwen specialisten.” [2]

Het feit dat dit artikel niet de voorpagina haalde is tekenend, het zogenaamde duel der popdiva’s Rihanna en Beyoncé en de landstitel van Anderlecht is blijkbaar belangwekkender nieuws. Of is er iets meer aan de hand? Is er een consensus gegroeid dat er toch niets aan de klimaatopwarming te doen is, en dat we er daarom maar beter niet teveel drukte over maken? Of is dit nieuws zo ontluisterend dat in functie van de commerciële logica van de krant het niet prominent mag gebracht worden?

In dit klimaat van onheilsberichten leek er eind vorig jaar een lichtpuntje aan het firmament. Matthias Lievens en Anneleen Kenis, twee jonge academici die zich politiek engageren, presenteerden hun boek ‘De mythe van de groene economie’. Hun analyse is vernieuwend in Vlaanderen en deed behoorlijk wat stof opwaaien. Optimistisch ingeschat zou je kunnen zeggen dat het een poging is om uit de grot van Plato te geraken [3], met dien verstande dat heel wat ideeën in het boek al circuleren in de climate justice-beweging [4].

Deze inleiding is een quasi letterlijke weergave van een interview [5] dat ik recent afnam met de auteurs. Tijdsgebrek verhinderde mij tot een kwalitatieve samenvatting te komen (veel tijd ging op  het herlezen van het boek). Ik besef dat ik het werk van Lievens en Kenis hiermee wellicht niet alle mogelijke aandacht geef dat het verdient. Daarom een oproep aan de aanwezigen die geïnteresseerd zijn om het boek zelf te lezen. Deze inleiding wil alvast een aanzet geven hiertoe.

Hoe kom je op het idee om een boek als dit te schrijven?

Anneleen: Dat is een goede vraag. Jullie zijn niet de eersten die zich af hoe bewuste ecologisten, want dat zijn we wel degelijk, er in hemelsnaam bij komen om een boek met als titel ‘de mythe van de groene economie’ te schrijven. Zijn we er dan niet allemaal van overtuigd dat we een vergroening van de economie nodig hebben? Gaan we het weinige dat er voor het klimaat gebeurt nu ook nog eens in vraag stellen? Want dat er dringend iets moet gebeuren, staat als een paal boven water. Momenteel zetten we volop koers in de richting van een opwarming van 4° en meer, en niemand weet eigenlijk hoe de planeet er dan nog zal uitzien. Er is dus wel degelijk een heel grote, dringende nood om onze samenleving te vergroenen.

Matthias: Maar de vraag is of dat wel is waar het project van de ‘groene economie’, zoals het vandaag internationaal steeds meer vorm krijgt, over gaat. Want dat is toch belangrijk om te onderstrepen: als we het hebben over de ‘groene economie’ hebben we het over een heel specifiek maatschappijproject dat vooral door een aantal internationale actoren – zoals de Wereldbank, de Europese Commissie, de OESO en een aantal coalities van beleggers en investeerders – vandaag naar voren wordt geschoven. Dat project vertrekt vanuit het idee dat we de marktmechanismen en de innovatiekracht van het kapitalisme moeten aanboren om de transitie te maken naar een meer duurzame samenleving.

Anneleen: Of om het in de woorden van Thomas Friedman, de bekende columnist van de New York Times te zeggen: “Er is maar één iets groter dan moeder aarde, en dat is vader winst”. En daarom, zo beargumenteert hij, kunnen we vader winst maar beter mobiliseren om moeder aarde te redden. De vraag is natuurlijk of deze boutade wel klopt; of je people, planet en profit wel zo makkelijk kunt verzoenen? Kan sociale en ecologische doelstellingen nastreven en er tegelijkertijd ook nog eens winst mee maken? Wij denken alleszins dat er belangrijke redenen zijn om daaraan te twijfelen. In de praktijk zien we dat de profit meestal centraal blijft staan, er misschien een heel klein beetje planet wordt gered, maar lang niet genoeg, en sterk ten kost van de people. Het punt is dat de ‘groene economie’ volgens ons een verhaal is dat mensen verlokt, maar uiteindelijk is gebaseerd op een aantal ficties: alsof je groen kunt zijn maar tegelijk de kaart kunt trekken van ongebreidelde groei, alsof je altijd win-win situaties kunt creëren, alsof je met marktmechanismen sociale doelstellingen kunt realiseren, alsof je met emissiehandel ontwikkeling in het Zuiden kunt creëren.

Waar liggen volgens jullie de wortels van de crisis?

Matthias: De wortels van de huidige ecologische crisis moeten volgens ons teruggebracht worden naar het kapitalisme, met zijn ongebreideld groei- en winststreven, zijn focus op concurrentie en de korte termijn, de enorme sociale ongelijkheid waarop het steunt, en de privatisering en commodificering (het tot koopwaar maken) van alles wat men maar kan bedenken. Het neoliberalisme, waar we vandaag mee te maken hebben, kunnen we zien als een poging om dit kapitalistische model tot het uiterste door te voeren.

Anneleen: Eigenlijk is het gewoon absurd dat men kan denken (of mensen kan wijs maken) dat we ditzelfde model ook nog eens moeten toepassen om de ecologische crisis te keren. Want dat is uiteindelijk waar het project van de ‘groene economie’ over gaat. Overal moet een prijs op worden geplakt: van ‘ecosysteemdiensten’ die naar ‘waarde’ moeten worden geschat, tot het aankopen van ‘propere lucht’, of het spreken over ‘natuurlijk kapitaal’. Individuen moeten duurzaam gaan ‘consumeren’, bedrijven ‘groen’ of ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’, waar mogelijk moeten er nieuwe markten worden gecreëerd en tegelijkertijd wordt er volop geëxperimenteerd met nieuwe vormen van privé-eigendom en patentering, en dit allemaal zogezegd in naam van het milieu. Het gaat om de meest vergaande poging in onze geschiedenis om markttechnieken los te laten op ons leefmilieu. De vragen is natuurlijk waar dat toe gaat leiden. Wij denken alleszins dat er genoeg redenen zijn om ons hart vast te houden als we het typisch neoliberale recept ook nog eens gaan toepassen op de natuur.

Een van de punten waar jullie op focussen is de emissiehandel. Een slecht concept volgens jullie?

Matthias: Emissiehandel is het paradepaardje van de ‘groene economie’, en het prototype van wat we hier net aanhaalde. Het gaat om een zeer vergaande poging om de ecologische crisis via marktmechanismen te lijf te gaan. Men gaat niet enkel een prijs plakken op de uitstoot, maar ook een artificiële markt creëren om die uitstoot te verhandelen, en er op te speculeren. Er zijn vandaag zelfs in emissiehandel gespecialiseerde beurzen, waar een heel arsenaal aan financiële spitstechnologie wordt toegepast.

Anneleen: Het resultaat? Het emissiehandelsysteem heeft tot nu toe nauwelijks een bijdrage gehad aan de strijd tegen de klimaatverandering, maar het heeft wel mooie winsten opgeleverd voor heel wat bedrijven, en niet meteen aan de meest duurzame. Denk bijvoorbeeld aan BP, Shell, Esso, Arcelor Mital. Duidelijker kan het niet zijn dat in dit soort van maatregelen de ‘winst’ centraal blijft staan.

Matthias: Daarnaast zijn er nog tal van andere problemen aan het emissiehandelsysteem verbonden. Zo leidt het tot een arsenaal van ecologische en sociale catastrofes. Grootschalige damprojecten, biobrandstoffen of agro-industriële plantages van snelgroeiend gewassen: het zijn niet meteen projecten die bekend staan om hun duurzaamheid. Toch kan je met dit soort projecten binnen het emissiehandelsysteem emissiekredieten verwerven, die je vervolgens kan gebruiken om de eigen uitstoot te compenseren, of simpelweg te verkopen op de markt. Niet zelden wordt de lokale bevolking in het globale Zuiden van hun grondgebieden verjaagd, om er dit soort van projecten neer te zetten die de Westerse uitstoot zouden moeten ‘compenseren’. Het is niet voor niets dat emissiehandel een vorm van koolstofkolonialisme wordt genoemd. Het emissiehandelsysteem lijkt soms bijna een manier om toch maar niet te veranderen wat er echt moet veranderen: een energiesysteem gebaseerd op fossiele brandstoffen en een ongebreidelde groeilogica. Eigenlijk is emissiehandel letterlijk en figuurlijk lucht verkopen.

Is de ernst van de situatie met betrekking tot klimaatopwarming en andere milieuproblematieken al bij het brede publiek doorgedrongen?

Anneleen: Uiteraard niet. Anders zou er wel meer actie komen. Aan de andere kant is actie ook geen onmiddellijk gevolg van bewustzijn.  Mensen kunnen perfect heel bewust zijn dat er iets moet gebeuren, maar gewoon geen perspectieven zien om iets te doen, en omwille van die machteloosheid niets ondernemen, terwijl ze eigenlijk wel zouden willen. Een groot probleem vandaag is dat mensen zich nog erg moeilijk een alternatief kunnen inbeelden voor de huidige liberale marktmaatschappij, terwijl elke grondige analyse van de ecologische problematiek laat zien dat zo’n alternatief nochtans nodig is. Op die manier geraak je snel vast. Bovendien maakt diezelfde ideologie dat we onszelf voornamelijk zijn gaan zien als consumenten, en dat ‘strijd’ als het ware uit de mode is geraakt. Ook dat versmalt het handelingsperspectief. Het enige wat we nog lijken te kunnen doen is duurzaam ‘consumeren’, of bedrijven, via dialoog, te proberen overtuigen duurzaam te gaan ‘produceren’. Als die dialoog niet lukt, zit je vast. Je kwaad maken mag niet meer. Zelfs niet als je in de krant leest dat tijdens de voedselcrisis een bedrijf als Monsanto gigantische winsten maakt, terwijl de graanprijzen stijgen, en honderden miljoenen mensen honger hebben. Zelfs niet als datzelfde bedrijf vervolgens de eigen genetisch gemanipuleerde producten begint te ‘verkopen’ als groene oplossing voor de klimaatverandering. Als er dan ook nog eens het valse verhaal wordt opgehangen dat de markt de ecologische crisis wel gaat oplossen, is hek helemaal van de dam. Veel mensen weten dat dit verhaal niet klopt, maar het is niet zo makkelijk er tegen in te gaan.

In het boek schrijven jullie dat er in de huidige samenleving zich een postpolitiek klimaat aftekent. Dat klinkt als een paradox voor jongeren die zich politiek engageren.

Anneleen: Met ‘postpolitiek’ bedoelen we natuurlijk niet dat er geen partijen, parlementen of regeringen meer zijn. Wat we bedoelen is dat er nauwelijks nog plaats is voor fundamentele politieke discussies en debat. Het punt is dat de huidige ideologie zo dominant is geworden dat het erg moeilijk is zich in te beelden dat de maatschappij er ook heel anders had kunnen uit zien. Daarbij komt nog dat de conflicten en machtsongelijkheden die onderliggend zijn aan onze maatschappij voor een groot deel onzichtbaar gemaakt. Er wordt gedaan alsof onze maatschappij de simpele optelsom is van individuen, maar dat is natuurlijk onzin.

Matthias: We willen natuurlijk niet suggereren dat die postpolitiek ‘totaal’ is. Er zijn altijd mensen die zich engageren, en die ertegen in gaan, die macht, conflict en ongelijkheid laten zien, en naar de oppervlakte brengen. Maar het overheersende klimaat is er niettemin een waarin dat niet gebeurt.

Jullie zoeken een remedie tegen de crisis in ‘postkapitalistische alternatieven’. Wat kunnen we daaronder verstaan?

Matthias: Het komt er op aan dat belangrijke keuzes op democratische wijze door de gemeenschap worden gemaakt in plaats van ze over te laten aan de markt. Daarbij kunnen andere waarden en criteria spelen dan geld en winst. Je kan bijvoorbeeld rekening houden met de ecologische gevolgen en de lange termijn. Je kan inzetten op hernieuwbare energie, ook al weet je dat fossiele brandstoffen momenteel goedkoper zijn. Als je de marktprincipes laat varen, wordt het mogelijk om rekening te houden met een hele hoop dingen die nu uit de boot vallen. Ook al hebben zuivere lucht of biodiversiteit geen geldwaarde, het is evident dat ze toch uiterst belangrijk zijn.

Anneleen: Zijn het de financiële markten of is het de democratische gemeenschap die beslist wat de fundamentele investeringsprioriteiten zijn? Dat is de kernvraag. Als je het van op een afstandje bekijkt, is het toch absurd dat banken en andere financiële actoren beslissen waar de investeringsprioriteiten liggen? Hoe is het mogelijk dat zoiets essentieel als energievoorziening in handen is van privébedrijven als Electrabel die zich nauwelijks bekommeren om de sociale en ecologische gevolgen van wat ze doen? Hoeveel zonnepanelen, zonneboilers of windmolens kan je niet installeren met de miljarden euro’s winst die Electrabel jaarlijks uitkeert aan zijn aandeelhouders?

Het laatste hoofdstuk van het boek is getiteld ‘geen transitie zonder revolutie’. Is hier sprake van radicalisering?

Matthias: Revolutie betekent vele dingen: Greenpeace spreekt over energierevolutie, sinds kort heeft iedereen in de Arabische wereld de mond vol van revolutie. In de kern betekent het: op vrij korte termijn behoorlijk diepgaande veranderingen realiseren. In die zin lijkt het ons meer dan legitiem om dat woord te gebruiken voor de uitdaging waar we voorstaan. Het is natuurlijk niet zo dat we alles in één keer zullen kunnen veranderen. Maar het is wel belangrijk om diep bewust te zijn van de omvang van wat ons te wachten staat.

Wat kan een individu volgens jullie vandaag best doen om bij te dragen aan noodzakelijke systeemveranderingen?

Anneleen: zich informeren, zich organiseren, en op allerlei manieren aan de alarmbel trekken. We moeten de aandacht vestigen op wat er echt moet gebeuren: fossiele brandstoffen moeten blijven waar ze zitten, onder de grond, de winst- en groeilogica moet aan banden worden gelegd, de financiële sector gekortwiekt, en we moeten bewust inzetten op de transitie naar een duurzame samenleving los van de vraag of er winst mee kan worden gemaakt. Dat kan vele vormen aannemen: van initiatieven (zoals voedselteams of repairshops) die ons minder afhankelijk maken van de markt, tot manifestaties en directe acties die als doel hebben de ernst van de situatie zichtbaar te maken en vervuilende praktijken aan banden te leggen.

Matthias: Maar ook lid worden van de vakbond, een ngo of politieke partij is belangrijk. We gaan maar sterk genoeg zijn om iets te veranderen als we ons organiseren.

Anneleen: James Hansen, de bekende Amerikaanse klimaatwetenschapper, nam enkele dagen geleden ontslag bij de NASA, om zich volop te kunnen wijden aan klimaatactivisme. Wellicht kunnen we nog iets leren van zijn strijdvaardigheid.


[1] Ppm: ‘parts per million’. Aantal deeltjes CO2 per miljoen deeltjes in de atmosfeer.

[2] De Morgen, maandag 13/05/2013, pp 10-11

[3] Over Plato’s allegorie van de grot: http://nl.wikipedia.org/wiki/Allegorie_van_de_grot

[4] ‘Climate justice’ wordt gebruikt als een concept om klimaatverandering als een ethisch probleem te beschouwen, en daarbij in acht nemen hoe haar oorzaken en gevolgen betrekking hebben op de concepten van rechtvaardigheid.

[5] ‘Groen verzet’ in het magazine Peper, editie april/mei/juni 2013

No comments yet

Leave a Reply