Inleiding nationalisme

12 mrt

Discussie: de eeuwige terugkeer van het Vlaams-nationalisme

Nationalisme

Nationalisme is een containerbegrip dat in het dagelijkse taalgebruik naar uiteenlopende zaken verwijst. Verschillende auteurs hebben geïllustreerd hoe nationalisme een ideologie was die bijdroeg aan de vorming van een nationaal bewustzijn dat nodig was voor de vorming van natiestaten in de achttiende en de negentiende eeuw.  Industrialisering, bureaucratisering en staatsvorming vereisten immers homogenisering en disciplinering via de ontwikkeling van een nationale cultuur door de nationale media, literatuur, onderwijs. Of zoals de historicus Hobsbawm (1990) het stelt: nationalisme komt voor de natie. Naties maken geen staten en nationalisten, maar nationalisten maken staten.

In deze discussie zal het vooral gaan over het hedendaagse politiek nationalisme in Vlaanderen. In de wetenschappelijke of filosofische literatuur vinden we geen eenduidige definitie van wat nationalisme inhoudt. Ik volg hierbij de definitie van Smith (2001) die stelt dat nationalisme een ideologische beweging is die streeft naar het verwerven en bewaren van  nationale autonomie, eenheid en identiteit van een bevolking van wie een aantal leden van oordeel is dat ze een natie of potentiële natie vormen. Nationalisten vinden dat er overeenstemming dient te zijn tussen de gemeenschap en de politieke structuren. Smith (2001:222-225) stelt dat alle nationalismen in hun verschillende vormen zes geloofspunten kennen:

1       De wereld bestaat uit naties, elk met een eigen karakter, lotsbestemming en ‘geboorteland’

2       Een vredevolle en rechtvaardige wereld kan alleen gevestigd zijn op autonome en territoriaal beveiligde naties

3       Elke natie verlangt naar zelfexpressie en autonomie

4       De natie is de enige bron van politieke macht

5       De nationale loyaliteit gaat boven alle andere loyaliteiten

6       Individuen moeten zich identificeren met en bekennen tot een natie om werkelijk vrij te kunnen zijn

Naast een ideologie op zich is het ook steeds een middel om een bepaald project te verdedigen. De kar van het nationalisme is dan ook steeds vastgeklonken aan andere ideologieën van links (de nationale bevrijdingsbewegingen in de voormalige kolonies of de SNP) tot rechts (de nazi’s) en van reformistisch (NVA) tot revolutionair (de VMO).

Wat is dan het project van het hedendaagse Vlaams-nationalisme?

De geschiedenis van het Vlaamse-nationalisme is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van België, maar is zeer gelijkaardig aan de geschiedenis van het Iers of Baskisch nationalisme. De Belgische geschiedenis heeft geleid tot een diepgewortelde taalinferioriteit die zich vandaag nog uit in een vrees voor minorisering en uiteindelijke opslorping van de Nederlandstalige cultuur in Brussel bij een groot deel van de bevolking. De specifieke sociale en politieke condities waarin de Nederlandstalige Belgen leefden in de negentende eeuw, hebben een Vlaamse beweging gebaard die op haar beurt een Vlaamse subnatie binnen de Belgische natiestaat heeft gevormd. Historisch gezien is de Vlaamse Beweging gedomineerd geweest door conservatisme, enkele linkse tendensen nagelaten. De Vlaamse identiteit is dus het resultaat van politisering, volgens historicus Lode Wils (1992). Dit heeft een Vlaamse culturele gemeenschap tot stand gebracht en bijhorende identiteitsvorming. Voor sommigen is het romantische nationalisme, het project van de eigen staat het belangrijkste.

Sommige Vlaams-nationalisten zien het Vlaams volk als een natuurlijke organische gemeenschap met gemeenschappelijke geschiedenis die een staat nodig heeft terwijl voor anderen zoals Bart De Wever  het nationalisme een principe is, een middel om een project te verwezenlijken is dat een mengeling is van neoliberalisme, communautarisme en conservatisme.

De neoliberale ideologie uit zich in een economisch zelfbewustzijn dat de drijfveer is achter de claim tot overheveling van zowat alle sociaaleconomische beleidsinstrumenten, in de veronderstelling dat Vlaanderen alleen beter af zal zijn dan in Belgisch verband. Voor de N-VA, of tenminste de sociaaleconomische krachten achter de opgang van die partij zijn veel meer dan de Franstaligen, de voorzieningen van de sociale zekerheid en verworven arbeidsrechten in het algemeen een blok aan het been, ook die voor Vlaamse werknemers. Geen wonder dat Bart De Wever vorige week nog bejubeld door het keur van de francofone, royalistische, Brusselse bourgeoisie in de exclusieve zakenclub Cercle de Lorraine[1]. De communautaire eisen van de N-VA zijn een breekijzer om in Vlaanderen de sociale verworvenheden terug te schroeven. De Vlaams-nationalisten geloven dat een zelfstandig Vlaanderen het economisch beter zal doen. Ze beweren dat kleine, homogene naties in de geglobaliseerde wereldeconomie steeds meer in het voordeel zouden zijn in vergelijking met grotere, meer heterogene landen. Dit is een bijkomende legitimatie gebleken voor de oude strijd van seperatisten van Vlaanderen tot Catalonië. De  federale overheid mag ondertussen blijven bestaan om de staatsschuld af te betalen en tot Europa het leger heeft overgenomen.

Het communautarisme stelt de gemeenschap boven het individu. Het conservatisme, verzet zich tegen de maakbaarheid van de samenleving door de staat. Problemen zouden opgelost worden als iedereen zich zou schikken naar een bepaalde interpretatie van de tradities van de dominante gemeenschap en dus Vlaams zou leren, geen hoofddoek zou dragen, etc.

Schinkel (2012) stelt dat het reëel bestaande nationalisme smetvrees en vlucht het weg van het bestaande in een zuiverheid die altijd toekomstig is, maar die gerechtvaardigd wordt met ficties uit verleden. Het hedendaagse nationalisme van rechts grijpt terug naar een pre- mei 68 tijdperk, een geïdealiseerd jaren 50 toen er nog economische groei, een gezond sociaal weefsel was, een moreel orde en een homogene identiteit was die iedereen deelde. Het is een vergeetstrategie, een manier om in een herinnering te leven die parallel loopt aan een realiteit die steeds minder congruent is met die herinnering.

Hoe kunnen we de sympathie en antipathie voor het Vlaams-nationalisme vandaag verklaren? Werkt nationalisme vandaag eerder verdelend of verzamelend? Is er een werkelijke opstoot van nationalisme?

Het gaat me niet zozeer om de politicologische analyse van waarom scoort de NVA zo goed scoort. De figuur van de briljante communicator De Wever en de disproportionele media aandacht zullen ongetwijfeld een rol spelen. Daarnaast is er ook de huidige staatsstructuur met een gebrek aan nationale partijen en uiteenlopende verkiezingsuitslagen die tot steeds verdere staatshervormingen lijkt te leiden. De belangrijkste vraag is voor mij waarom in tijden van meervoudige crises, i.p.v. massale systeemkritiek en een opbouw van postkapitalistische alternatieven, een schijnbaar groeiende groep er voor kiest om zich terug te plooien op de eigen heimat en voor een conservatief project gaat.

Ik denk niet dat, dat komt doordat het nog niet ‘erg genoeg is’ of door ‘de crisis’. Ik denk dat we de verklaring op ideologisch vlak moeten zoeken. De NVA  heeft de culturele hegemonie over zaken als de economie en migratie, in de zin dat haar ideeën als gezond verstand en rationeel worden gezien,. Andere partijen of stemmen zullen daar steeds een flauw afkooksel van zijn, of als ‘gedateerd’, ‘links’, ‘politiek correct’, ‘multiculti’, ‘marxistisch’ of zelfs ‘belgiscistisch worden weggeserveerd. Alles wat er in de media gezegd wordt, is daarom bijna altijd een impliciete of expliciete reactie op het gedachtegoed dat een mengeling is tussen conservatisme, neoliberalisme en communautarisme. Ondertussen zijn systeemveranderingen die breken met het kapitalisme of andere vormen van democratie onmogelijk om in te denken voor de meeste mensen, hoewel er wel een groeiend verlangen naar lijkt te bestaan.De economische crisis, uitgezonderd wat morele verontwaardiging over bonussen en vermenging tussen politiek en banken, wordt  niet gezien als een falen van het kapitalisme of het ‘einde van de groei’. De oorzaak wordt gezien bij te hoge overheidsuitgaven en lonen en dat mensen te snel een uitkering krijgen en te vroeg met pensioen kunnen.

De communicatiestrategie van de NVA kenmerkt zich ook door gematigdheid. Men is nergens ranzig racistisch zoals bij het Vlaams Belang, sommige vooraanstaande leden zoals Jan Peumans zijn zelfs fan van Wallonië. Ze stellen zich voor als de verdedigers van de ‘Vlaamse productieve middenklasse’ die uitgebuit worden door de federale staat die vertegenwoordigd worden door de volksvreemde linkse ‘culturo’s’, socialisten, vakbonden. Ze zijn er in geslaagd die tegenstelling dominant te maken. Bart De Wever heeft dus gelijk als hij zegt dat de partij de ‘grondstroom’ van de Vlamingen vertegenwoordigd, maar hij zegt er niet bij dat hij en zijn voorgangers die mee gecreëerd hebben.

De NVA is er in geslaagd om zichzelf als de kracht van de verandering  voor te stellen, en links als de behoudsgezinden voor te stellen. De huidige context maakt dat behoudsgezind weinig aantrekkelijk is voor de meeste mensen.

Hoe moeten we ons tegenover dit Vlaamsnationalisme verhouden?

We moeten in ieder geval ophouden met verkrampte reacties op non-issues en elke scheet die een NVA’er laat als fascistisch te zien. Pleidooien voor kosmopolitisme en lofzangen op het surrealistische België zullen het tij ook niet keren. Eén of andere socioloog zei ooit: ‘cosmopolitism is the class-conciousness of the frequent flyer’. Dat vind ik een mooie one-liner.

Er is niets mis met blij zijn als Tom Boonen de ronde van Vlaanderen wint, of je verbonden voelen met de plek waar je woont. De strijd voor taalrechten voor Nederlands was destijds daarom zeker progressief en ook ik vind dat het leren van Nederlands belangrijk als je in Vlaanderen woont. Het punt is dat daar eigenlijk niet de discussie over gaat. De discussie gaat over de vraag welke samenleving we willen. De discussie over meer Vlaanderen, meer België, meer Europa, of gewoon de afschaffing van naties, moet altijd in teken van die vraag staan.

Het is onze taak is de ficties van het nationalisme te doorprikken en een andere tegenstelling naar voor te schuiven tussen de ‘gemeenschap’ en de volksvreemde Belgische elite: de vakbonden, de franstaligen, de klassieke partijen, de federale overheid, kunstenaars, intellectuelen. Tegenover een politisering van de cultuur of de taal , moeten we een politisering van de economie naar voorschuiven. De tegenstelling gaat voor mij tussen een links, dat de maatschappij niet als af ziet en ze wil omvormen in een meer democratische, egalitaire en ecologisch duurzame richting tegenover verschillende schakeringen van rechts die iets anders voor ogen hebben.

We moeten aantonen dat globaliseringprocessen de mogelijkheid tot het vormen van een zelfredzame economische ruimte tot een hersenschim herleiden. We moeten vragen aan mensen die voor de NVA zijn waarom ze moord en brand schreeuwen over het ACW, maar de Franse miljonair Arnault met open armen ontvangen. We moeten aantonen dat het gebrek aan ‘normen en waarden’ niet het gevolg is van een gebrek aan repressie, maar door een gebrek aan kansen en open ruimte om tot rust te komen. We moeten aantonen dat het project van de NVA de gemeenschap niet versterkt los van de staat en markt, integendeel. Toenemende ongelijkheid ondergraaft immers gemeenschapszin en gaat samen met een enorme uitbreiding van het repressieve staatsapparaat. Vlaams zelfbestuur leidt ook niet tot meer democratie, zie maar naar de boekhoudersmentaliteit in de Vlaamse regering of het gebrek aan inspraak en transparantie in het hele oosterweeldossier. We moeten aantonen dat een Vlaamse confederaal centralisme geen extra hefboom kan zijn voor een linkse aanpak van grensoverschrijdende ecologische problematiek, de toenemende werkloosheid, concurrentie, de bewapening, de toenemende diversiteit in de samenleving.

Als u mij vraagt bent u internationalist of nationalist? Dan denk ik dat ik het eerste zal antwoorden. Internationalisme betekent voor mij niet dat ik geloof in een soort van harmonieuze wereldgemeenschap zonder natiestaten op korte of middellange termijn. Het betekent ook niet dat ik een wereldregering wil die de nationale staten vervangt. Zolang ik geen alternatief zie voor een vorm van staatstructuur om een democratie, rechtssysteem en publieke goederen te beheren, ga ik ook niet roepen om het einde van de natiestaat.  Internationalisme houdt voor mij de idee in dat we de problemen van de wereld niet kunnen oplossen door inwoners van een bepaald territorium boven mensen te plaatsen die niet tot dat territorium behoren of ergens anders geboren zijn. Ik vind een goede vorm van internationalisme nog altijd het oude groene idee van: think global, act local. Vanuit een internationalistisch oogpunt acht ik dat we geen ontwikkelingsmodel mogen aanhouden dat ten koste gaat van de mens en de natuur ergens aan de andere kant van de wereld. Internationalisme betekent voor mij een verzet tegen elke vorm van cultureel, militair of economisch imperialisme. Op een aantal vlakken lijkt mij echter wel een verregaande decentralisatie nodig en denk ik dat de stad het ideale schaalniveau biedt om vele zaken te organiseren.  Langs de andere kant moeten we ervoor ijveren dat solidariteitsmechanismes en sociale rechten zo veel mogelijk veralgemeend worden en niet alleen in theorie maar ook in de praktijk universeel worden, in dat opzicht steun ik stappen richting een ‘sociaal europa’ en de transnationalisering van sociale bewegingen. Ethisch gezien vind ik een koppeling van sociale rechten aan culturele afkomst, onaanvaardbaar. De sterkte van Occupy ligt voor mij dan ook in de combinatie tussen worteling binnen de lokale gemeenschap en de internationale blik en globale solidariteit.

Ik stel voor dat we de discussie openen en centreren op zaken die in de inleiding gezegd zijn en op de drie vragen? 1) Wat betekent het (Vlaams) nationalisme vandaag? 2) Waarom is het zo succesvol hier en komt er vooral rechtse reactie op de crisis? 3) Hoe moeten we ons tegen het (Vlaams)nationalisme verhouden?

Bibliografie:

Blommaert, J. (2013), Over Links en Nationalisme. De kloof tussen Abicht en de realiteit, http://www.dewereldmorgen.be/blogs/jan-blommaert/2012/12/30/over-links-en-nationalisme-de-kloof-tussen-abicht-en-de-realiteit

De Wever, B. & Vrints, A. (2008): Vlaams-nationalisme. Natievorming, ideologie en politieke stroming, pp.319-380 in Sanders, L. en Devos, C. in Politieke ideologieën,Antwerpen: Standaard uitgeverij.

Hobsbawm, E. (1990), Nations and nationalism since 1780: programm, myth, reality, Cambridge, Cambridge University Press,

Schinkel, W. (2012). De Nieuwe Democratie.Naar andere vormen van politiek. Amsterdam: De Bezige Bij.

Smith, A. (2001) , ‘Nationalism’, p.222-225, in: Leoussi, A. (red.), Encyclopedia of Nationalism, London: Transaction Publisher

Wils, L. (1992), Van Clovis tot Happart, Leuven: Garant.

Leave a Reply