Inleiding – (lokale) verkiezingen

21 jul

Inleidende teksten met woord en wederwoord (we hebben de hierboven aangekondigde formule ook nog wat moeten veranderen):

L:

(Samenvatting eerste mening)

Ik verdedig doorheen mijn tekst drie stellingen. Moeilijk genoeg fiets ik er nu wat doorheen, om mijn stellingen zo goed mogelijk toe te lichten.

I. De parlementaire democratie verschilt niet wezenlijk van niveau tot niveau.

(a) Het kapitalisme is in verval, d.w.z. in onze maatschappijen vertoont het kapitalisme geen werkelijk vooruitgang meer voor de welvaart, laat staan voor het welzijn. Dit is een moeilijke stelling, maar laat het mij toelichten. Tot de negentiende eeuw konden we spreken van een kapitalitische vooruitgang: de maatschappelijke welvaart en welzijn nam toe door de groei van het kapitalisme. Sinds het begin van de twintigste eeuw is die groei omgeslagen in groei met terugkerende crisis. En sinds 1973 kunnen we er aanspraak op maken dat de maatschappij eigenlijk permanent in crisis hebben begeven. De groei in welzijn en welvaart is minimaal en ons welzijn en welvaart neemt in nogal wat gevallen af. De groei die overblijft is in veel gevallen enkel nog maar vernietigend: voor groei vernietigt ze enkel nog maar sociale, ecologische en culturele ‘weefsels’ (vergeef mij de term). Tegen het licht van betere alternatieve (‘socialisme’) wordt deze achteruitgang nog schrijnender.

(b) De parlementaire democratie kon in de groeifase aanspraak maken op een grote projecten die het welzijn vooruit brachten. De lokale parlementen en uitvoerende macht droegen hun eigen steentje bij aan de verbetering van het lokale welzijn. Zij hadden ruim voldoende middelen, waarmee zij oude stadsdelen sloopten en degelijke nieuwe arbeiderswoningen en straatsystemen werden neergezet. Zij betaalden gemeentelijke ziekenhuizen, ontwierpen een territoriaal schoolsysteem en zetten het eerste publieke vervoer op poten. Ze hielden bepaalde plekken vrij voor stedelijke parken en vervingen de nogal verouderde sanitatienetwerken. Er kwamen stedelijke armenhuizen, en fatsoenlijke belichting.

II. Waarom ‘werkelijke verandering’ geen werkelijke verandering is.

(a) De lokale parlementen vertonen net zoals nationale parlementen het fundamentele verval van het kapitalisme. De staat moet het kapitalisme in stand houden tegen haar verval in. Lokale parlementen kunnen geen progressieve vooruitgang meer betekenen. De grote stappen die in het verleden werden gezeten kunnen soms worden bijgehouden, maar moeten in sommige gevallen worden opgegeven. Het verliest daarom haar historische legitimiteit (haar bestaansrecht) voor progressieven. Waarom zou men gebruik maken van een instituut dat niet werkelijk ons doel (‘progressie’) kan helpen?

(b) De lokale parlementen claimen echter nog wel dat door hun vermiddeling sprake kan zijn van vooruitgang. Dit is de ideologie van het parlement in het verval van het kapitalisme. De vraag is hoe we kunnen proberen om die ideologie zo min mogelijk in stand te houden. Een begin ligt bij het afzweren van het lokale parlement. Meedoen is suggereren dat (i) het lokale parlement een relevante plek van progressieve actie is en (ii) dat relevante gebeurtenissen zich afspelen in het lokale parlement. In werkelijkheid is dit niet het geval voor progressieve politiek.

(c) Men ziet dit ook in het failliet van de ideeën van de partijen die zich bevinden in het lokale parlement. Ze zijn min of meer variaties of smaken van plannen die bij alle partijen voorkomen. Er zijn geen werkelijke vooruitgangen meer, en zijn enkel keuzes waarop wel en waarop niet te bezuinigen. Waar willen we het verval niet inzetten? En waarom is die verandering niet meer dan een variatie op eerdere plannen van sociaaldemocratische partijen (meer sociale woningen, maximumprijzen, meer wijkinitiatieven)?

III. Waarom progressieven geen steun moeten verlenen aan de parlementaire democratie.

(a) Het belangrijkste voor een progressief, socialist, etc etc. is (historisch) inzicht. Lokale kwesties zijn zoals nationale kwesties ook kapitalische kwesties, en de façade die de parlementaire democratie optrekt is hetzelfde voor al haar niveau’s. Men moet de eenheid in verscheidenheid kunnen waarnemen, als het ware. Dat is niet ‘niet willen praten over lokale politiek’. Het is praten over lokale politiek, maar op een manier die verschilt van de manier waarop de kapitalische hegemonie van ons vraagt om te praten over de lokale politiek.

(b) Er hebben zich andere methoden aangedaan om bezig te zijn met lokale mobilisatie. We hoeven maar te kijken naar de recente groei van bewegingen zoals #Occupy en de Indignados. Die methoden zijn niet zaligmakend, want ze hebben zichzelf nog niet bewezen. Maar ze hebben allicht meer elementen die ons aanzetten om die methoden te gebruiken en historische legitimiteit toe te kennen. We zouden beter niet langer bijdragen aan de parlementaire democratie, maar aan die nieuwe intiatieven. Daarom moeten progressieven geen steun verlenen aan de parlementaire democratie.

Rafa:

Laat me beginnen met te zeggen dat ik over het algemeen akkoord ben met wat je schrijft, Laurens. Ook ik verzet mij tegen parlementaire democratie. Ik ga er echter niet van uit dat een gemeenteraad een parlement is, daarvoor heeft zo’n gemeenteraad bijvoorbeeld te weinig bevoegdheden. Een Antwerpse districtsraad heeft al helemaal niet veel bevoegdheden, en lijkt dus nog minder op een parlement.

De parlementaire democratie steunt dus weinig op die gemeenteraden of die districtsraden. Toch is er inderdaad een verstaatsing in gemeenten aan de hand, gemeenteraden zijn geïntegreerd in het staatsmodel. De vraag is nu: hoe krijgen we die gemeenteraden weg uit dat staatsmodel en is dat wel mogelijk? Volgens mij is dat niet helemaal mogelijk en moeten ook die gemeenteraden op lange termijn afgeschaft worden. Alle bevoegdheden moeten (op lange termijn) liggen bij volksvergaderingen en wijkraden, een volledig directe democratie.

Voor we een situatie hebben van politieke communes die met elkaar samenwerken en waar er een directe democratie is, is er echter nog een lange weg te gaan. En dan komen we bij het idee van deelname aan gemeenteraadsverkiezingen. Ik heb niks tegen groepen die deelnemen aan gemeenteraadsverkiezingen en districtraadverkiezingen en in hun uiteindelijke doelstellingen hebben zitten dat die gemeenteraden en districtsraden afgeschaft moeten worden, integendeel. Dat idee van het proberen afschaffen van gemeenteraden, o.a. door te proberen locale meerderheden te verwerven, is ook één van de kernideeën van het libertair municipalisme, een idee dat eerst ontwikkeld en ruimer ingevuld werd door de libertaire socialist en sociale ecologist Murray Bookchin.

Die groepen die libertair municipalisme verdedigen moeten dan wel ook werkelijk voor die afschaffing van de gemeenteraden gaan, dus een meerderheid bij gemeenteraadsverkiezingen proberen te verwerven en daarmee het bestaan van die gemeenteraden delegitimeren.

Als men een vakbond in een kapitalistisch bedrijf opricht steunt men daarom nog niet automatisch het beleid van dat bedrijf, zelfs niet het voortbestaan van dat bedrijf eigenlijk, men komt enkel op voor de belangen van de eigen vakbondsleden. Als men met een groep deelneemt aan gemeenteraadsverkiezingen met een welomschreven interessant programma steunt men daarom nog niet het beleid dat in de gemeenteraad wordt gevoerd, zelfs niet het voortbestaan van die gemeenteraad eigenlijk, men komt enkel op voor de belangen van diegenen die voor deze groep stemmen bij de verkiezingen.

Deelname aan gemeenteraadsverkiezingen kan een educatieve functie vervullen waar een nood aan is in de gemeente. Een gemeenteraadszetel verwerven kan een inkomen bezorgen aan diegene die deze zetel verwerft en geeft hem of haar de mogelijkheid om gemakkelijker gemeentelijke dossiers in te kijken.

L:

(Samenvatting tweede mening)

I. Wat maakt een parlement een parlement. Is een gemeenteraad een parlement?
Rafa, jij definieert een parlement als een instituut met bevoegdheden of slagkracht over bepaalde kwesties. In die zin maak je een onderscheid tussen een nationaal parlement en gemeenteraad. Ik denk echter dat er geen verschil is tussen de twee. De primaire functie van een parlement is niet zozeer een instituut met slagkracht. Een parlement heeft altijd maar een beperkte grip. In het verval van het kapitalisme is de functie van het parlement vooral het opvoeren van een toneelstuk geworden. Het doet alsof wij werkelijke invloed kunnen oefenen over de maatschappij, terwijl die fase allang voorbij is. Ik noem het in mijn andere tekst een toneelstukje dat we opvoeren, in alle niveau’s, van lokaal tot nationaal. Dat is wat oneerbiedig en ook niet helemaal juist. De overheid is actief betrokken bij het kapot maken van de verworvenheden. Dat ‘theater’ noemen is niet helemaal accuraat. Maar het neemt niet weg dat de functie van het parlement al lang niet meer gelegen is in werkelijke daadkracht, en daar ook nooit werkelijk gelegen heeft. Haar voornaamste doel is om het idee te geven dat burgers iets kunnen zeggen, kunnen besturen, over bepaalde zaken die zich voordoen (vanuit het kapitalisme). Het lokale over de ‘lokale’ kwesties, het nationale over ‘nationale’ kwesties. In die zin is er geen verschil, en in die zin noem ik het allemaal parlementen.

II. Statisme en de gemeenteraad.
Jij maakt een onderscheid tussen statisme en anderzijds de gemeenteraad. Ik zie dat verschil niet. Enerzijds is er een legaal-politieke verankering van de twee in elkaar, en anderzijds de gegeven taakverdeling en de functie die ze hebben in het kapitalistisch systeem (vooral ideologisch).

III. Infiltratie van de gemeenteraad.
Je stelt voor om de gemeenteraad naar onze hand te zetten, vooral voor een educatieve functie. Infiltreren om op te heffen dus. Ik vind dat een hele typische manier van te werk gaan, zeker als er zoveel goede alternatieven voor handen zijn om dit klusje op te knappen. Tevens lijk je op een bepaalde manier wederom de (publieke) legitimiteit van het lokale parlement te versterken: Je kan enkel het lokale parlement opheffen door het lokale parlement te gebruiken. Waarom? ‘Omdat enkel het lokale parlement representatief en legitiem’, etc. zijn.

Ik wil alleen maar wijzen op het feit dat het lokale parlement en het nationale parlement zoveel op elkaar lijken. In die zin is het ook relevant om te kijken naar voorbeelden van infiltratie in het nationale parlement. De geschiedenis is echter helemaal niet vriendelijk voor deze voorbeelden geweest.

Rafa:

Nu ja, goed, we verschillen dus in mening over wat een parlement is. En ik ga er van uit dat men een gemeenteraad niet zo snel zal afschaffen, tenzij er een meerderheid gevonden wordt om die af te schaffen.

Die direct democratische, revolutionaire meerderheid kan dan ook een wettelijk stelsel uitdenken en installeren waar mensen in de politieke commune zich aan moeten houden. Het hoeft uiteindelijk niet op die manier te gebeuren. Het zou bijvoorbeeld ook via een uitgeschreven referendum kunnen gebeuren dat een gemeenteraad wordt afgeschaft omdat men die in de gemeente vooral als een centralistisch orgaan bekijkt.

In een revolutionaire situatie lijken me verschillende dingen te kunnen gebeuren. Ik ga er echter wel van uit dat de voorstanders van centralisme zich niet snel gewonnen zullen geven. Er moeten echt wel veel gemeenten betrokken zijn in de sociale revolutionaire ontwikkelingen. Ik ga er ook van uit dat linkse, anti-autoritaire gemeentepolitiek een interessant iets is om over na te denken en dat wijken en gemeenten een belangrijker strijdterrein zijn dan de werkvloer.

Nog wat bronnen:

Trente ans de
politique municipale
Plaidoyer pour une citoyenneté active
Marcel Sévigny
Zie http://www.ecosociete.org/t056.php

Jutta Ditfurth and extraparliamentary movements of the seventies
Zie http://plusmedia.blogspot.be/2007/09/jutta-ditfurth-and-extraparliamentary.html

“Our views” – New compass
Zie http://new-compass.net/about/views

The Politics of Social Ecology: Libertarian Municipalism

Janet Biehl, Murray Bookchin

Black Rose Books, 1998 – 187 pagina’s

No comments yet

Leave a Reply