Inleiding: Discussie 09/10/2012: Waarom is links verdeeld?

9 okt

Waarom is links verdeeld?

Waarom en hoe deze discussie?

Doorheen onze discussies, dit is ondertussen al de 23e Spartacusdiscussie, waren er veel overeenkomsten in kwaadheid en over wat er fout gaat in de wereld. Toch kwamen we vaak weer dezelfde tegenstellingen tegen (binnen de steeds wisselende groep).Dit heeft ons er toe besloten om als onderwerp ‘waarom is links verdeeld?’ te kiezen. De vorige discussies waren soms erg moeilijk om samen te vatten of waren soms een schijnbare herhaling van de voorgaande, waarbij dezelfde analyses en strategieën op een bepaald probleem geplakt werden zonder dat er extra diepgang kwam of dat er echt op die verschillen werd ingegaan. Ik vond dat we elkaar soms wat te veel in theoretische of historische beschouwingen over het onderwerp in kwestie of het nu de vakbond of de media was. Daarom dat ik erg blij ben met dit discussieonderwerp: de verdeeldheid van links. Eindelijk tijd om deze verschillen als onderwerp te nemen! Om te vermijden dat we dit zeer grote onderwerp in algemeenheden beantwoorden of dat jullie eerst een halfuur lijdzaam moeten luisteren naar mijn inleiding die toont wat ik allemaal weet en denk over het onderwerp, heb ik het concept van de inleiding een beetje veranderd.

Ik stel voor dat we de discussie als volgt structureren. Ik wil de discussie opdelen in drie delen, die we afzonderlijk en afgelijnd bespreken. Als we niet klaar geraken en die kans is reëel, denk ik, stel ik voor dat we de discussie volgende maand terug oppikken waar we hem vandaag stop zetten, aangevuld met het verslag van de discussie vandaag. Ik denk dat dit perfect toelaat om mensen die er vandaag niet bij waren toch aan te sluiten, en tegelijkertijd om beter verder te bouwen op het vorige.

Ik wil beginnen met een kort stukje over de kernwaarden van links. Ik wil in dit deeltje ook een soort van situering geven van de situatie waar de linkerzijde zich nu in bevindt. In plaats van dan verder te gaan, wil ik daar al de eerste keer stoppen om te discussiëren.

Dan kunnen we overgaan naar het tweede luik waar we stuk voor stuk één van de tegenstellingen bespreken die er volgens mij binnen de brede linkerzijde bestaan en zou ik willen dat iedereen vanuit zijn invalshoek en positie hierop reageert.Deze discussie kan leiden tot de vraag hoe we tot linkse samenwerking/solidariteit kunnen komen, over de verschilpunten heen zonder te vervallen in de clichés van ‘er is nood aan nieuwe arbeiderspartij of homogeen eenheidsfront. Dat is dan het derde luik. De discussie zal uitwijzen hoe dit mogelijk is. Ik wil langs deze weg dus een duidelijk oproep doen om deze discussie volgende keer verder te zetten.

Vraag 1: Vinden jullie dit een goede manier van werken?

Wat is links?

Voor we kunnen antwoorden op de vraag waarom ‘links verdeeld is’, moeten we een afspraak maken over wat links is. Ik denk dat dit heel belangrijk is. Dit is niet zomaar een leuk onderwerp is voor zelfverklaard intellectuelen, maar een belangrijke discussie voor iedereen die naar een meer rechtvaardige wereld wilt. Ik denk dat onze interpretatie en analyse van begrippen als links heel hard ons handelen en de dus de praktijk beïnvloedt. De term ‘links’, dat beginnen we nu te zien, is gewoon één van de vele termen die in elke omstandigheid een uitleg nodig heeft; het is een term die telkens weer concreet moet gemaakt worden. Iets is niet links, omdat het door een links politicus gezegd of gedaan wordt. Als in de DDR politieke vrijheden en burgerrechten volledig onder de mat geschoven werden, dan kan dat nog bezwaarlijk links genoemd worden. Als sociaaldemocraten hun missie herleiden tot iedereen moet werken, ongeacht de kwaliteit van de arbeid, en heel de samenleving ten dienste stellen van ‘de economie’ dan is dat niet links. We moeten dus niet zozeer kijken naar de retoriek (quasi iedereen is voor democratie, vrijheid, gelijke kansen, ecologische duurzaamheid), maar naar het handelen van actoren die zichzelf links noemen. Het is over de consequenties dat er binnen de linkerzijde eeuwenoude verschillen bestaan  en waar we het straks over zullen hebben. Langs de andere kant denk ik dat veel mensen die zich niet als links bestempelen zich achter de kernwaarden van links kunnen scharen. Links is een begrip dat heel veel betekenissen en bijbetekenissen gekend heeft ook voor mensen die zichzelf links noemen.

De pogingen van zelfverklaarde revolutionaire communisten, reformistische sociaaldemocraten en nationale bevrijdingsbewegingen om een links alternatief te bieden faalden door hun succes. Ze probeerden de wereld te veranderen via hun controle over het staatsapparaat. Ze bleven echter gebonden aan marktwetten, hun positie in het wereldsysteem en de cycli van het kapitalisme. Ze konden de belofte niet volledig inlossen en leidden tot een breed verspreid ongeloof in de mogelijkheid van politieke verandering en collectieve actie, wat tot een soort van defaitistische negatieve spiraal en een verzwakking van de linkerzijde in de krachtverhoudingen leidden.

De decennia daarna is bijna alles wat fout gegaan is op het conto van de ‘linkse kerk’ geschoven: de hoge schuldenlast: de schuld van de overheidsprogramma’s van links, problemen tussen bevolkingsgroepen: de schuld van het ‘alles kan, niets moet’ van de linkse Mei 68’ers, de hoge werkloosheid: de schuld van het pamperbeleid van links, etc.. Een groot deel van de linkerzijde heeft hierop gereageerd door een wat softere versie van rechts te worden in het beheren van de kapitalistische staat. Werkelijke linkse posities hoor je zelden of nooit in het debat en worden gedelegitimeerd met door historische associaties met Vadertje Stalin en Voorzitter Mao, die terecht een negatief stigma met zich meedragen. In dit klimaat wordt de economie gedepolitiseerd tot iets natuurlijks en alle kleine probleempjes los van elkaar gekoppeld. Ik wil mij voor een linkse definiëring baseren op een tekst die onlangs geschreven werd door professor Jan Blommaert:

Typerend is voor links is enerzijds een reeks principes en anderzijds een reeks gevolgen van die principes. Gekibbel en conflicten binnen links gaan vaak over die principes en gevolgen, over de consequentie waarmee men ze hanteert en over de voorwaarden waaronder men ze kan amenderen of opheffen…..Laat me beginnen bij de principes. Ik lijst ze even op; de lijst is kort:

1. Links staat voor universele vrijheid, gelijkheid, vrede, rechtvaardigheid en solidariteit, zet zich in om deze waarden in de realiteit om te zetten, en keert zich tegen alles wat dit proces belemmert of vertraagt.

 

2. Links heeft een bepaald mensbeeld waarin de mens veelzijdig is en niet tot één dimensie kan herleid worden. De mens is maar volledig vrij wanneer hij/zij zich volledig kan ontplooien in al zijn functies en capaciteiten: economische zowel als culturele, sociale, politieke. Menselijke waardigheid slaat op dit geheel van mogelijkheden tot ontplooiing. Links keert zich tegen alles wat dit mensbeeld tegengaat of verarmt.

 

3. Links staat voor een radicale democratie waarin eenieder volle rechten geniet als burger en volle verantwoordelijkheid opneemt voor die rechten. Links streeft naar een permanente democratisering van de samenleving en kant zich tegen elke afbraak van democratie.

Voor links kan er dus pas vrijheid zijn als iedereen ongeveer gelijk is in macht en mogelijkheden

Vraag 2: Waarom zijn jullie (al dan niet) links? Zijn links en rechts nog relevante termen voor julle?

Vraag 3: Kunnen jullie zich achter deze basiswaarden scharen?

Waarom is links verdeeld?

Ik kwam tot vijf essentiële punten van onenigheid binnen de linkerzijde. Ik denk dat we recente discussies over Syrië, de rol van de banken, de mening over de gemeenteraadsverkiezingen en de wenselijkheid van een vermogensbelasting kiezen, kunnen verklaren op basis van onderstaande verschilpunten. Verdeeldheid betekent niet dat samenwerking of solidariteit niet mogelijk is. Het is ook niet eigen aan de linkerzijde. De rechterzijde is evengoed verdeeld over fracties, partijen, landen enzovoort. In sommige gevallen leidt dit zelfs tot gewapende conflicten. Het verschil is dat zij de controle hebben over de productiemiddelen en ideologische staatsapparaten en dus ‘de macht hebben’. Hegemonie of samenwerking veronderstelt dus geen consensus over elk klein issue. Voor mij moet het verschil tussen rechts en links niet gaan over procenten besparingen, maar over de toekomst van ons wereldsysteem dat in diepe financiële, economische, economische, politieke en sociale crisis zit, waarbij zelf burgerlijke of klassieke denkers toegeven dat de normale recepten niet zullen volstaan. Het is aan de linkerzijde om te strijden voor een alternatief dat beter is dan het status quo.

Daarnaast zijn er de onderstaande verschilpunten, die er toe leiden dat sommige linkse partijen tot een klakkeloze aanvaarding van het wereldsysteem kwamen, maar ook dat vele linksen vooral bezig waren met elkaar te bestrijden. Sterker nog, ik denk dat de verschilpunten binnen de antikapitalistische linkerzijde op vele vlakken groter zijn dan het gene wat we in de mediadebatten voorgeschoteld krijgen als links-rechts debat. Toch denk ik niet dat die verschilpunten onoverkomelijk zijn en dat samenwerking en solidariteit mogelijk kan zijn. Niet door een nieuwe voorhoedepartij, maar door samenwerking in de strijd door discussie in de sfeer van occupy en de sociale fora binnen en tussen de ‘linkse’ partijen, middenveldsorganisaties, op de werkvloer, op de straat, op café, in de media, etc.

Ik heb vijf verdeelpunten voor links gevonden, die ik kort heb verbonden met mijn mening in stellingvorm. Ik stel voor dat we deze stelling, stuk per stuk bespreken. Indien de discussie zo verloopt kunnen we stellingen samennemen of van volgorde veranderen. Er bestaan vast nog andere verschilpunten over de houding ten aanzien van niet-links, de scheiding der machten, het bestaan van schaarste, kleinschaligheid versus grootschaligheid, maar deze kunnen volgens mij grotendeels ondergebracht worden in de onderstaande verschilpunten. Positionering hangt ook af van de historische context van krachtsverhoudingen.

 

Verschilpunt 1: Visie op de economie. Wie links is moet antikapitalistisch zijn

 Volgens mij is dit de meest fundamentele breuklijn in de geschiedenis van de linkerzijde. Er zijn linksen die het hele kapitalistische systeem afwijzen tot mensen die  streven naar een meer humaan en rechtvaardig kapitalisme.

Verschilpunt 2: De rol van de staat.  Als we een meer rechtvaardig, ecologisch verantwoord systeem dan is er een rol voor de staat

Met de staat heeft links steeds een ambivalente houding gehad. Het is het onderwerp van vele discussies geweest binnen de linkerzijde. De anarchisten in verschillende vormen en strekkingen vinden/vonden dat de staat altijd een repressief/hiërarchisch instrument is dat vernietigd moet worden en vonden niet dat politieke actie zich op de staat moest richten. Dit discours wordt de laatste tijd veel populairder met de bewegingen voor communes, coöperatieven of open-source software. Ze willen niet wachten  tot de  grote revolutie of de overheid handelt en proberen van onderuit kleinschalige samenwerkingsverbanden aangaan om in behoeften te voorzien. Voorbeelden gaan van gemeenschapstuinen, tot autodelen en energiecoöperaties.  Sommige communisten vonden dat men de macht over de staat moest grijpen om het kapitalisme af te kunnen schaffen en de ganse economische ontwikkeling verstaatst moest worden (al dan niet onder arbeiderscontrole) om haar zo uiteindelijk af te laten sterven. Reformistische sociaaldemocraten/groenen zien in de staat of de ‘overheid’ het instrument om via macht in het parlement de samenleving in een juiste richting te duwen. Bij deze laatste groep zien we steeds meer een afstand van het etatistische denken, naar een grotere rol voor ‘maatschappelijk verantwoorde ondernemers’ en publiek-private samenwerkingen.

Verschilpunt 3: Arbeiders als de actor van sociale veranderingen? Links moet erkennen dat de identiteit van mensen nooit louter zal samenvallen met hun positie in het productieproces, maar dat het wel de sterkste manier is om mensen te mobiliseren

 Wie is de actor van de sociale verandering? Wie moet de revolutie doorvoeren en hoe? Daar is al veel inkt en zelfs bloed over gevloeid. Zijn alle tegenstellingen in de maatschappij terug te brengen op de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal? Of vormen zaken zoals vrouwenrechten, migranten, holebi’s, het milieu andere tegenstellingen die verschillen van de strijd tussen de werkenden en de werkgevers. Klassiek is het beeld van links dat de belangen van de ‘werkenden’, ‘de arbeidersklasse’, of het ‘proletariaat’ verdedigt. Sommige linkse organisaties spreken consequent over de arbeidersklasse i.p.v. de linkerzijde. Die moet worden verenigd in een politieke partij die al dan niet deelneemt aan verkiezingen. Het deelnemen aan verkiezingen is een ander verdeelpunt. Andere linkse partijen voor wie het socialisme meer een ethisch project is, zien de hele (nationale) bevolking als een mogelijke kiezer voor links. Dat zien we erg sterk bij de recente slogan van groen: Groen werkt voor iedereen of in de slogan: tstad is van iedereen. In de jaren 1960-1970 waren er ook linkse denkers die niet meer geloofden in de kracht van het westerse proletariaat, maar mikten op de arbeiders in de periferie van de wereldeconomie, studenten, werklozen, verpauperde migranten. Andere linkse denkers zien meer heil in voortrekkers die zich uit het kapitalisme trekken.

Verschilpunt 4: De rol van verkiezingen? Parlementaire versus buitenparlementaire actie. Gebruik verkiezingen voor wat ze waard zijn: een verdedigingsmechanisme: niks meer, niks minder

Deze vormen een ander twistpunt binnen de linkerzijde die veel andere tegenstellingen reflecteer en al vanaf de 19e eeuw speelt.  Het leidde tot discussies en scheuringen binnen de Tweede Internationale tussen ‘democratische socialisten’ die zich verzetten tegen de dictatuur van het proletariaat en zich focuste op de strijd voor algemeens stemrecht en de ‘revolutionaire socialisten’ die verkiezingen automatisch als bourgeois afschilderden en stelden dat de werkelijke macht zich niet in het parlement bevindt. Maar ook binnen groenen tussen mensen die de groenen als een anti-partij zagen, een buitenparlementaire oppositiepartij die haar zitjes in het parlement vooral als kanaal zag om haar programma in de publieke sfeer bekend te maken en de andere partijen in een bepaalde richting te duwen, een beetje zoals de piratenpartij nu, tegenover de ‘realos’ die de groenen als een beleidspartij zagen die in de regering moest komen en dus het politieke spel moet meespelen. Anderen vinden dat het parlement weer veel te centralistisch en zijn voor directe democratie, zonder partijen of volksvertegenwoordiging, op veel kleinere schaal.

Verschilpunt 5:Internationalisme versus socialisme in één land. Alle linkse projecten zijn op hun limieten gestoten omdat het zuiver nationalistische projecten waren, maar tegelijkertijd kunnen we niet voorbij het belang van naties in de mobilisatiekracht van mensen.

 Links pretendeert internationale, zelfs universele waarden te verkondigen en is tegen ongelijkheid op basis van afkomst of economische positie. Hoewel veel linksen mooie woorden hebben  over kosmopolitisme, Europese samenwerking of een meer democratische Verenigde Naties zien we dat de meeste linkse projecten zuiver nationale projecten zijn geweest. Links mag dan wel huiveren van etnisch nationalisme, in de praktijk is ze niet veel internationalistische geweest dan de hedendaagse NVA. Een Europees of Belgisch nationalisme verschilt niet fundamenteel van een Vlaams nationalisme.‘Links’ is dus niet automatisch internationalistisch geweest. Sociaaldemocratische regeringen hebben in de praktijk even goed meegedaan in de concurrentie om kapitaalinvesteringen als rechtse regeringen en soms zelfs  het voortouw genomen zoals de roodgroene regering Schröder in Duitsland. Ook op militair vlak hebben ‘Linkse’ regeringen allemaal de belangen van bepaalde staten of machtsblokken gekozen, boven het belang van  de internationale klasse of linkerzijde. De Eerste Wereldoorlog is hier het meest afschuwelijke voorbeeld van. Later door de keuze voor de  NAVO, of het Warshaupact. De ‘democratische’ linksen deden  doen dit in naam van de vrijheid of humanitaire waarden. De ‘socialisten in één land’ van de Sovjetunie en Cuba onder het mom van ‘anti-imperialistische of anti-fascistische strijd’. Doordat linksen zich hebben laten verdelen in nationale staten en de identificatie met de staat (of met andere landen) boven de realisatie van het linkse project hebben geplaatst, heeft de linkerzijde zich ook nog eens verdeeld volgens de landsgrenzen.

 

Laatste vraag: hoe kunnen we tot linkse samenwerking komen?

No comments yet

Leave a Reply