Inleiding: De toekomst van discussiegroep Spartacus?

5 jun

Op de 24ste van augustus 2009 werd de eerste discussie van Spartacus gehouden, zo vertelt mij de website. Om onduidelijke redenen was ik daar zelf niet aanwezig, maar het moet een hele voorbereiding gevergd hebben. Om discussianten aanwezig te hebben die nog geen uitgesproken politiek traject hadden gekozen, maar ook verschillende leden en sympathisanten van de PVDA+, Groen, Rood! en de IKS te mogen ontvangen, moet een aardige discussie hebben opgeleverd. Zeker als ze met elkaar moeten overleggen wat ‘links’ nu werkelijk betekent. Feitelijk vinden we in die eerste discussie al het uiteindelijke doel dat Spartacus zou blijven volgen in haar werking: een poging tot het ontwikkelen van een standpunt dat niet noodzakelijk overeenkomt met dat van de eigen partij of wat voor ‘natuurlijk’ wordt aangezien in de rest van de maatschappij. Nee, het doel was veeleer een standpunt te ontwikkelen dat een inzicht zou verschaffen.

Met dit doel in de oorspronkelijke intentieverklaring heeft Spartacus een hele resem aan onderwerpen behandeld, en tot een vijftigtal mensen voor kortere of langere tijd actief doen deelnemen aan het proces van bekritiseren en doordenken. Die methode heeft bij veel mensen vaak een vorm van verbazing en naderhand een vorm van respect afgedwongen: een vriend van mij heeft ooit gezegd dat hij verwacht had een groep mensen aan te treffen die voor twee uren elkaar de strot poogden af te bijten om elkaar hun gelijk te ‘tonen’. De werkelijkheid is altijd verre van dat geweest. Er heeft in Spartacus nooit een gevoel van democratisme ontstaan: het idee dat alle ideeën aan elkaar gelijkwaardig zijn en dat het goed is dat verschillende meningen naast elkaar bestaan. Een sympathisant van de IKS heeft me correct getoond dat dit democratisme de spiegel is van cognitieve dissonantie en maatschappelijke passiviteit: in onze maatschappij willen we problemen soms niet meer uitdenken, en dit levert ons allerlei geestelijke onduidelijkheden en verwarringen op die we in ons dagelijks leven omzetten in verwarde daden of helemaal geen daden. Het doel was binnen Spartacus, en dit is haar grootste verworvenheid, een verlangen om inzicht te verwerven zodat er naarhand ook tot zinvolle actie zou kunnen worden gebruikt in de politieke strijd. Om dit punt nog wat te verduidelijken is het echter ook belangrijk dat Spartacus nooit een gevoel heeft voor ‘hiërarchie van kennis’. Naast een warsheid van democratisme heeft Spartacus nooit een diepe voeling gehad met academisme, waarin dat er wordt opgekeken tegen een soort ‘popsterren van de kennis’ die overal lezingen mogen geven om de waarheid te vertellen.

Spartacus heeft altijd gewerkt met een inleiding, maar die inleidingen waren om richting te geven aan de discussie en om een bepaalde denktrant en mening uiteen te laten zetten door de inleider. Hierin werd veel ruimte gelaten, omdat de inleider ook juist de ruimte moest krijgen om zijn eigen mening te ontwikkelen. Er is nooit een politiek programma voortgekomen uit de discussiegroep, waaruit de leden moesten putten. Spartacus is nooit een mantelorganisatie geweest, een lege huls waarin dat bepaalde meningen toegestaan waren en een aantal niet. Dat neemt niet weg dat een aantal soorten meningen altijd wat moeilijker hebben gelegen in de discussiegroep, maar niet om hun mening zelf. Voor discussianten die sterk verbonden zijn met partijpolitiek is het lastig om altijd hun eigen meningen in vraag te stellen. En voor een discussie is het niet genoeg om altijd maar het partijstandpunt te blijven herhalen, het moet ook beargumenteerd worden. De kennis die werd ontwikkeld in de discussiegroep was echter ook niet vrijblijvend: een verslag legde vast wat er aan ideeën was ontwikkeld. Niet alleen omdat dit een ‘vervelend taakje is dat nu eenmaal moet gebeuren’, maar omdat het reflecteert dat inzicht dat wordt ontwikkeld niet vrijblijvend is en moet worden gekoesterd en gebruikt.

Een van de problemen waarmee de discussiegroep echter mee heeft gekampt is een gebrek aan een soort formele structuur. Tussen de discussies door was er min of meer geen organisatie mogelijk. Eenmaal een onderwerp was vastgesteld bij de vorige bijeenkomst, was het niet meer mogelijk om in te spelen op de actualiteit.  Ook bleek het soms moeilijk om in te spelen op onvoorzienigheden. Als een inleider moeilijkheden had met een onderwerp te ontwikkelen zoals hij dat wilde, of wanneer dat inleiding duidelijk niet voldeed aan het ontwikkelen van een structuur voor de discussie, waren er geen echte formele aanspreekpunten om hem of haar daar bij te helpen. Een ander, terugkerend probleem was de fixatie op de autoriteit van een aantal personen om te bepalen wat er met Spartacus of aangelegen zaken zou moeten gebeuren. Hier heb ik soms zelf ook toe behoord, hoewel ik in mijn beste intentie niet alleen eender welk probleem kan doorzien. We kunnen raden naar het hoe en waarom dat in de discussiegroep misschien een gebrek was aan mondigheid. Het kan duiden op een gebrek aan een ontwikkeld organisatievermogen, een typische eigenschap van ons-soort-mensen. Immers, Spartacus was een organisatie met wisselende leden en meer vaste leden, en veel van ons die wel ervaring hadden met politiek waren het militantisme van de partijpolitiek gewend: luister, zwijg en doe zoals ik zeg! Van de andere kant waren die figuren soms ook bereid om hun eigen rol in de oprichting of de geschiedenis van de discussiegroep te gebruiken om te zeggen waar de discussiegroep over ging en hoe het zou moeten gaan in de discussiegroep. Ook wanneer dat niet helemaal oprecht was. Ook hier is een mea culpa van mij op de plaats.

Maar alle goede dingen, hoe goed ook, komen soms op hun einde. En voor mij, alsook voor anderen, is duidelijk geworden dat de discussiegroep misschien leeft op zijn laatste adem en niet langer onnodig moet lijden. Vijf jaar geleden was het niet moeilijk om vervanging te vinden voor de discussiegroep. Mensen waren direct enthousiast om zich te melden voor een debat over progressieve politiek. We zaten immers in een tijd van de grote politieke mobilisaties: Indignados, Occupy, bezette pleinen, etc. Zoals bij de vorige discussie over de toekomst van Spartacus werd ook benadrukt dat dit ook tot gevolg had dat de groepen die al snel het zwijgen worden opgelegd in onze maatschappij (omdat hen door burgerlijke partijen het gevoel wordt aangepraat dat ‘politiek niet voor hen is’ of ze gebruikt als ‘excuustruus’) bereid waren om naar Spartacus te komen. Het is misschien ook een teken van onze tijd dat we tegenwoordig zoveel meer moeite moeten doen om een discussie te hebben waarbij vrouwen aanwezig zijn. Immers, het is duidelijk dat de discussiegroep het nu al tijden niet goed meer doet. Er is een dalend aantal vaste leden, de vaste leden die over blijven voelen zich vermoeid en soms niet precies waarom dat de discussie zo slecht bezocht worden. Vervanging is er, zoals gesteld, helaas niet meer in overvloed. Mensen zijn nu eenmaal minder geïnteresseerd om verhelderende politieke discussies te hebben dan vijf jaar geleden.

Men zou kunnen beweren dat dit niet waar is, en dat we ons verkijken op het feit dat er op dit moment verkiezingen zijn, waarin nogal wat huidige en voormalige leden van onze discussiegroep bij betrokken zijn. Maar de discussiegroep bestaat nu al vijf jaar, en dat heeft tijdens haar eerdere discussies nooit een rol gespeeld. Juist dat het maatschappelijk debat weer is gesatureerd met oneliners, Facebook wordt overspoeld met nietszeggende reclameboodschappen voor of tegen of diegene partij, en dat geen enkel standpunt nog kan worden verduidelijkt zonder dat moet worden verwezen naar ‘de noodzaak om nu iets te doen tegen x, y, z’ is juist een teken van onze tijd. Er is geen ruimte meer voor debat in de hoofden van nogal wat mensen, en naar mijn bescheiden mening moeten diegenen die hebben meegedreven op de golf van de vorige maatschappelijke bewustwording proberen om hun discussie wellicht dieper te ontwikkelen maar minder in de breedte.

Het is daarom, met de zalvende woorden dat het Spartacus zijn functie heeft voldoen in de laatste vijf jaar en het besef dat politieke discussiegroepen nu eenmaal de functie hebben om richting te ontwikkelen (maar deze nooit kunnen uitvoeren), dat ik vaststel dat de Discussiegroep terminaal is en niet nog wordt verwacht wakker te worden. Dit betekent niet het einde van de discussie, of het einde van de mogelijkheid tot discussiegroepen in de toekomst. Maar de specifieke rol die Spartacus heeft gespeeld lijkt zijn beste tijd gehad te hebben. Ik kan me echter voorstellen dat mensen het hiermee oneens zijn. Ik stel aan hen voor dat ze hun eigen ideeën over deze ontwikkeling geven, en zouden kunnen tonen hoe dat de discussiegroep op dezelfde of op een andere manier verder kan. Of hoe dat de leden van Spartacus op een andere manier verder kunnen, maar dan niet als een discussiegroep.

No comments yet

Leave a Reply