Inleiding – media en klassenbewustzijn

15 nov

discussie van dinsdag 11 september 2012, Atnwerpen

De media zijn in de hedendaagse samenleving de belangrijkste verstrekkers van informatie en hun rol in het democratisch proces kan men nauwelijks onderschatten. Deze bestaat erin burgers te informeren met feiten, deze feiten betekenis te geven, een platform te zijn voor politieke discussies, en de overheid kritisch in het oog te houden (de zogenaamde ‘waakhondfunctie’ van de media). Aan informatie en media lijkt er geen tekort te zijn. De tijd waarin men dagen of zelfs weken moest wachten op berichtgeving is ver achter ons. We zijn in staat live gebeurtenissen te volgen aan de andere kant van de wereld, zoals de protestacties tegen het regime van Hosni Moebarak in 2011 in Egypte en in 2009 in Iran tegen de uitslag van de presidentsverkiezingen. Niet alleen de snelheid, maar ook de keuze lijkt toegenomen te zijn. We beschikken over meer zenders dan ooit, en zoals de uitnodiging reeds aanhaalde, met het internet is de ‘sky the limit’.

Een grondigere kijk op de zaak laat echter weinig ruimte voor optimisme. De media fungeren als een instrument van de heersende klasse om het merendeel van de bevolking kalm en passief te houden. De mainstream media zijn weliswaar een platform voor discussies, onenigheid en zelfs kritiek op de elite, maar deze discussies nemen altijd plaats binnen afgebakende grenzen. Deze media zal bepaalde zaken niet in vraag stellen, zaken die voor de meesten zo natuurlijk overkomen dat men er niet bij stil staat. Zo wordt het kapitalisme niet in vraag gesteld door de media, ondanks de vele tekenen van zijn verval en zijn desastreuze impact op mens en milieu. Dit fenomeen werd door Antonio Gramsci aangeduid als een (culturele) hegemonie. Dit is volgens hem de reden waarom de klassenstrijd uitblijft hoewel het al lang duidelijk is dat het er voor de arbeidersklasse niet beter op kan/zal worden in het kapitalisme. Doordat de arbeidersklasse de kapitalistische samenleving en haar productieverhoudingen als vanzelfsprekend en als vrucht van vrij erkenning beschouwt, wordt verhinderd dat conflicten ontstaan en dat het systeem in vraag wordt gesteld. De arbeidersklasse ontwikkelt zo een vals bewustzijn. Het keert zich tegen haar eigen belangen en steunt het systeem dat haar uitbuit.

De media behoren, samen met onder andere het onderwijs, de kerk, volgens Louis Althusser tot de ideologische staatsapparaten (meervoud), te onderscheiden van het staatsapparaat (enkelvoud) dat vooral repressie gebruikt in het onderwerpen van de arbeidersklasse. De ultieme voorwaarde voor productie is de reproductie van de voorwaarden van productie. Dit gebeurt door de reproductie van productiemiddelen, productiekrachten en productieverhoudingen. De reproductie van productiekrachten gebeurt door de arbeidersklassen de waarde toe te kennen die ze nodig hebben om te blijven werken en ervoor de te zorgen dat ze zich bereid zijn te onderwerpen aan de ideologie van de heersende klasse, een rol vooral toegekend aan het onderwijssysteem.

De reproductie van de productieverhoudingen gebeurt door de ideologische staatsapparaten. Hoewel ook hier een belangrijke rol wordt toegekend aan het onderwijs, is die van de media de laatste decennia alsmaar toegenomen dankzij technologische ontwikkelingen die ervoor zorgen dat we zo goed als voortdurend blootgesteld zijn een mediaoutput. Het is voor de heersende klasse van uiterst belang dat het de overhand behoudt over deze ideologische staatsapparaten, wil het haar macht behouden. De greep van de heersende klasse over ideologische staatsapparaten is echter niet zo sterk als haar greep op het (repressief) staatsapparaat. Dit biedt de mogelijkheid voor de arbeidersklasse om op ideologisch vlak terrein te veroveren en de heersende ideologie te contesteren. Een ideologische hegemonie moet immers voortdurend gehandhaafd worden en is dus permanent onderhevig aan counterhegemonische tendensen.

Op welke concrete manieren behoudt de heersende klasse in de hedendaagse samenleving haar controle op het ideologische staatsapparaat media? Ten eerste zijn vele media zelf grote bedrijven of maken ze deel uit van conglomeraten zoals in de Verenigde Staten die rond General Electric. Dit creëert belangenvermenging waardoor schadelijk berichten onvermeld blijven en de media bedrijven vaak afschilderen als goede en verantwoordelijke ‘burgers’. Ten tweede is er de publiciteit en reclame. De media verkopen immers geen informatie aan lezers. Het product van de media zijn kijkcijfers, de grootte van het publiek dat ze aantrekken. Deze publieken ‘verkopen’ zij door aan adverteerders. Niet alleen de omvang is van belang, maar ook de koopkracht heeft een sterke invloed op de mate waarin de media adverteerders aantrekken. Het gevolg hiervan is dat media die bedrijven en ondernemingen niet gunstig gezind zijn minder middelen zullen hebben vanwege het gebrek aan reclame-inkomsten. Een derde manier betreft de bronnen die de media gebruiken. Het kost handenvol geld om overal ter wereld een reporter te stationeren en bijgevolg doen de media een beroep op instanties die op regelmatige basis informatie verschaffen en die de mantel van de objectiviteit dragen. Dit geeft officiële bronnen een voordeel.

Nieuwe technologieën scheppen echter ruimte voor verandering. Het internet heeft het mogelijk gemaakt om op een relatief goedkope manier boodschappen en informatie te verspreiden zonder te moeten gaan via de traditionele mediakanalen. Websites zoals Youtube scheppen een platform voor alternatieve media die het hegemonisch wereldbeeld van de heersende klassen in vraag stellen en aanzetten tot het kritisch denken over een andere organisatie van de samenleving. De bovenbouw is er immers om de onderbouw in stand te houden en moet dus als eerste afgebroken worden. Er zijn immers nog een aantal vragen over media en klassenbewustzijn die ik nu meegeef als startpunt voor de discussie:

  1. Welke kansen hebben alternatieve media (via het internet?) tegen de ideologische rol die het onderwijs en de media spelen in de hedendaagse samenleving?
  2. In welke mate verschillen de media in Vlaanderen, waar een sterke openbare omroep aanwezig is, van die in de Verenigde Staten.

Bronnen:

Chomsky, N., & Herman, S. (1988). Manufactering Consent: The Political Economy of the Mass Media. New York: Pantheon Books.

Gamson, W., Croteau, D., Hoynes, W., & Sasson, T. (1992). Media Images and the Social Construction of Reality. Annual Review of Sociology , 18 (1), 373-393.

Althusser, L. (1970). Idéologie et appareils idéologiques d’État. (Notes pour une recherche)

3 Responses to “Inleiding – media en klassenbewustzijn”

  1. Bird juni 22, 2013 at 2:31 pm #

    Hoewel deze discussie al wat gedateerd is wil ik toch graag nog een video toevoegen van een interessant filmpje ivm met dit onderwerp. het is een concreet voorbeeld (uit frankrijk)van hoe de media ondergeschikt zijn aan de behoeftes van het heersend systeem.
    groeten
    Bird

  2. Bird juni 22, 2013 at 2:36 pm #

    Sorry, was de link vergeten:
    Vidéo sur le lien journalistes-politiques.htm
    gr
    Bird

  3. Bird juni 22, 2013 at 2:44 pm #

    Sorry, was de link vergeten:
    http://www.dailymotion.com/video/xcvqc_pas-vu-pas-pris-doc-interdit_news
    gr
    Bird

Leave a Reply