Inleiding – Duurzame ontwikkeling?

13 okt

Kan de politiek van ‘duurzame ontwikkeling’ de aangekondigde ecologische ramp voorkomen?

Discussie van dinsdag 10 november 2009

In december zullen de Verenigde Naties in Kopenhagen een internationale klimaatconferentie houden dat moet leiden tot een nieuw verdrag, als vervolg op het Kyotoprotocol, dat alle landen ertoe moet aanzetten om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verlagen. Zulke conferenties zijn niet nieuw: sinds de jaren ’60 is er al een resem bijeenkomsten geweest met als doelstelling de bescherming van milieu en mens.[1] Telkens blinken deze conferenties uit in beloften, maar steeds opnieuw blijken ze niet in staat de toename van sociale en ecologische rampen te stoppen.

Dit falen blijkt duidelijk uit volgende feiten die de wereldsituatie op sociaal en ecologisch vlak schetsen.

  • De atmosferische niveaus in koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH4) zijn op hun hoogste niveau sinds 650 000 jaar geleden, waardoor de gemiddelde temperatuur op aarde in de komende honderd jaar tussen 1,1 en 6,4 graden Celsius zou stijgen met de rampzalige gevolgen van dien.[2] Momenteel heerst er in zeven Oost-Afrikaanse landen, waaronder Kenia, Somalië en Ethiopië, de meest ernstige droogte van de afgelopen 10 jaren. Tienduizenden dieren bezweken aan het gebrek aan water. 23 miljoen mensen lopen gevaar, ondermeer omdat de bevolking door herhaalde mislukte oogsten door haar voedselreserves heen is.[3] Ter vergelijking: de droogte van 1984 in Ethiopië leidde tot 250 000 à 1 miljoen doden.[4] In de toekomst zal door de klimaatopwarming dit soort fenomenen almaar toenemen.
  • Bijna één op de zes Europese zoogdiersoorten is bedreigd met uitsterven en alle beviste mariene soorten zouden kunnen ineenstorten tegen 2050. De afname van bijen, vleermuizen en andere vitale bestuivers brengt de landbouwgewassen en ecosystemen in Noord-Amerika in gevaar. Het is dan ook niet toevallig dat 2010 in het teken staat van de biodiversiteit – of moet ik zeggen: “biohomogeniteit”?
  • De vervuiling heeft ook een heel rechtstreekse impact. Zo veroorzaakt de stedelijke luchtvervuiling 2 miljoen vroegtijdige doden per jaar.
  • Dan heb je nog de armoede en de oorlog: 2,5 miljard mensen van de totale wereldbevolking (bijna 7 miljard mensen) leven op minder dan 2 dollar per dag[5] en we kunnen stellen dat er sinds WOII geen moment voorbij ging zonder een oorlog op de wereld[6], oorlogen die trouwens een gigantische impact hebben op de ecologie van de aarde.

Al deze problemen bestonden al voor de laatste brutale uiting van de crisis, de meest hevige sinds die van ’29, en het is vrijwel zeker dat de aanhoudende crisis al deze fenomenen zal versterken. De titel van deze discussie is in feite slecht gekozen: de ramp kondigt zich niet meer aan, we zitten er middenin.

Duurzame ontwikkeling?

Om de mensheid en haar planeet te redden stellen de wereldleiders ons vandaag ‘duurzame ontwikkeling’ als oplossing voor. Wat is deze ‘duurzame ontwikkeling’? “Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheid voor toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in gevaar te brengen” zegt het Brundtland-rapport[7] ons. Tegen deze vage definitie kan niemand gekant zijn. De bourgeoisie blinkt dan ook uit in wazige stellingen als het om menselijke behoeften gaat.

Het wordt heikel wanneer we naar de concrete invulling van het begrip kijken. Duurzame ontwikkeling gaat volgens Brundtland om een ontwikkeling die erin slaagt de ecologische, economische en sociale noden en behoeften tegelijkertijd te voldoen door ze op elkaar af te stemmen. Zo heb je bedrijven als Ecover die schoolvoorbeelden zijn wat betreft duurzaamheid, omdat zij ‘groene’ afwasmiddelen produceren, zorgen voor werkgelegenheid en tegelijkertijd winst maken (ook tijdens de laatste heropleving van de crisis). Ze komen dus respectievelijk tegemoet aan “ecologische, sociale en economische behoeften”.

Maar globale problemen, vragen om globale oplossingen. Niet enkele bedrijven, maar de volledige wereldeconomie moet omgevormd worden tot een ‘groene economie’. Dat kan alleen als alle staten zich achter deze duurzame ontwikkeling scharen. De 50 miljoen nieuwe werklozen van het afgelopen jaar,  plus de oude werklozen, plus de huidige loontrekkers, plus de miljoenen werkers die rottige deeltijdse baantjes doen, moeten immers worden opgevangen in een ecologisch verantwoorde economie. Hoe wil de bourgeoisie de huidige kapitalistische economie echter tot een ‘groene’ maken?

Dodelijke concurrentie

De geplande conferentie van Kopenhagen zou moeten leiden tot een betere samenwerking tussen staten tegen het ecologisch verval. Maar kunnen ze wel coöpereren? Zijn ze in staat gezamenlijk de wereldmarkt in een duurzame richting te stuwen? Laten we even redeneren binnen de grenzen van het systeem. Stel dat het kapitalisme op een ecologisch verantwoorde wijze kapitaal accumuleert, dan hebben we te maken met een ecologisch duurzaam kapitalisme. Om deze maatschappij tot een ‘groene’ om te bouwen zijn er echter diepgaande veranderingen nodig in industrie, infrastructuur, ruimtelijke ordening… die enorme investeringen vereisen in onderzoek, technologie, arbeidskrachten… Als die investeringen niet rendabel zijn op een voldoende korte termijn, zal de economie in haar geheel deze stap naar duurzaamheid niet wagen. In een oververzadigde markt heerst immers steeds de dreiging van failliet, vanwege de bikkelhard concurrentie. De staat moet bijgevolg interveniëren met premies, verboden en andere instrumenten om de markt in een ‘groene’ richting te sleuren.

Deze logica vergeet echter dat het kapitalisme verdeeld is in nationale economieën die onderling concurreren voor een zo groot mogelijk deel van de wereldmarkt. De staat bevindt zich daarbij niet boven de ‘vrije’ markt, maar maakt integraal deel uit van het syteem. Er heersen bijgevolg voortdurend belangenconflicten tussen staten op zowel economisch als strategisch vlak. Het is deze concurrentie die het ontstaan van een duurzame wereld onmogelijk maken. Dat werd ondermeer duidelijk toen G. W. Bush in een toespraak (juni 2001) het Kyotoverdrag verwierp om 2 redenen: (1) het zou een negatieve impact hebben op de economie van de VS met ontslagen voor werkers en prijsverhogingen voor consumenten als gevolg, (2) het verdrag zou niet gelden voor India en China, twee van de grootste bijdragers inzake klimaatopwarming.[8] We kunnen ons zelfs afvragen of het Kyotoprotocol werkelijk tot doel heeft de uitstoot van broeikasgassen aan banden te leggen of eerder een manier van oorlogvoering is door via verboden en geboden andere landen te remmen in hun economische ontwikkeling, opdat bepaalde imperialistische verhoudingen zouden blijven of verschuiven.

Natuur als waar

Naast de kapitalistische concurrentie is er volgens mij een andere reden waarom duurzame ontwikkeling in het kapitalisme onmogelijk is en die te maken heeft met de privatisering van de natuur.

De sleutel tot duurzame ontwikkeling ligt volgens sommige burgerlijke theoretici (de ‘neoklassieke’ economen) in het beter integreren van het milieu in het marktmechanisme. Een voorbeeld ter verduidelijking: de uitstoot van vervuilende gassen door een fabriek brengt bepaalde indirecte financiële kosten met zich mee, zoals de ziekenhuiskosten van mensen die door de verontreiniging zijn aangetast of zoals de schade aan landbouwgewassen in de omgeving. Die kosten zouden dan als ‘prijs’ moeten dienen voor de uitstoot van zulke gassen. Door deze ‘internalisering’ van milieuverontreinigingkosten in de markt zou elke ongewenste impact op mens en natuur worden verminderd door de dynamiek van het marktsysteem zelf. Het komt er dan enkel op aan de planetaire ecosystemen hun goederen en diensten[9] te definiëren om ze vervolgens tot een waar te maken, dat dan net als alle andere waren aan de marktwetten van vraag en aanbod onderhevig is. Eventueel kunnen er nog bijzondere marktmechanismen en ‘beleidsinstrumenten’ tussenkomen om de prijzen van de ‘milieuwaren’ te beïnvloeden om een gewenst niveau van natuurbescherming te bekomen. M.a.w. de staat kan bepaalde regels opleggen om de markt te sturen. Dat is de theorie.

Is de natuur echter een waar? Is de natuur een nog te ontdekken markt? En is die ‘internalisering’, die in feite een soort privatisering van de natuur inhoudt, zo heilig als economen beweren? Bossen bestemd voor de houtindustrie maken zonder twijfel al deel uit van de kapitalistische economie. De meeste van dit soort bossen worden gekenmerkt door een extreme verdeling en simplificering van wat het woud vroeger was. Zo ook in de moderne landbouw waar gigantische velden van maïs, rijst, suikerriet tegenwoordig de norm zijn. Hoewel er gewassen op groeien, zijn deze monoculturen in feite woestijnen: geen ander dier of plant kan hierop leven. Zijn de landbouwgewassen ook geen voorbeeld van ‘internalisering’ van natuur in de markt?

Zal de markt daarenboven de juiste prioriteiten inzien? Zal zij een bedreigde (en geprijsde) vogelsoort kunnen beschermen tegen het verlies aan habitat dat zelf een gevolg is van de uitbreiding van de landbouwsector? De vele wetten en regels die de staat oplegt aan de markt, al dan niet ter bescherming van mens en milieu, geven weer hoe kunstmatig en geforceerd die “ecologische, economische en sociale noden en behoeften” op elkaar moeten worden afgestemd. Er lijkt een voortdurende druk tegen deze noden en behoeften te bestaan.

Neen, de verdere privatisering en integratie van natuur in de wereldmarkt zal haar volgens mij niet ten goede komen, maar haar enkel nog meer onderwerpen aan de werkelijke drijfkracht van het kapitalisme: de accumulatie van kapitaal. Het is dit winstbejag die het kapitalisme over de wereld heeft gedreven en een permanente druk uitoefent op elk ecosysteem. De dorst naar steeds meer winst in een wereld met eindige hulpbronnen is een fundamentele tegenstelling van het kapitalisme, die vooral in de vervalfase van de maatschappij tot uiting komt. Het is ook deze tegenstelling die duurzame ontwikkeling binnen de grenzen van het kapitalisme onmogelijk maakt.

Yann /oktober 2009


[1] 1968: Biosphere, Intergovernmental Conference for rational Use and Conservation of the Biosphere (UNESCO). 1972: UN Conference on the Human Environment/UNEP. 1977: UN Conference on Desertification. 1984: International Conference on Environment and Economics (OECD). 1992: Earth Summit, UN Conference on Environment and Development (UNCED). 1995: World Summit for Social Development. 2000: UN Millenium Summit and the Millenium Development Goals. 2002: World Summit on Sustainable Development. Etc.

[2] IPCC Fourth Assessment Report, Working Group I Report “The Physical Science Basis”, 2007

[3] De Standaard, 30 september

[4] International Institute for Sustainable Development, The sustainable development timeline, 2007

[5] State of the World, chapter 1, Worldwatch Institute, 2008

[6] 1939-1945: WOII, 1946-1975: Vietnamoorlog, 1950-1953: Koreaanse oorlog, 1954-1962: Algerijnse oorlog, 1966-1998: ‘The Troubles’ in Ierland, 1980-1988: Irak-Iranoorlog, sinds 1962: oorlog in Burundi, sinds 1964: Colombiaanse oorlog, sinds 1975: oorlog in Angola, sinds 1983: oorlog in Soedan, sinds 1991: oorlog in Tsjetsjenië, sinds 1991: Joegoslavische oorlogen, sinds 2001: oorlog in Afghanistan, sinds 2003: oorlog in Irak, Joegoslavische oorlogen. Etc.

[7] Brundtland Rapport: Rapport van de World Commission on Environment and Development dat sociale, economische, culturele en milieukwesties en globale oplossingen samenweeft. Het is dit rapport dat de term ‘duurzame ontwikkeling’ populariseerde.

[8] Foster, Ecology against capitalism, 2002

[9] Ecosystemen leveren ‘goederen en diensten’ (goods and services) aan de mens, bijvoorbeeld: een bos levert ons hout, een mangrovewoud buffert tsunami’s en biedt daarmee bescherming aan de kustbewoners…

Verder lezen

4 Responses to “Inleiding – Duurzame ontwikkeling?”

  1. Georges oktober 24, 2009 at 10:16 am #

    Goedenavond Spartacus-discussiegroep,

    Duurzame ontwikkeling is volgens mij geen onmogelijkheid in het kapitalisme, het zou de zoveelste verandering van het technische productieproces in het kapitalistische tijdperk zijn. Zoals Marx het al zei is de technische basis van het kapitalistisch productieproces constant in verandering en haar basis is daardoor revolutionair: – in Het Kapitaal beschrijft hij de ontwikkeling van alle verschillende productieprocessen, die het kapitalisme opgebouwd en afgebouwd heeft, om uiteindelijk bij de altijd veranderende machine te komen. Het volstaat om het fordisme, het toyotisme en de invoering van de computer en het internet in acht te nemen, om van de onophoudelijke verandering van deze basis ten volle bewust te worden.

    Wanneer en hoe de invoering van een groen productieproces geschied, zal echter afhangen van de sociale omstandigheden. Ik denk niet dat de bourgeoisie per se zo blind is, dat ze de toenemende gevolgen op haar eigen systeem niet kan inzien en ons dus noodgedwongen in de zelf-vernietiging zal voeren. Hoewel dit natuurlijk mogelijk is, denk ik niet dat het op voorhand vast ligt, ik ben dus geen fatalist en ik geloof niet, dat de tijd noodzakelijkerwijze in ons nadeel tikt. Ik denk dus niet, dat de wereld en daarmee het kapitalisme ten onder zal gaan aan ecologische problemen, net zoals ik denk, dat er nooit een economische crisis zal zijn, die een einde zal maken aan het kapitalisme; de enige dood, die het kapitalisme te wachten staat, is de machtsovername door een andere sociale groep, die een andere sociale organisatie met andere sociale interesses tot stand brengt. De beweging van de menselijke geschiedenis is vooral een sociale gebeurtenis, dus niet een economische of ecologische.

    Sterker nog, ik denk, dat de invoering van groene productieprocessen, duurzame ontwikkeling, bio-producten enz. een technische mogelijkheid en economische noodwendigheid geworden is voor het verdere bestaan van het kapitalisme (zie verder), maar de noodzakelijke implementering van dit nieuw productieproces toont in haar concretisatie alle onmenselijke criteria en contradicties, die in het kapitalisme heersen. Hoewel haar invoering dus mogelijk en waarschijnlijk is, zal haar invoering en haar vorm niet berusten op de behoeftes van de meerderheid der mensen. Enkel een besef op die hoogte, kan leiden tot een actie van gelijke omvang (sociale revolutie). Een ecologist is misschien een technologische revolutionair, maar zeker geen sociale revolutionair.

    Dat de technologische kennis reeds bestaat en dat het kapitalisme vooruitgangen boekt op dit veld, betwijfelt denk ik niemand. Een groen productieproces, dat bovendien ook nodig zal zijn in het communisme, is dus zeker technisch mogelijk. Haar economische waarschijnlijkheid is iets minder voor de hand liggend. Ik wens met een ander voorbeeld te beginnen, om dit aan te tonen: de verkorting van de arbeidsdag in de 19de eeuw in England. Zoals Marx zegt over de regularisatie en daardoor verkorting naar 10 uren van de arbeidsdag (zie hoofdstuk over de Factory Acts in Het Kapitaal Band 1):

    “What strikes us, then, in the English legislation of 1867, is, on the one hand, the necessity imposed on the parliament of the ruling classes, of adopting in principle measures so extraordinary, and on so great a scale, against the excesses of capitalistic exploitation; and on the other hand, the hesitation, the repugnance, and the bad faith, with which it lent itself to the task of carrying those measures into practice.”

    Wat aan dit voorbeeld duidelijk wordt, is dat het kapitalisme soms gedwongen wordt wetten – met veel tegenzin en halve beloftes («hesitation, repugnance, bad faith») – toch in te voeren, die in principe tegen haar logica lijken in te gaan (de verkorting van de arbeidsdag betekende een directe vermindering van de winsten, indien de reële lonen constant bleven), maar waartoe ze gedwongen wordt, indien ze haar eigen basis en toekomst niet wil ondermijnen of wil uitbreiden. De verkorting van de arbeidsdag was nodig door het verhoogde arbeidstempo van de opkomende mechanisatie, de vraag naar geschoolde arbeiders en de stijgende sterftecijfers te wijten aan de gevaarlijkere machines. Deze doorvoering van de regelgeving heeft contra-intuitief een enorme ‘boost’ gegeven aan het Engels kapitalisme, zoals Marx het in dat hoofdstuk beschrijft: fittere arbeiders, beter geschoold, hogere leeftijdsverwachting, betere benutting van machines, eliminatie van de zwakkere kapitalisten, waarvan de
    winsten meer berustte op lange werkdagen als het gebruik van machines, enz.

    Hetzelfde kan men zeggen over de grotere ecologische problemen. Hoe meer ecologische rampen, hoe meer problemen het kapitalisme indirect zelf gaat hebben. Niet alleen brengt het steeds meer van haar eigen machines en fabrieken in gevaar, waardoor het de kosten van fabrieken verhoogd, maar het verlaagd ook de productiviteit van vele producten (slechtere graaninkomsten, hogere bouwkosten tegen grotere stormen, slechtere weersvoorspellingen, die heel het transport van goederen in problemen brengt, enz.). Het gemak waarmee het kapitalisme de natuur uitbuit zal door de toenemende ecologische rampen bemoeilijkt worden. Dit heeft een direct gevolg op de algemene productiviteit. Er is een heel mooi citaat van Marx betreffende dit punt:

    «Wie die geschichtlich entwickelten, gesellschaftlichen, so erscheinen die naturbedingten Produktivkräfte der Arbeit als Produktivkräfte des Kapitals, dem sie einverleibt wird.»
    «not only does the historically developed social productiveness of labour, but also its natural productiveness, appear to be productiveness of the capital with which that labour is incorporated.»

    Wat hij hier zegt is als volgt te begrijpen: de mens leeft in de natuur, waardoor naast de productiviteit van de mens (lees: de beheersing van een groep mensen door een andere groep) ook de ‘productiviteit’ van de natuur (lees: de beheersing van de natuur door de mens) in de productiviteit van het kapitalisme telt.

    Wat betekent dit concreet? Met tegenzin beseft de bourgeoisie dat ze haar productieproces moet aanpassen opdat ze in de toekomst niet voor onverwachte toestanden komt te staan, die haar productiekosten verhogen en haar beheersing van de natuur in het gedrang brengen, die haar winsten kunnen doen zinken. De groenen zijn de politieke fractie van de bourgeoisie, die dit besef uiten. De recente groene subsidies en tarieven tonen de staatsinterventie, die elke kapitalist dwingt hiermee rekening te houden – net zoals dit nodig was voor de Factory Acts.

    Een duurzaam productieproces zou een verdere beheersing van de natuur door de mens betekenen, het zou de actuele korte termijn beheersing vervangen door een beheersing op lange termijn, en het zou de natuur nog verder omvormen naar de wensen van het kapitaal: beheersbaar, voorspelbaar, efficiënt, etc. Zo heeft ze de arbeiders ook graag. Duurzame ontwikkeling in het kapitalisme betekent niet, dat de natuur zoals ze nu of vroeger bestaan heeft, toegelaten wordt. Nee, de interactie tussen mens en natuur zal zodanig gevormd worden, dat de kosten voor deze interactie lager liggen als de verliezen gemaakt aan het behouden van de oude interactievorm. Indien de ecologisch gevolgen op het economische niveau steeds groter worden, wordt het steeds interessanter voor het kapitalisme, om een nieuwe interactie met de natuur aan te gaan. Deze nieuwe interactie – duurzame ontwikkeling genoemd – zal doorweekt zijn met de criteria van het kapitalisme.

    Met dit inzicht kan men begrijpen waarom de bourgeoisie wel degelijk omschakelt naar een groenere productie, al gebeurt dit natuurlijk enkel omwille van de behoeftes van haar kapitaal en niet omwille van de behoeftes van de natuur of de mens. In deze omschakeling zullen er veel hesitaties zijn door de onderlinge competitie (de manoeuvres in Kyoto en Kopenhagen, om toch de ander te laten betalen voor de veranderingen zijn werkelijk karikaturaal), maar ze is ertoe gedwongen, indien ze haar systeem in een rendabele stand wil behouden. Het grootste obstakel is de rivaliteit tussen de kapitalisten, zowel op nationaal als internationaal vlak, maar indien de ecologische problemen zich steeds heviger op globaal vlak uitten, zullen ze op globaal vlak een globaal antwoord vereisen.

    Om het in de woorden van de Italiaanse cineast Visconti te zeggen, die naar de politieke beslissingen van de Sicialiaanse heersende klasse, ingevoerd om tegenover de sociale veranderingen in de 19de eeuw zich als heersende klasse te handhaven, refereerde:

    «Opdat alles gelijk blijft, moeten er dingen veranderen»

    Georges

  2. Yannick november 2, 2009 at 1:57 pm #

    Dag Georges,

    Volgens jou zou het kapitalisme uit pure overlevingsdrang op een ecologische productiemethode kunnen overschakelen. Hoewel het op het eerste zicht heel logisch klinkt, is het volgens mij toch niet mogelijk.

    Je moet er rekening mee houden dat we in de kapitalistische vervalfase zitten, de imperialistische fase (dixit de Comunistische Internationale, Lenin, Luxemburg, Bukharin, Gorter…), waarin een militaire strijd heerst om de controle over de quasi verzadigde markten van de planeet. Om tot een ecologische economie te komen, moeten er lange-termijn investeringen gebeuren en die kunnen de concurerrerende staten zich net niet permitteren, want dat zou een verzwakking van hun imperialistische positie met zich meebrengen. Tenzij alle staten collectief beslissen deze ecologische economie door te voeren, die niet louter technologisch kan zijn, maar ook een verandering in infrastructuur, economische organisatie, etc. inhoudt. Dat betekent concreet dat de bourgeoisie in staat zou zijn om zich te verenigen over haar interne belangenconflicten heen om haar eigen bestaan op lange termijn te garanderen. Zo rationeel en bewust is ze volgens mij echter niet, kan ze niet zijn. De enige bedreiging die deze vereniging kan waarmaken is de proletarische revolutie. Denk aan de stopzetting van WOI om de Russische Revolutie neer te slaan met de witte legers, maar ook de gedeelde leugens over de zogenaamde ‘communistische’ regimes.

    Voor mij blijft de retoriek omtrent duurzame ontwikkeling in de eerste plaats een rookgordijn voor het proletariaat en misschien is het ook een soort drug voor de bourgeoisie zelf, de perspectiefloze klasse. De technologische ‘revolutie’ die de bourgeoisie belooft is niet van dezelfde aard als die van de 19de E. Ik verwijs hier naar het artikel van de IKS over duurzame ontwikkeling en citeer:

    “(…)

    The green economy is hardly the magic bullet that will save capitalism from itself. The comparisons of the green economy to the so-called “computer technology revolution” are spurious. This is no new technological revolution that will transform society the way the industrial revolution was able do when it transcended natural production and permitted the development of modern manufacturing, which decreased costs and increased production and helped raise the standard of living. When capitalism was a historically progressive system, capable of expanding the forces of production, when new technologies and new industries arose, they produced millions of new jobs, even as they may have destroyed old jobs and industries. So for example, the rise of the automobile industry, though it largely destroyed such industries as blacksmithing and buggy manufacturing, created millions more jobs in the auto, rubber, steel, aluminium, petroleum and allied industries. However today, in a crisis of global overproduction, insofar as it was able to reduce production costs and increase productivity, computer technology didn’t revolutionise the economy, didn’t enable the system to overcome its economic crisis, but on the contrary actually aggravated the crisis of overproduction.

    The notion that fixing the mess that capitalism has created over the past century is the basis for economic progress is a complete fallacy. It’s like saying that Hurricane Katrina which devastated New Orleans in 2004 was good for the economy because it created thousands of new construction jobs and makes possible economic growth. This kind of ideological sleight of hand only works if you leave out of the equation all the human suffering (death, dislocation, poverty) and destruction of productive forces, housing, schools, hospitals, etc. that was caused by Katrina. Fixing something that’s broken is not “revolutionising” the economy.

    Is the green economy a magic bullet?

    In any case, all the hype about how the green economy will produce new jobs is rubbish. A study commissioned by the US Conference of Mayors projects an increase in green jobs in the US from about 750,000 today to 2.5 million in 2018, an increase of 1,750,000 jobs – much more modest than Obama’s prediction of 5 million jobs. However, academic researchers from such universities as York College in Pennsylvania, the University of Illinois and University of Texas Arlington have challenged the Mayors’ projections as wildly inflated, because they pad the job numbers with clerical and administrative support positions that have no direct involvement with clean energy production. In any case, even if Obama’s inflated claims were accurate, five million new green jobs over ten years would be a drop in the bucket in this economy. Since the current recession began in December 2007, the American economy has lost nearly 6 million jobs to lay-offs and the economy needs 125,000 to 150,000 new jobs a month, or 1,500,000 to 1,800,000 jobs per year, just to absorb new workers coming of age and entering the workforce and keep unemployment stable. Thus, the alleged five million new jobs that will be created “easily” over a period of ten years will not even compensate for all the jobs destroyed in the last 18 months of the current recession!

    Nor would the new green jobs compensate for the jobs lost in the oil, gas, coal, nuclear, and automobile industries that would result from the wholesale shift away from fossil fuels in what they call the “black” economy. The highly promoted cap-and-trade program which allows polluting companies to trade allowances to pollute which has already been in place in Europe for four years has yet to have any positive benefits, as emissions levels have increased in the those countries.

    Capitalist enterprises will only switch to environmentally friendly practices and investments if there are profits to be made. Since these new technologies require tremendous start up and research and development costs, they have to be very profitable. The only way that governments can promote the green economy is to introduce disincentives for continued use of fossil fuels and incentives to push companies towards green economy investments. So-called “free market” forces will never make this happen; it requires vigorous state capitalist policy intervention. This means increased taxes on the use of fossil fuel technologies, driving up costs for commodities produced by traditional manufacturing processes, and hence prices for consumers. And at the same time, it means government subsidies and tax breaks to green technology companies. All of this will of course be financed out of the hide of the working class, who will pay higher prices for “clean” consumer goods and higher taxes to finance subsidies and compensate for lost revenues due to corporate tax breaks. In the end the green economy that will supposedly “revolutionise” the economy and save the world from ecological disaster is ultimately just another way to foist austerity on the working class and erode even further its standard of living.

    World capitalism is totally incapable of the degree of international co-operation necessary to address the ecological threat. Especially in the period of social decomposition, with the disappearance of economic blocs, and a growing tendency for each nation to play its own card on the international arena, in the competition of each against all, such co-operation is impossible. While the US has been attacked for its refusal to participate in the Kyoto Protocols guidelines for curtailing carbon emissions, the nations who were enthusiastic participants in the treaty accomplished nothing in terms of reducing greenhouse gases in the past decade. Even when capitalism “tries” to implement solutions to the environmental crisis, the profit motive works irrationally to undermine social well being. The disastrous example of what happened with the profit-driven switch to produce ethanol from corn as an alternative fuel, which prompted many agribusinesses to switch from food production to producing corn-for-ethanol and contributed to global food shortages and hunger rioting, offers just a taste of what a capitalist green economy has in store for humanity.

    The green economy is a smokescreen

    The green economy is nothing but a smokescreen, an ideological campaign to give capitalism a human face. In its quest for profits, capitalism has debased the environment. The environmental calamity that capitalism has produced is yet another proof of the fact that it has outlived its usefulness, that it must be cast aside. But the green economy is a cynical response by the ruling class. They say they can fix the problem that flows directly from the very nature of their system. The distance between the promise of the green economy and reality is so enormous as to be laughable. The jobs it will create over the next decade won’t even compensate for the jobs lost in the current “recession.” They market ecologically friendly foodstuffs, that are supposedly more natural and more organic, but are often priced beyond the reach of the average worker. To conserve energy, they tell us to switch from incandescent bulbs to fluorescent lights, which contain mercury, which is disastrous for the environment, unless disposed of in controlled manner.

    No matter how you package it ideologically, capitalism works for profit, not for the fulfilment of human need.”

    Ik ben evenmin een fatalist. Er is immers het proletariaat die deze ramp kan en moet voorkomen. Zonder vertrouwen in de arbeidersklasse is er geen perspectief. Het tikken van de klok telt volgens mij wel, maar wanhopige paniek-aanvallen helpen ons niets vooruit. Enkel een geduldig werken om het bewustzijn van de arbeidersklasse zo breed en diepgaand mogelijk te ontwikkelen bieden een grond voor de omverwerping van het kapitalisme. Als die omverwerping te lang uitblijft, kan het volgens mij wel dat de mensheid aan de ecologische ontregeling ten onder gaat, zoals ooit op beperkte schaal gebeurde op de Paaseilanden, maar op deze ondergang kan niemand een datum kleven.

    Yannick/2 november 2009

  3. Georges november 14, 2009 at 2:24 pm #

    Hallo Yannick,

    «Je moet er rekening mee houden dat we in de kapitalistische vervalfase zitten, de imperialistische fase»

    De ecologische gevolgen op de mens en de natuur en de aanpassingen daartegenover bestonden reeds voor de decadentie van het kapitalisme. Deze problemen waren reeds duidelijk aanwezig ten tijde van Marx en hij heeft toen al enige aandacht aan deze problemen geschonken (bijv. Section 10 – Modern Industry and Agriculture, Capital 1). Sterker nog, de ecologische problemen en aanpassingen kunnen teruggevonden worden bij oudere maatschappijvormen zoals de Grieken en de Romeinen. De ecologische problematiek is dus niet bijzonder aan de decadentie van het kapitalisme, noch aan de kapitalistische productiewijze zelf. Volgens mij moet de ecologische problematiek dus bekeken worden op grote historische schaal, om werkelijk te begrijpen waarom de mens en de natuur tot zover geen harmonische stofwisseling bereikt hebben. Dat de imperialistische spanningen een belangrijke rol spelen is natuurlijk waar, maar ik zou niet zeggen dat het de determinerende factor is, noch dat deze spanningen het kapitalisme zouden paralyseren in haar aanpassingsvermogen.

    «(dixit de Communistische Internationale, Lenin, Luxemburg, Bukharin, Gorter…)»

    Waar staat dit eigenlijk? Ik vind het bij Pannekoek bijvoorbeeld niet terug.

    «de imperialistische fase […] waarin militaire strijd heerst om de controle over de quasi verzadigde markten van de planeet»

    Ik heb onlangs een grafiek gemaakt met het aantal doden te wijten aan oorlog, honger en genociden van 1900 – 2008. De resultaten zijn verbazend: van 1900 tot 1945 nemen de slachtoffers toe (vooral door WO1, WO2 en de Stalinistische terreur), tussen 1945 en 1975 schommelt het (vooral door Mao), vanaf 1975 is er een duidelijke neerwaartse tendens, hoewel het aantal oorlogen toegenomen is. Indien men dit verloop vergelijkt met de groei van de wereldbevolking is de tendens na 1975 nog veel duidelijker: de wereldbevolking neemt sterk toe, het aantal slachtoffers neemt af. Ik wil hiermee natuurlijk niet zeggen, dat het kapitalisme beter en beter gaat, integendeel, ik beweer ook niet alle statistieken te hebben (er zijn nog steeds veel ‘onnodige’ doden bij het werken, door de depressies, enz.), maar ik wil hiermee het volgende zeggen: als je zegt, dat er steeds meer militaire strijd is, dan had ik graag daarvan een bewijs gezien, want ik zie het niet.

    «Om tot een ecologische economie te komen, moeten er lange-termijn investeringen gebeuren en die kunnen de concurerrerende staten zich net niet permitteren, want dat zou een verzwakking van hun imperialistische positie met zich meebrengen. »

    Hoe leg jij dan uit, dat er in 1996 6 TeraWatt aan windelektriciteit en 12 jaar later (2008) 120 TeraWatt in de wereld geproduceerd wordt? Is dat geen lange-termijn investering? Zie http://en.wikipedia.org/wiki/File:WorldWindPower.png voor de grafiek, de productie van windenergie neemt exponentieel toe. China heeft net 40 miljard VS-Dollar uitgegeven voor het bouwen van de grootste dam ooit, die op zich zelf 22 TeraWatt produceren kan. Is dit geen lange termijn investering? Of ben ik verblind door het dikke rookgordijn, die bij deze dam 115 m dik is?

    «Ik ben evenmin een fatalist. Er is immers het proletariaat die deze ramp kan en moet voorkomen. Zonder vertrouwen in de arbeidersklasse is er geen perspectief.»

    Je gelooft in het naderen van een ecologische ramp, die de wereld en daarmee de arbeidersklasse vernietigen zal; hoezo is dit niet fatalistisch? Je hoopt («kan») en bent er zelfs van overtuigd («moet») dat de arbeidersklasse voor het uitbreken van deze fatale ramp zich zal weren en een nieuwe organisatie tot stand zal brengen; hoezo is dit geen religieuze visie van de arbeidersklasse als Messias?

    «Het tikken van de klok telt volgens mij wel, maar wanhopige paniek-aanvallen helpen ons niets vooruit. Enkel een geduldig werken om het bewustzijn van de arbeidersklasse zo breed en diepgaand mogelijk te ontwikkelen bieden een grond voor de omverwerping van het kapitalisme.»

    Als het tikken van de klok meetelt, dan hangt er boven elke revolutionair een zwaard van Damokles. Hoe men met zulk een zwaard, dat met de tijd en de relatief geringe reactie van de arbeidersklasse tegenover de krise steeds lager hangt, nog enigszins rustig en bewust de realiteit bestuderen kan, zonder in paniekerige toestanden te verzeilen, weet ik niet. Als een mens bedreigt wordt met de dood, dan is het heel moeilijk, om nog de dood recht in de ogen te kijken.
    Ik heb vaak door deze visie van de wereld onrustig in mijn bed gelegen. Ik dacht dan “morgen moet je dit en dat doen, omdat het anders te laat zou kunnen zijn, omdat je een morele verantwoordelijkheid hebt tegenover de klasse, enz.”. Ik wou dan andere mensen ook overtuigen van de duistere perspective, zodat ze ook tot actie gedwongen waren. Ik begon dan naar bepaalde dingen niet meer te kijken, omdat mijn theorie onderstelde dat het slechter met de wereld moest gaan. Alle goede dingen moesten tenminste kleiner zijn als alle slechte dingen tezamen. De theorie limiteerde dus mijn samenhang met de realiteit, terwijl dat een theorie juist op de realiteit gebaseerd moet zijn (historisch materialisme), om geldig te zijn.

Trackbacks and Pingbacks

  1. Ethisch consumeren « Discussiegroep Spartacus - november 29, 2010

    […] ! Discussiegroep Spartacus: inleiding – duurzame ontwikkeling […]

Leave a Reply to Yannick