Inleiding kapitalisme

4 jan

1. Definitie

Kapitalisme is een maatschappelijk systeem waaraan een bepaalde economische orde, namelijk de vrijemarkteconomie, ten grondslag ligt. Gezien het type economische orde in hoge mate bepalend is voor de wijze waarop andere, niet-economische zaken in een samenleving zijn georganiseerd, moet een definitie van het kapitalisme de samenhang tussen het economisch handelen en de overige maatschappelijke gedragingen omvatten.
Het kapitalisme kan met behulp van vier kenmerken, die gezamenlijk de essentie van het systeem weergeven, ideaaltypisch worden geduid.

HET INDIVIDU

Als eerste kenmerk kan worden genoemd de belangrijke plaats die in dit systeem voor de individu is ingeruimd. De maatschappij wordt beschouwd als een conglomeraat van individuen die – binnen zekere grenzen – in staat worden geacht zelf de verantwoordelijkheid te kunnen dragen voor hun daden. In economisch opzicht betekent dit dat het individu bepaalt hoe hij zich een inkomen eigen zal maken en hoe dat inkomen zal worden besteed. Deze vrijheid in het economisch handelen is slechts te verwezenlijken indien de maatschappelijke en vooral de juridische ordening aan een aantal voorwaarden voldoet. Er moet vrijheid van beroepskeuze zijn, vrijheid van vestiging, contractsvrijheid, de particuliere eigendom moet juridisch worden beschermd, enz.
De individuele gedragingen waarvoor het kapitalistische systeem ruimte biedt, moeten enigszins op elkaar worden afgestemd, anders zou er een chaotische situatie kunnen ontstaan. Dit geldt ook voor het economisch gedrag.

MARKTMECHANISME

Het tweede kenmerk van het kapitalistische stelsel is dat het prijs- of marktmechanisme de rol van coördinator toebedeeld krijgt. Op de markt worden vraag en aanbod met elkaar geconfronteerd. De prijzen die ontstaan, zijn richtsnoer voor het economisch keuzegedrag. Zij vervullen deze functie alleen goed, als zij tot stand gekomen zijn op een markt waar volledig vrije mededinging bestaat. Bij deze alleen in theorie bestaande marktvorm ontbreekt elke vorm van economische macht, elke mogelijkheid dus om het gedrag van anderen te beïnvloeden. Alleen dan kan de individuele verantwoordelijkheid (het eerste kenmerk) tot haar recht komen. De economische orde die ten grondslag ligt aan het kapitalisme, is dus een vrijemarkteconomie, een vrijeruilverkeershuishouding.

ONDERNEMINGSGEWIJZE PRODUCTIE

Hierbij sluit aan het derde kenmerk, nl. de ondernemingsgewijze productie. Daarmee wordt bedoeld dat goederen en diensten voor de markt worden geproduceerd. De ondernemer is vrij te bepalen wat, hoeveel en hoe hij zal produceren. Hij moet daarbij echter anticiperen op de toekomstige vraag en loopt dus risico’s. Het is dit risico-element dat de ondernemingsgewijze productie haar specifieke karakter geeft (zie ook onderneming).

MENTALITEIT

Het vierde kenmerk heeft betrekking op de mentaliteit die ten grondslag ligt aan de functionering van het kapitalistische systeem. Wat drijft de mensen binnen een kapitalistische orde?

4.1 Het winststreven

Werner Sombart benadrukte in dit verband het winststreven. De mens, aldus Sombart, handelt volgens het Erwerbsprinzip , waarbij niet de onmiddellijke (materiële) behoeftebevrediging vooropstaat, maar ‘…het verwerven van geld, steeds meer geld’. Marx sprak in dit verband van ‘Fanatiker der Verwertung des Werts’ . Een dergelijk uitgangspunt leidt er o.m. toe dat er alleen wordt geproduceerd met het oogmerk winst te maken. Dit brengt met zich dat de ondernemer alleen bereid is behoeften te bevredigen die zich kunnen uiten in koopkrachtige vraag. Wie niet, door welke oorzaak dan ook, over inkomen beschikt, zal binnen dit systeem niet kunnen consumeren. Dat schaarse middelen in eerste instantie worden aangewend om winst te maken in plaats van primair ingezet te worden om maximaal behoeften te bevredigen, is volgens velen het verwerpelijkste kenmerk van het kapitalisme.

4.2 Het concurrentiebeginsel

Verder is karakteristiek voor de kapitalistische mentaliteit het geloof in het concurrentiebeginsel als drijvende kracht; de concurrentie ordent, selecteert en brengt vooruitgang. In een kapitalistische orde zijn vrijwel alle levenssferen van dit principe doortrokken. Typerend voor de kapitalistische mentaliteit is ook het feit dat vrijwel alle economische beslissingen worden genomen op basis van prijzen, dus louter kwantitatieve normen.

2. Situering

De term kapitalist die verwijst naar de eigenaar van kapitaal (eerder dan in de betekenis ‘aanhanger van het economische systeem’) komt eerder voor in geschriften dat de term kapitalisme (dat dateert van de 17de eeuw). Kapitalist is afgeleid van capitale, een laat-Latijns woord gebaseerd op caput (hoofd – wat terug te brengen is naar beweeglijke eenheden vee en later de veestok). Capitale dook op in de 12de en 13de eeuw als verwijzing naar geld, voorraad van goederen of geld waarop interest staat. Tegen 1283 werd het gebruikt in de zin van kapitaalboedel van een handelsbedrijf. De ‘Hollandische Mercurius’ gebruikt kapitalisten in 1633 om te verwijzen naar de eigenaars van kapitaal. Pierre-Joseph Proudhon gebruikt de term kapitalist in zijn eerste werk ‘Qu’est ce que la propriété?’. De Engelse conservatieve politicus en premier Benjamin Disraeli gebruikte de term ‘kapitalist’ in zijn werk Sybil (1845). Karl Marx en Friedrich Engels verwezen naar het kapitalistische systeem (kapitalistisches System) en de kapitalische productiewijze (kapitalistische Produktionsform) in ‘Das Kapital’ (1867). Max Weber, een goede vriend van Sombart, gebruikt het woord kapitalisme in zijn werk ‘Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus’.

3. Argumentatie pro kapitalisme

Meer en beter kapitalisme-argument

‘We hebben niet minder maar meer kapitalisme nodig.’ Econoom Robert Shiller verwierf faam door te wijzen op de excessen van het kapitalisme. Maar in zijn boek ‘Finance and the Good Society’ breekt de Yale-econoom een lans voor het financieel kapitalisme, ‘een systeem dat onze samenleving oneindig veel goeds heeft geschonken’. In een interview zegt hij: ‘Het financieel kapitalisme is een wereldtrend die alleen maar zal toenemen. Overal ter wereld worden aandelenbeurzen opgericht, markten voor futures, opties, noem maar op. Dat gaat met fricties en spanningen gepaard. Het wringt. Het financieel kapitalisme lijkt sommige mensen te veel te belonen, en vaak zijn dat niet de meest sympathieke. In het communisme hadden ze het probleem van rijkdom en ongelijkheid zogezegd opgelost. Maar de meeste mensen wilden wel aan dat systeem ontsnappen. Kijk, er is geen perfect systeem. Maar het kapitalisme staat het dichtst bij onze menselijke natuur, en die is ook niet perfect. Vaak komt het erop neer dat mensen met de voeten stemmen en willen leven in economisch vrije landen.’

‘Soms word ik ervan beschuldigd een optimist te zijn, of naïef. Ik ben misschien pessimistisch over het niveau van de aandelenmarkten, maar niet zo pessimistisch over het functioneren van de beurs. Als je de geschiedenis bekijkt, kan ik alleen maar vaststellen dat het menselijk ras beter wordt. We hebben nu bijvoorbeeld democratische instellingen. Ze werken niet altijd perfect, maar ik zie alleen maar verbeteringen.’
‘Een progressieve belastingschaal invoeren, zou ik niet socialistisch noemen’, zegt Shiller. ‘Mensen gebruiken dat woord veel te licht. De Amerikaanse politici zijn zich amper bewust van het probleem. In de VS ligt nu de Buffett-regel op tafel die moet verhinderen dat mensen die meer dan 1 miljoen dollar per jaar verdienen, minder belast worden dan mensen die minder verdienen. Maar dat gaat niet ver genoeg. We willen echt niet dat de inkomensgelijkheid in de toekomst verder toeneemt, dus laten we er een wetenschappelijke oplossing voor zoeken.’ Twee dagen na het interview met Shiller werd de Buffett-regel in de Amerikaanse senaat weggestemd.

Dictator-argument

“Uit de assen van het vernietigde kapitalistische systeem rijzen nieuwe stemmen op die het publiek bespelen met angst. Hyperinflatie zal de mensen met de rug tegen de muur zetten, de vernietigers zullen niet meer gehoord worden en mogelijk komen er dan dictators aan de macht door hun grote invloed op het publiek.”

– Ronald Hendrickx in De Tijd

Er is geen alternatief-argument

Veel gehoorde stellingen:
“Experimenten in het verleden om de samenleving anders te organiseren hebben gefaald.”

“Mensen willen gewoon niet gelijk zijn.”

“Niemand heeft een oplossing voor het kapitalisme.”

4. Argumentatie contra kapitalisme

– Het kapitalisme draait op een constante zoektocht naar economische groei. In een wereld met een beperkte ecologische draagkracht en een beperkte hoeveelheid grondstoffen is dit systeem onhoudbaar. Er wordt enkel op lange termijn nagedacht.

– Commodificering (het tot koopwaar maken) van alles wat men maar kan bedenken.

– Genadeloze concurrentie zet zelfs staten tegen elkaar op.

– Sociale ongelijkheid en oneerlijke verdeling van rijkdom (terwijl sociale gelijkheid volgens onderzoek bevorderlijk zou zijn voor het individuele welzijn en samenleving als geheel ).

– De tendens in de richting van markmonopolie of -oligarchie (en besturen door oligarchie) door multinationals.

– Imperialisme, contrarevolutionaire oorlogen en verschillende vormen van economische en culturele exploitatie, onderdrukking van arbeiders en vakbonden.

– Economische instabiliteit (einde aan de groei? ), werkloosheid.

– Materialisme, consumentisme.

– Sociale vervreemding, atomisering, ‘borderline maatschappij’.

– Individuele eigendomsrechten worden ook geassocieerd met de tragedie van de ‘anticommons’.

– Bankiers gokken met het geld van hun klanten en plegen fraude. Ondoorzichtig en oncontroleerbaar financieel systeem. Of zoals Alan Greenspan, ex-voorzitter van de Board of Governors van de Amerikaanse Federal Reserve (“Fed”) het uitdrukte:

“The whole intellectual edifice collapsed. I made a mistake in presuming that the self-interests of organizations, specifically banks and others, were such that they were best capable of protecting their own shareholders. … I was shocked.”

5. Alternatieven

– Peer-to-peer-economie
Van winstgedreven systemen tot systemen die trachten een specifieke sociale doelstelling te realiseren. Er circuleren een aantal verschillende definities over wat peer-to-peer is. Michel Bauwens’ peer-to-peer foundation definieert peer-to-peer systemen als volgt: “Een peer-to-peer systeem is een sociaal-economisch systeem waarbij een individu een transactie kan aangaan met dat systeem.”

– Alternatieve munten
De Belgische econoom Bernard Lietaer pleit voor de invoering van alternatieve muntsystemen. Voor het huidige muntmonopolie, basis van ons financieel model, heeft Lietaer een geloofwaardig alternatief uitgewerkt. ‘Ik noem het een monetair ecosysteem: een economie met verschillende, complementaire munten die gebruikt worden voor verschillende doelen.’

– Verzet
Er zijn allerlei manieren om verzet te plegen. Dat kan kleinschalig door bepaalde goederen of diensten niet aan te kopen, of via sociale media bedrijven te sensibiliseren. Consumenten hebben meer macht dan ze denken. Maar het zou een magere troost zijn te denken dat we enkel nog als consumenten politiek kunnen bedrijven. De geëngageerde sociaal-psycholoog Harald Welzer pleit voor een herpolitisering, en meer bepaald buiten de logica van de klassieke rechts-linkslijn. De rode lijn loopt volgens de hem vandaag tussen de vernielers van de wereld en hen die willen bouwen aan toekomstkansen. Het gaat om Zukunftfähigkeit (toekomstgeschiktheid) tegenover Zukunftfeindlichkeit (afkeer van de toekomst). Het begrip ‘toekomstgeschiktheid’ opent een totaal nieuw perspectief van mogelijke coalities met wie we in de toekomst kunnen samenwerken.”

No comments yet

Leave a Reply