Inleiding – Utopie: gevaarlijk of constructief?

1 dec

discussie van 8 november 2011, Antwerpen

Definitie

Naargelang de context kan het woord ‘utopie’ verschillende betekenissen hebben:

  1. niet te verwezenlijken ideaal – synoniem: droombeeld
  2. geschrift over een utopie (stijlfiguur)
  3. ontwerp voor een ideale toestand

Antoniem: een ‘dystopie’ (of antiutopie) is een ingebeelde plaats waar mensen gedehumaniseerde en dikwijls angstige levens lijden.

‘Technologisch utopisme’ komt voor uit het geloof in technologie – opgevat als meer dan instrumenten en machines alleen – als het middel om de perfecte samenleving in de nabije toekomst te verwezenlijken.

Historisch

De oorsprong van het woord ‘utopie’ ligt in het werk ‘Utopia’ (1516) van Thomas More. Het verschijnsel bestond echter al veel vroeger. Plato’s ‘Politeia’ (De staat)geldt als het eerste voorbeeld. Dit werk bevat een ontwerp voor een deugdzame en succesvolle stad – bestaande uit dezelfde drie grondkrachten als waar de menselijke ziel uit is opgebouwd (driftleven, doorzettingsvermogen en rede). Het werk is zeer gedetailleerd en had veel invloed in latere tijden. De critici van dit werk stellen dat het politieke ideaal van Plato berust op een onrealistisch beeld van menselijke wezens. De ideale stad is denkbaar, maar mensen zouden psychisch niet in staat zijn om zo’n stad te creëren en in stand te houden.
In het boek ‘De Optimo Reipublicae Statu deque Nova Insula Utopia’ beschreef de Engels humanist Thomas More zijn ideale staat. Het boek bestaat enerzijds uit een kritiek van de Engelse samenleving en anderzijds zijn ideaalbeeld. Utopia is een denkbeeldig land met een ideale samenleving waarin de godsdiensten gelijke rechten bezitten en de ware godsdienst deïstisch avant la lettre genoemd mag worden. Er bestaat geen privébezit, omdat dit volgens More de bron is van alle maatschappelijke ellende. Er is in Utopia gelijkheid op sociaal gebied. Cultuur en onderwijs dienen gebaseerd te zijn op de klassieke oudheid. Ook vrouwen krijgen de ruimte zich te ontwikkelen. In Utopia bestaat een humaan strafrecht. Ziekten die onverdraaglijk lijden met zich mee brengen dienen serieus genomen te worden. De zieken moeten geholpen worden hun leven via versterving te beëindigen.

Enkele bekende (werken over) utopieën/dystopiën:  Tommaso Campanella (‘La città del sole’), Francis Bacon (‘New Atlantis’), Saint-Simon, Fourier, Owen en Bellamy (utopisch socialisme), H. G. Wells (‘A Modern Utopia’),  Aldous Huxley (‘Brave new world’) , Ernst Bloch (‘Das Prinzip Hoffnung ‘), Martin Buber (‘Paths in Utopia’), Karl Popper (‘The open society and its enemies’), Antonio Negri (‘Utopian Spaces of Art and Theory after 1960’), Ernest Callenbach (‘Ecotopia’)

In de loop van de 20ste eeuw heeft het utopische genre zich in verschillende richtingen ontwikkeld. Zo zijn er overgangen naar de science fiction enerzijds en naar het wetenschappelijk toekomstonderzoek (futurologie) anderzijds.

Probleemstelling

Het utopistisch socialisme van Saint-Simon, Fourier, Owen en Bellamy werd fel van bestreden door Karl Marx, die er zijn eigen ‘wetenschappelijke’ socialisme tegenoverstelde. In 1939 beschreef de marxistische politiek theoreticus E. H. Carr in zijn boek ‘The Twenty Years’ Crisis’ zes verschillen tussen utopisme en (politiek) realisme (nadruk op competitieve en conflictieve aspect van internationale politiek). De Britse filosoof Isaiah Berlin merkte meermaals de gevaren op van utopisme, en benadrukte de noodzaak van een maat voor politiek pragmatisme.

Op het moment van dit schrijven wordt de neoliberale samenleving door velen beschouwd als de natuurlijke staat van de menselijke soort (Thatcher: “Er is geen alternatief”). De ineenstorting van de Sovjet-Unie wordt algemeen beschouwd als sluitend bewijs van de onmogelijkheid van communisme, en postmodernisten zeggen ons dat “grote verhalen” niet langer levensvatbaar of zelfs wenselijk zijn. Moeten we in deze context marxisme zien als “slecht utopisme”, als romantische naïviteit, of kan marxisme verdedigd worden als “goed utopisme” – concrete radicale kritiek van het kapitalisme en moreel /politiek noodzakelijk in functie van een beschaafde toekomst? [1]

Tegenwoordig staan nogal wat politici huiverig tegenover utopie/utopisch denken. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat zij vrezen hiervoor door de kiezer afgestraft te worden: utopieën zouden gevaarlijk zijn (“niemand wil terug naar het communisme”) en weinig te maken hebben met de realiteit.

Een bijkomende probleem van de utopie: is het werkelijk mogelijk een gedetailleerd toekomstbeeld voorop te stellen?  Bestaat het gevaar dan niet dat de utopie in haar details niet blijkt te kloppen? Of kan dit opgelost worden door flexibel te zijn in het denken, en bij te sturen waar nodig?

Argumentatie pro

Volgens Ernst Bloch is de belangrijkste functie van de utopie dat zij ons in staat stelt te bekritiseren wat er reeds is. Zodra samenlevingen dit vermogen verliezen en de utopie als een gevaarlijke illusie uitbannen, belanden zij op een even gevaarlijk als dood spoor. In een interview uit 1964 met de Duitse filosoof Adorno stelt Bloch dat hij dit zowel voor als achter de Berlijnse Muur heeft waargenomen: beide ideologieën hebben de hoop verbannen en verstarren op gevaarlijke wijze in hun eigen dogmatiek: “Zowel het Oostblok als de westerse samenlevingen zijn aan boord gegaan van een sinister schip dat elk utopisch verlangen verboden en verbannen heeft.” [2]

In tijden van crisis wordt een stijging van de verkoop van ‘Das Kapital’ van Marx opgemerkt. Het feit dat mensen uit eigen beweging dan inspiratie zoeken bij ideologen uit het verleden wijst enerzijds op imperfectie van het huidige systeem, anderzijds op het verlangen van veel mensen om de wereld aanzienlijk te verbeteren.
De filosoof Zizek liet in een recent interview optekenen dat volgens hem het kapitalisme niet langer aan democratie gelinkt is, en dat de verschillende soorten kapitalisme nu niet langer vanzelfsprekend geaccepteerd dienen te worden. Hij stelt: “The field is open”. [3]

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk liet in een recent interview optekenen: “Ik zeg u: de crisis zal een nieuwe elite tot stand brengen. We staan werkelijk aan het begin van een nieuwe missie. […] Die elite bestaat uit die mensen die gehoor geven aan de stem van de crisis. Ik geloof dat er een reeks milieuorganisaties is die tot de nieuwe elite behoren, die deze stem van de werkelijkheid nog beter en duidelijker horen. En er ook intensiever gehoor aan geven dan de meeste anderen.” [4]

Activist Stéphane Hessel (bekend van het boekje ‘Engagez-vous’) zegt het volgende: “Ik ben een utopist. Alle goede ideeën zijn utopisch. Zelfs het idee dat we herboren worden na de dood en dat Christus ons terug tot leven wekt en ook tot fysiek leven, dat is ook utopisch. Het betekent dat er niets definitief verloren is, want er is altijd de mogelijkheid van de ontwikkeling of de mogelijkheid om bewustzijn te verruimen, zoals bij de boeddhisten en de Dalai Lama getoond wordt. Zulke gedachten ben ik zeer genegen. Maar natuurlijk zijn ze utopisch, voor zover de overlevende samenlevingen daarmee geen vorderingen maken op het vlak van energiebesparing. Het houdt ze op een of andere manier samen, maar het brengt ze niet voorwaarts.”  [5]

Eigen visie

Utopisch denken zou ik eerder omschrijven als een “deugd” dan als een “zonde”. Er wordt wel eens gezegd dat de mens breekt wanneer je zijn hoop afneemt.

Mijn persoonlijke utopische denken steunt op drie elementen:

1.)    Kosmopolitisme: de ecologische problemen zijn te groot om enkel nog op nationaal niveau aan te pakken. Een wereldgemeenschap die de beperkingen van nationale entiteiten opheft lijkt mij de beste basis voor een menswaardige toekomst. Qua bestuur, productie terug voornamelijk op lokaal niveau.

2.)    Ecologisme: de natuur heeft de mens niet nodig, maar de mens heeft de natuur nodig. Een wijs man zei ooit dat de mens zal ontdekken dat geld niet eetbaar is. Daarom is er een paradigmaverandering nodig: van antropocentrische permissiviteit naar harmonisch “rentmeesterschap”. Dit houdt logischerwijs ook een inkrimping van menselijk behoeften en productie in.

3.)    Staatscontrole: gezien de mens van nature geneigd is om enkel naar zijn belangen op korte termijn te kijken, is verregaande inmenging van de overheid op macro- en microniveau noodzakelijk om het voortbestaan van de menselijke soort te garanderen.
Om misbruiken en corruptie te vermijden dient tegelijkertijd de staat sterk gecontroleerd te worden (democratie als controle op zij die de gelijkheid in de praktijk moeten realiseren,  alarmbel- en afzettingsprocedures, beperking duur mandaten).

Links

‘Utopia’ op Wikipedia
http://en.wikipedia.org/wiki/Utopia

The Society for Utopian Studies
http://www.utoronto.ca/utopia/

The Utopian Studies Society
http://www.utopianstudieseurope.org/

utopia and utopianism (utp)
http://www.utopiaandutopianism.com/

Utopia-Stifung
http://www.utopia.de/
Utopian Socialism
http://www.marxists.org/subject/utopian/index.htm
Slavoj Zizek: ‘Now the field is open’
http://english.aljazeera.net/programmes/talktojazeera/2011/10/2011102813360731764.html

Peter Sloterdijk: ‘Ik zeg u: de crisis zal een nieuwe elite brengen’
http://www.vn.nl/Standaard-media-pagina/PeterSloterdijkIkZegUDeCrisisZalEenNieuweEliteBrengen.htm

Wir brauchen einen neuen Aufbruch!
http://www.zeit.de/2011/23/Gespraech-Hessel-Precht/seite-5




[2] Ernst Bloch, ‘Das Prinzip Hoffnung’, p. 155

[5] http://www.zeit.de/2011/23/Gespraech-Hessel-Precht/seite-5

One Response to “Inleiding – Utopie: gevaarlijk of constructief?”

  1. studio december 5, 2011 at 9:02 pm #

    Wellicht interessant ook bij het onderwerp:
    Utopische verkenningen 1-5, nwsbrf 15-19.
    zie: http://www.zelfvoorziening.nl/nieuwsbrief_15.html#uto

    Over Marx/marxisme, bloemlezing 1, nwsbrf 34.

Leave a Reply