Inleiding – Rampen in Haïti, Chili…

24 mrt

discussie van dinsdag 23 maart 2010, Antwerpen

Allereerst wil ik een korte opmerking maken over deze inleiding. Het is niet zo dat deze inleiding vanaf het begin af aan geschreven zou moeten zijn door mijn, L. Oorspronkelijk was S. verplicht met het schrijven van een korte inleiding tot de materie. Wegens ziekte is hij verhinderd. Echter het probleem was dat hij niet bijzonder snel van te voren liet merken dat hij wellicht niet ging komen. Nog langer liet zijn werk op zich wachten.  Toen ik vanmiddag om 17 uur verheugd op basis van een kort elektronisch tekstbericht mijn e-mail wilde gaan checken, bleek de inleiding van S. een directe emanatie van zijn lichamelijke gezondheid: het stelde niet zoveel voor. Ik heb dus als een gek deze inleiding geschreven in een tijdsbestek van een uur. Ik zal in deze inleiding dus maar een povere indruk op u kunnen achterlaten, echter dat is niet door omstandigheden door mijzelf verkozen. Ik hoop dat u mij deze daad wil vergeven. Ik zal nu de inleiding hervatten.

Haïti, twaalf januari 2010. Een aardbeving treft de hoofdstad Port-au-Prince en omstreken. De schade is desastreus, meer dan 200 000 doden, 300 000 gewonden en 1 000 000 daklozen. De natuurlijke oorzaak van de ramp is bekend, maar wat zijn de sociale en politieke aspecten die spelen bij een ramp als deze en hoe groot is hun impact? Waarom is een natuurramp ook een sociale ramp?

Ik zal proberen Haïti kort te analyseren. Constant zal ik ‘weaving back and forth’ tussen de theorie en de praktijk. Ik gebruik gedurende mijn analyse een vorm van Wallerstein-esque benadering. Nogmaals, het achtervoegsel –esque is omdat ik (waarschijnlijk) een draai geef aan zijn interpretatie.

Wallerstein ziet de moderne kapitalistische wereld als een wereldsysteem waarin verschillende onderdelen van de wereld, in zijn interpretatie vaak gebieden/streken, ik ga in dit geval uit van staten, een bepaalde functie hebben in de productie in en de reproductie van het kapitalistische wereldsysteem. Dit is echter wel geen Ricardo-iaans schema, waarin de voltallige bevolking der aardkloot beter wordt van deze interstatelijke arbeidsverdeling. In een analyse van de producten die de staten op de aarde produceren komen Wallerstein en de zijne tot de conclusie dat er drie grondvormen zijn, waarvan ik er twee zal behandelen (Ik maak dus een dichotomie voor de eenvoud van de analyse). Aan de ene kant zijn er de staten die producten produceren die zich kenmerken door een monopolistische afzetmarkt. Dit zijn de westerse staten. In het systeem produceren zij producten die de voltallige wereld afneemt voor een prijs die bepaald wordt door de monopolist in deze staten. De producten waar we dan aan hoogtechnologische producten, chemisch hoogstaande producten, maar ook vooral de hoofdzetels van de grote holstermaatschappijen en de goochelende financiële instellingen. De staten en de burgers zijn in staat om zich ten koste van dit monopolie ten goede te doen aan het monopolistensurplus dat hier wordt geproduceerd.  Aan de andere kant zijn er de niet-westerse staten, d.w.z. de derde wereld. Zij produceren de producten die worden geproduceerd volgens wat de neoklassieke economie noemt de ‘volledige mededinging’. Dat wil zeggen dat er in deze nagenoeg perfecte markt geen surplus wordt geproduceerd. Er komt net genoeg uit om de depreciatie van middelen op te vangen en de monden van de arbeiders te voeden. De burgers hier hebben geen marge om zich te ‘ontplooien’ zoals dat in de moderne opschmuk heet.

Terug naar de reeële werkelijkheid. We hadden het hier over Haïti. Haïti is een dergelijke staat waar er absolute mededinging is door de markt. Beschouw de producten waarvan het CIA-factbook (vergeef mij) stelt dat het de producten zijn waarvan Haïti moet rondkomen: sugarcane, flour, cacao, coffee, textiles, cement. Allemaal hebben we hier duidelijk dat dit geen iPhones zijn, wat Haïti produceert. Hier is geen monopolistische winst te behalen.  Om het nog verder te illustreren: 66% van de Haïtiaanse bevolking was (ik gebruik de onvoltooid verleden tijd) betrokken in de productie van agriculturele producten.  72,9 procent van alle export is bestemd voor de Verenigde Staten van Amerika, 3,3% voor Canada. 82,9 procent was hiervan in hand van private, kleine, haast feodale boeren.

De prijs begon in 1980 te dalen van voedsel. In Marxistische termen verklaren we dergelijke wisselingen in prijs natuurlijk door het feit dat de sociaal vereiste arbeidstijd om een eenheid voedsel te produceren afneemt. Ik postuleer dit. Historisch-materlialistisch bezien kan je nu zeggen dat een land nu diep in de stront zit, want waar ga je als natie je geld vandaan halen om de producten te kopen die je altijd had? De dictators die aan de macht waren om het land in de greep te houden van hen die er werkelijk belang bij handen, wederom een postulaat, beginnen vanaf dat moment natuurlijk ook het heet onder de voeten te krijgen. De burgers accepteren wellicht een stijging van de welvaart onder dictators, ongeacht welke ideologie (staatskapitalisme of privaat kapitalisme). die uitkramen of hoe zeer ze zichzelf ook verrijken of enkele marginale stemmen uit de oppositie het zwijgen opleggen, maar een daling van de welvaart, dat gaat te ver. En dat is wat er gebeurd is in Haïti. Dit verklaart waarom grote hoeveelheden met dictators een voor een worden afgezet, en een voor een weer ook zichzelf verrijken: Immers de job impliceert in dat land dat je binnen de kortste keren weer wordt afgezet. Alle politici verrijken zich op de ruggen van anderen de een iets sneller dan de ander, gebaseerd op eigen verwachtte omlooptijd en verwachtte fysieke gesteldheid na een surge. Duvalier, Aristide, Cédras, Aristide, Préval. Een internationale troepenmacht en een grote hoeveelheid buitenlandse steun houden het land bij elkaar, en het is duidelijk waarom: Een land waar mensen van gemiddelde 2 euro per dag moeten rondkomen (en let op, alle wetenschappers met statistische kennis weten dit: gemiddelden kunnen enorm vertekend worden door uitschieters, en die uitschieters zijn bij inkomen vaak naar boven) wordt een Hobbiaanse oorlog van allen tegen allen.

Tegen deze achtergrond komt er dan vervolgens de ramp van 12 januari. Remember: geen winstproductie, ecologische rampen als gevolg door de modus van productie, sociale ramp door modus van productie en een dictator om het boelletje af te maken. Nu moet het land worden heropgebouwd. Ik kom nu bij mijn besluit, en ik citeer hier graag een bekend stuk uit het werk van Marx (Der Achtzehnte Brumaire Des Louis Napoleons om precies te zijn) om het merendeel van deze tafel toch duidelijk te maken waar ik aansluit: ‘Hegel bemerkte irgendwo, daß alle großen weltgeschichtlichen Tatsachen und Personen sich sozusagen zweimal ereignen. Er hat vergessen, hinzuzufügen: das eine Mal als Tragödie, das andere Mal als Farce.’ Laten wij ons alstublieft niet overkomen dat wij een farce moeten meemaken. Een farce met een 200.000 daklozen. Ik zal mijn oplossing in dit geval niet opleggen. Ik ‘let the floor to you’ om uw visie op deze zaken te geven.

L.

Haïti, 12 januari 2010. Een aardbeving treft de hoofdstad Port-au-Prince en omstreken. De schade is desastreus: meer dan 200 000 doden, 300 000 gewonden en 1 000 000 daklozen. De natuurlijke oorzaak van de ramp is bekend, maar wat zijn de sociale en politieke aspecten die spelen bij een ramp als deze en hoe groot is hun impact? Waarom is een natuurramp ook een sociale ramp?

Haïti kent een lange koloniale geschiedenis. Het eiland werd voor het eerst ontdekt door de westerse wereld in 1492 door Columbus en werd onmiddellijk onder soevereiniteit van de Spaanse kroon gezet. Spanje verloor interesse in Haïti (wat toen der tijd het volledige eiland Hispaniola omvatte) doordat in Mexico en Zuid-Amerika meer goud wereld ontgonnen. Hierdoor kreeg Frankrijk de kans om in 1659 het eiland  ze bezetten en bleef onder haar macht tot in 1792 –  dit door aanleiding van Amerikaanse Revolutie en Franse Revolutie van 1789 – er een burger oorlog uitbreekt dat zou lijden tot de onafhankelijkheid van haiti in 1791. Het eiland werd echter in 1804 pas door Frankrijk als onafhankelijk herkend. Dit in ruil voor 90 miljoen gouden franken aan ‘schade’ kosten. Dit bedrag werd uiteindelijk pas volledig terug betaald in 1947. Ook al is Haïti een van de eerste onafhankelijke Republiek van onze moderne geschiedenis, toch kent de natie nog hierna de ene politieke onstabiele periode na de anderen. Onderandere het binnenvallen van de VS in 1915 en in de iets nadere geschiedenis, de 2004 revolte die lijde tot het afzetten van president Aristide.

Zoals dit kort overzicht van de geschiedenis toont, is Haïti altijd een interessante plek geweest voor het wereldkapitaal door haar grondstoffen zoals bauxiet, koper, calciumcarbonaat, goud en marmer. Internationale wereldmachten hebben sinds haar ontdekking altijd interesse getoond in dit gebied. De magnitude aan doden en gewonden van deze ramp is niet enkel te danken aan de aardbeving zelf, maar ook aan de slechte infrastructuur en medische voorzieningen, die zich nooit degelijk hebben kunnen ontwikkelen eeuwen geteisterd word door imperialisme. Het is niet verrassend dat een land zoals de VS 10 000 troepen stuurt met als excuus het geweld onder controle, zodoende de weg te versperren voor hulpverleners die werden verboden het ramp gebied te betreden zolang de rampzone niet ‘save’ verklaard werd. Volgens deze logica is bij een ramp eerst noodzakelijk de verspreiding van militaire troepen (met onderanderen tanks!) en dan pas het toelaten van humanitaire hulp. Is dit geen klaarduidelijk imperialisme?

S.

2 Responses to “Inleiding – Rampen in Haïti, Chili…”

  1. aicha oktober 18, 2010 at 4:59 am #

    lk wel fotous van des menssen

Trackbacks and Pingbacks

  1. Kernenergie « Discussiegroep Spartacus - mei 16, 2011

    […] over de rampen in Haïti (2010): inleiding + […]

Leave a Reply