Inleiding – opstanden in Noord-Afrika & Midden-Oosten

10 mrt

discussie van dinsdag 8 maart 2011, Antwerpen

De protesten in het Midden-Oosten die december vorig jaar begonnen, duren voort en het einde is niet in zicht. Zowel de Tunesische als de Egyptische president hebben moeten aftreden en staatshoofden in andere landen hebben, naast repressieve maatregelen, behulp gedaan op toegevingen om de spreiding van de revolutionaire golf in te dijken. De wijzers van de geschiedenis schuiven vooruit na lange tijd stil hebben te gestaan. De heldhaftigheid en onderlinge broederschap, en vooral de vreugde taferelen op Tahrir plein, zetten de gewoonlijke cynische uitkijk van onze experts en opiniemakers voor schut.
Elk land kent natuurlijk een voorafgaande specifieke samenloop van omstandigheden. In Egypte was er de brutale moord op Khaled Saeed in juni, de vervalste verkiezingen in november (de VS hadden dit streng gekritiseerd omdat ze natuurlijk wisten het de opvolging van Mubarak zou bemoeilijken) en het organisatorisch werk van de 6-april beweging via facebook in de afgelopen paar jaar. In Egypte waren er behalve demonstraties op straat zoals elders, ook stakingen, opganggekomen tegen het einde, over meerdere sectoren, maar eerder van korte duur, en hun resultaat is mij onbekend of is nog onzeker. De opvallendste overwinning van arbeiders was de loonsverhoging van 25% in de textielfabriek van Mahalla.
Het is te simpel om te zeggen dat armoede “de” oorzaak is van opstanden. In Tunisië leeft 4% onder de armoedegrens, in Lybië en Bahrein is het BBP per capita relatief hoog. De onvrede met de corrupte overheid komt op de eerste plaats (het Egyptisch leger geniet populariteit omdat het niet met corruptie geassocieerd is). Het gebrek aan democratische vrijheden, de ontsteltenis over de hardhandige repressie, en een herwonnen gevoel van waardigheid, zijn verdere redenen.
In vergelijking met de wereldwijde voedsel protesten in 2007-2008 is de huidige golf nog beperkt. De prijsstijging in voedsel en olie begon juist voor de economische crisis (en was de directe oorzaak ervan, althans chronologisch). Toen was er ook hardhandige repressie, verschillende doden, tegemoetkomingen in de vorm van subsidies en bv. Haïti’s eerste minister moest afstappen. Een VN rapport in 2010 had precies gewaarschuwd voor een herhaling van dit scenario door stijgende voedselprijzen.
Het verschil is naast het strategisch belang van de regio (olie), het hogere aantal doden en wat een bewuste navolging lijkt van de protesten in buurlanden. Andere verschillen zijn misschien het feit dat de regio dichter ligt bij Europa dan Latijns-Amerika of Zuid-Oost Azië en de grotere familiariteit met de namen en gezichten van staatshoofden.

IM

No comments yet

Leave a Reply