Inleiding ‘Verkiezingen: motor van de geschiedenis of bron van illusies?’

18 jan

Noot: Mijn tekst is nooit afgeraakt, ik ben nooit tevreden geworden over wat er op papier staat. Maar er komt een moment dat je maar gewoon moet beslissen om te publiceren wat er nu eenmaal op papier staat. Ik hoop dat deze ‘gedachten’ tot een mooie discussie kunnen leiden, en ik denk dat we allemaal voldoende ideeën hebben waarom we wel of niet zouden moeten stemmen.

Noot 2: Ik zal de tekst op de discussie zelf wat inkorten voor presentatie, of allicht de belangrijkste punten aanstippen.

Het lijkt misschien wat goedkoop om te beginnen met de kritieken die men vaak hoort als men er voor kiest om niet te stemmen en daar op een of andere manier voor uitkomt. Toch is dit misschien de beste manier van beginnen met ontrafelen van de gordiaanse knoop die deze discussie is. De hoeveelheid illusies, verwarringen en misplaatste hoop die men vindt in dergelijke debatten is groot, en om te proberen direct door te dringen tot de kern van het probleem levert meestal alleen maar meer verwarring op.

Daarom dat we beginnen met een aanval op de meest-gehoorde kritieken die men hoort wanneer de opmerking valt dat men niet stemt. Daarbij zullen we nog even op de vlakte blijven over de vraag waarom we dit niet zouden willen doen. Uiteindelijk zullen we doorheen die vragen wel tot een bepaald antwoord op die vraag komen.

‘Zeg iets, want anders eten we spruitjes vanavond’

Het belangrijkste Belgische politieke moment van de eeuw?

Als we de burgerlijke media mogen geloven zitten we nu in een van de belangrijkste politieke momenten van de eeuw. En wat in de burgerlijke media en in de burgerlijke politiek wordt gemijmerd vindt men snel terug in de alledaagse gesprekken en in de alledaagse overtuigingen van mensen. De gespannen sfeer rond de N-VA en het ‘nationalisme’ is er een die volgens een naar ons idee correcte analyse de blik wegneemt van wat er werkelijk aan de hand is: namelijk dat beide parlementaire kampen kampen met de eigen illusies.

Illusies en de muur

De rechtse parlementaire partijen stellen hun partijprogramma voor als de ultieme uiting van het conservatieve of liberale gedachtengoed. De staat wordt ingekort, burgers worden weer aangesproken op hun plichten en als men dat niet doet wordt men gestraft en in het gevang gestoken. De linkse parlementaire partijen stellen hun partijprogramma voor als een uitbreiding van de rechten, de verbetering van de voorzieningen en de toename van het maatschappelijk respect voor de zwakkeren. Maar de twee grote ideologische fracties van het kapitalisme rennen noodzakelijk met hun gezicht tegen de muur.

Omdat we hier toch voornamelijk linksen zijn, zullen we ons vooral bezighouden met de linkse illusies. Links wordt geconfronteerd met de realiteit van de crisis die nu ongeveer al de gehele twintigste en eenentwintigste eeuw aansleept, en zij kan niet de voorzieningen uitbreiden zonder de maatschappij in meer schulden te storten. Ze kan er dan voor kiezen om op andere plekken te korten. Hoe dan ook is het een zero-sum game: er wordt nergens een vooruitgang geboekt omdat het hedendaagse kapitalisme gewoon niet meer kan ondersteunen aan progressieve rechten en voorzieningen. En de crisis komt altijd terug, venijniger en langer dan daarvoor. We lijken nu soms al sinds 1973 permanent in crisis, en er is geen reden om te geloven dat daar een einde aan komt. Laten we deze zaak toch wat dieper onderzoeken.

‘Stem, anders mag je niets over politiek zeggen’.

Kapitalisme, complexiteit en beheer

Het kapitalisme is een ongelofelijk complex systeem, waarin verschillende kapitalistische klassen (industrieel, financieel, landbezitters, etc.), individuele kapitalisten en bedrijven proberen om elkaar en de arbeiders te slim af te zijn. In de burgerlijke economie denkt men graag dat kapitalisten in bezit zijn van perfecte informatie en in staat zijn om te komen tot een bepaald ‘rustpunt’. Maar de kapitalisten, in al hun verschillende gelederingen, leven in een grote verwarring: ze kunnen nooit weten wat hun belangen op de lange termijn of korte termijn zullen zijn, en zelfs al zouden ze weten wat hun belangen zijn, dan zouden ze nog niet altijd exact weten hoe ze die belangen exact veiligstellen. Omdat de individuele kapitalisten zo handelen dat de gevolgen van hun gezamenlijke handelen nooit in detail te voorspellen is. Maar kapitaalaccumulatie is het begin- en het eindwoord van de kapitalist. Dus probeert de kapitalist grip te krijgen over zijn individuele productieproces, maar ook over zijn ‘leefomgeving’. En in die zin heeft het kapitalisme altijd een vorm van controle nodig: opdat een individuele kapitalist de individuele arbeider niet tot een punt kan uitbuiten dat ze doodvallen op hun werkplek, dat één bedrijf niet in staat is om de ganse economie te monopoliseren, opdat een individueel faillissement niet de economie van een natiestaat kan laten instorten, etc. Maar ook dat arbeiders netjes gaan vechten om andere staten te vernietigen,  en dat ze niet in verzet komen tegen hun bazen. Dit is wat de staat doet, ze probeert te stabiliseren en het nationale, regionale of lokale kapitalisme op sommige punten te laten ‘samenwerken’ zodat daarmee het belang van de kapitalisten collectief (‘goed beheer’) of de individuele kapitalist (‘corruptie’) wordt gediend. We noemen deze basisfunctie van de staat ook wel ‘het beheer van het kapitalisme’.

De linker- en rechterhand van de kapitalistische staat

De socioloog Louis Wacquant stelt daarom correct dat de staat een rechter- en linkerhand heeft. Meer of minder staat is volgens hem nooit de werkelijke kwestie: de vraag is hoe de staat het kapitalisme zal beheren, dan wel met klappen dan wel met kussen. Maar met Gramsci moet worden benadrukt dat een staat altijd ervoor zal kiezen om de twee te mengen hoe dat het haar uitkomt om het kapitalisme in stand te houden, omdat geen enkel kapitalisme kan bestaan op basis van énkel gewelddadige dwang of énkel illusies. Maar waar het kapitalisme misschien constant van masker verandert, blijft het kapitaal altijd in het zadel.

Maar we vermeldden eerder dat de individuele kapitalist niet in staat is om ‘grip’ of ‘zicht’ te krijgen op zijn leefomgeving. En dit geldt evengoed voor de staat of andere actoren in het alledaagse kapitalisme. Nu is het hedendaagse kapitalisme een kapitalisme in verval. Dit verval uit zich in de telkens terugkerende crisis, en de langzame of snelle achteruitgang van de verworvenheden van de arbeidersklasse wereldwijd. Waar het kapitalisme in de negentiende of achttiende eeuw nog een verbetering voor de mensheid kon betekenen,  een toename van de levensstandaard van de mensheid, gaat dat nu niet meer.

De verwarring van de burgerlijke politiek

Sommige kapitalisten en arbeiders ‘voelen’ dit verval en het inherente cynisme dat er mee samengaat. Maar ze begrijpen dit niet, en vormen zich dan vervolgens een beeld waarin een zondebok of een bepaalde maatschappelijke regeling een bepaalde maatschappelijk zuivere orde in de weg staat die de crisis en het cynisme zal tegengaan. Of ze beweren dat de implementatie van een bepaald idee of een bepaalde regeling ervoor zal zorgen dat de maatschappij uit de crisis zal komen en het cynisme zal genezen. Voor inspiratie gebruiken ze hiervoor misschien oudere kapitalistische ideologieën, zoals het negentiende eeuwse liberalisme. Maar omdat dit geen materialistische analyses zijn, maar idealistische ideologieën, knallen deze ideeën tegen de muur die we al eerder bespraken. Dit geldt voor conservatieven, liberalen, stalinisten, sociaaldemocraten, groenen, Syriëgangers, guerrilla’s in de jungle van Zuid-Amerika, etc. Het probleem van deze ideologieën is dat ze gefixeerd blijven op hun eigen perspectief en nooit proberen om hun burgerlijke verwarring te gebruiken om ‘brandhout’ van te maken. We komen allemaal uit de burgerlijke ideologie en worden er op elk moment van de dag mee geconfronteerd, en enkel door er dagelijks vragen aan onszelf te stellen (d.w.z. Is probleem x daadwerkelijk een probleem of is er meer aan de hand?) en theoretische (klasse)verworvenheden tegenover deze verwarringen te plaatsen krijgen deze kwesties waar deze groepen mee worstelen een betekenis tegen de hedendaagse ontwikkeling van het kapitalisme.

Waarom willen we dit benadrukken? Omdat aan de bron van dergelijke verwarringen vaak hele reële menselijke problemen liggen waar we niet neerbuigend over moeten zijn. We worden dagelijks geconfronteerd met de morele degeneratie van desinteresse voor de ander, de achteruitgang van de maatschappelijke voorzieningen, de vernietiging van het milieu en de kanker van het racisme, de oneerlijkheid van maatschappelijke ongelijkheden, de armoede, en al die andere problemen. Maar wanneer je geen kritische vragen stelt bij die zaken blijven ze niet meer dan verwarringen, en krijgen ze geen enkele betekenis en kan men zich er in verliezen zoals doolhoven nu eenmaal de neiging hebben te doen. Je moet er proberen boven te komen staan. Maar doen verkiezingen dit?

Kies tussen slecht en slecht

Maar voor veel van deze groepen zijn deze burgerlijke ideologieën het eindstation, omdat ze niet verder willen denken, of omdat dit simpelweg wordt gevraagd, of omdat ze simpelweg niet wordt geattendeerd op verhelderende ideeën.

De keuzes waarvoor het staatsbestel van het hedendaagse kapitalisme ons stelt zijn welk verval dat we zouden willen. En het zou graag willen dat we partij kiezen voor een van deze gefnuikte burgerlijke ideologieën. En in die zin zijn deze ‘keuzes’ de naam ‘politiek’ niet eens waard, omdat het geen keuzes zijn maar bij voorbaat mislukte reparatiepogingen, die hand-in-hand met hun ideologische tunnelvisie ons blind maken voor het feit dat we richting een afgrond aan het rijden zijn. Sommigen zullen beweren dat dit misschien enkel geldt voor geldelijk zaken. is stemmen ook niet iets ideologisch, over wat als ‘goed’ en ‘kwaad’ wordt aangezien in de maatschappij?  Maar wie dat beweert heeft oogkleppen op. Waar in het kapitalisme de ene zondebok verdwijnt, verschijnt de volgende al weer in beeld.

‘Stem, want het is de enige ingang voor de ‘lange mars door de instituten’.‘

Terug naar waar we mee begonnen. Sommige van de aanwezigen zullen misschien erkennen dat het kapitalisme geen mogelijkheden meer biedt, maar dat we toch moeten stemmen omdat dit noodzakelijk is om de macht te grijpen.

Allereerst wil ik wijzen op het feit dat sociaaldemocraten, ‘socialisten’, ‘communisten’ e.d. dit argument al maken sinds het begin van de parlementaire democratie: We zullen het kapitalisme omverwerpen door electorale middelen. We zijn ondertussen een eeuw verder. We kunnen dus de grootste twijfels hebben bij die zaak.

Ten tweede zijn er zij die beweren dat actief zijn in de parlementaire democratie aandacht naar linkse politiek zal voortbrengen. De aanwezigheid in het parlement zou alleen maar zijn om te ‘ontmaskeren’. Maar over welke issues zal het gaan in het parlement? Juist, de kwesties die het kapitalisme aanreikt: verward, onduidelijk, idealistisch. En dit idee van ‘ontmaskeren’ is ook al zo oud als het begin van de twintigste eeuw, waarom zou het nu wel correct zijn?

De filosofe Chantal Mouffe beweert dat het noodzakelijk is om mee te doen aan de verkiezingen, omdat we hiermee de ‘civil society’ kunnen overnemen. Ze bekritiseren daarom de activisten van Occupy, voor zover dat ze hebben geweigerd om zich aan te sluiten bij de bestaande burgerlijke staat- en partijstructuur. Hierbij maken ze twee kritische denkfouten:

1) Ze beweert dat door op het plein te gaan zitten ze geen werkelijke verandering hebben voortgebracht in de politiek, er is geen wijziging aangebracht binnen de ‘hegemonie’. Maar wat zou er concreet gebeurd zijn? De mensen betrokken bij Occupy voelen aan dat er iets fundamenteel mis is in de wereld, en ze staan daardoor ook sceptisch tegenover bepaalde ‘gegeven’ zaken zoals de parlementaire democratie. Natuurlijk, dit geldt niet voor iedereen in Occupy, en we moeten niet meer lezen in de zaak dan we kunnen doen. Wat had er gebeurd als Occupy zich had ingenesteld in de burgerlijke politiek? Dan gaat het weer over de verwarring van de dag. En voor zij die in de beweging aanvoelden dat er iets mis is met de waan van alle dag is het gevolg van deze ontwikkeling teleurstelling in een oorspronkelijk hoopvolle ontwikkeling. En dan uiteindelijk wellicht een reden tot een volledig verval in de apolitiek. Terwijl juist de poging om onze historische situatie te begrijpen zo bewonderaar is in Occupy. Juist door hun bedenkingen door te zetten kunnen ze een belangrijke politieke bijdragen leveren, niet door de ‘instituten te bezetten’.

2) Ze beweren dat alle bewegingen die zijn ontstaan de afgelopen vijf jaar in principe niets met elkaar te maken hebben. Ze zijn ontstaan uit verschillende politieke omstandigheden, beweren ze. Maar dit is hetgeen dat Mouffe wil zien: immers al die politieke achtergronden zijn ontstaat uit dezelfde internationale kapitalistische crisis en het gerommel in de imperialistische verhoudingen. Het feit dat mensen op straat kwamen om zich dingen af te vragen en zeer bewust tekenen van wereldwijde solidariteit met elkaar uit te wisselen  is niet pure jouissance van de vorm. Mouffe wil per se zien dat er geen enkele mogelijkheid ligt in bewegingen zoals Occupy in hun huidige vorm. Maar zij zou juist moeten beseffen dat in haar discursieve omschrijving van deze bewegingen als totaal verschillend ze een onderscheid creëert dat haar eigen gevolgen heeft voor de internationale strijd. Ze is dus niet alleen onjuist, maar ook intellectueel hypocriet.

Er valt nog meer te zeggen over Mouffe haar filosofie, die vooral in ‘intellectueel-linkse’ kringen steeds meer aanhang lijkt te winnen, maar dat is iets voor ander moment. Het is gewoon belangrijk om op te merken dat deze oproep van Mouffe tot het opbouwen van grote maatschappelijke bewegingen die het ‘centrum’ van de politiek proberen te verbuigen in principe niets meer is dan alle verwarringen van de dag bij elkaar te gooien en dan vervolgens te beweren dat deze mist van allerlei ongerichte verlangens een stap vooruit betekent.

Maar wel om de juiste redenen

Toch moet ook niet het tegendeel beweerd worden: dat er in niet-stemmen dan altijd een diep helder inzicht verweven is.

‘Hipsters’

Mijn afkeuring van verkiezingen is geen ‘hipsterdom’. Ik probeer er geen persoonlijke identiteit rond op te bouwen of er vragen mee op te roepen die ik dan vervolgens kan beantwoorden terwijl ik dan in het volle, warme licht van de aandacht sta.

Het is ook geen teken van een weldoordachte terugtrekking, een soort anarchisme. Men kan niet buiten het kapitalisme staan, waarin men een soort eilandje voor jezelf kan opbouwen waar je een andere, betere maatschappij opbouwt (en men dus niet meer mee hoeft te doen aan de ‘oude’ maatschappij). Alle mensen van onze tijd staan allemaal met beide benen in het kapitalisme, of we dat nu willen of niet. Dit geldt voor de supporters van de Cubaanse staat, voor zij die doen aan transitie, voor zij die zelf tuinieren voor hun groenten en voedselvoorziening, en voor zij die zich terugtrekken in een ‘communistische’ commune, etc. Het feit dat iemand verkiest om zelf zijn groenten te verbouwen kan allemaal maar begrepen worden in relatie tot de manier waarop het kapitalisme aan landbouw doet. Het feit dat men ‘coöperatief’ producten wilt produceert kan maar begrepen worden als een lekkend en krakkemikkelig afdakje tegen de kapitalistische productieverhoudingen, en uiteindelijk zal men toch de regen in moeten als men zijn producten op de markt wil afzetten (- want kan een commune alles zelf produceren?). Maar sommige mensen willen liever niet dialectisch nadenken. Omdat als we het probleem toch weer terugvinden in het antwoord, dat dan wellicht betekent dat we geen stap verder zijn gekomen in de oplossing van het aanvankelijke probleem.

Geen politiek statement

Het is ook geen statement dat ‘ik een hekel heb aan het etablissement’. Of dat het ‘me gewoon niet meer kan interesseren’. Of ‘een andere vertegenwoordiging is nodig’. Of ‘meer democratie’. Het is geen statement, en ik geloof niet dat door mijn niet-stemmen het kapitalisme of de staat zal instorten. Dat kan enkel door revolutionaire, goed doordachte en breed gedragen internationale politieke actie. Het is dus een overweging: hoe willen wij blijven bijdragen aan het politieke bewustzijn en aan het opbouwen van een krachtsverhouding, en hoe doen we dat het beste? Politiek activiteit is geen Moloch die je eerstgeboren zoon verwacht in zijn offeroven: je politieke doel wordt niet geholpen met in de gevangenis te zitten of door boetes te betalen omdat je niet bent komen opdagen op het stembureau. Geen mens die er wijzer van wordt, en geen enkel theoretisch inzicht wordt erdoor verworven. In die zin is mijn oproep om niet te stemmen geen oproep tot een statement, maar tot een diep, diep ongeloof in het kapitalisme en de kapitalistische staat.

Conclusie

De échte politieke uitdaging die we hebben geërfd van de geschiedenis: het door strijd omverwerpen van het kapitalisme, dat systeem van historische achterlijkheid, en het voortbrengen van het socialisme.

Dat is onze enige hoop voor een meer humane, meer ecologische en meer ontwikkelde maatschappij.

En paradoxaal genoeg hebben we daarvoor minder discussie nodig over verkiezingen en juist zoveel meer discussie over andere zaken waarmee we dagelijks worden geconfronteerd in het kapitalisme! Maar daar kunnen we maar toe komen als we deze discussie over verkiezingen ‘afronden’. Laten we dus maar snel beginnen.

Bronnen

Paxman: Brand was right over public’s disgust at ‘tawdry pretences’ of politics, 5 november 2012, The Guardian, http://www.theguardian.com/media/2013/nov/05/paxman-politics-russell-brand-voting, geraadpleegd op 15 januari 2014.

7 Responses to “Inleiding ‘Verkiezingen: motor van de geschiedenis of bron van illusies?’”

  1. Emmanuel Paulus februari 5, 2014 at 7:54 pm #

    Is er al niet een verkeerde vooronderstelling in de tittel en de vraagstelling? De tittel gaat er vanuit dat een verkiezing/democratie als doel heeft om een samenleving vooruit te helpen. En of dat werkt of niet is dan de vraag.

    Maar is een democratie wel echt bedoeld om iets vooruit te gaan of niet eerder om een macht aan banden te leggen?

    Dat vind men al volop in de tekst en elders terug. Het gaat niet om meer gelijkheid, meer inkomen, meer kusjes of wat ook. Maar het gaat om of men idee X of Y kan bestrijden en beperken. Dat is ook de politiek die volop aandacht krijgt, enkel waar niemand tegen is kan gedoogd worden en hoe meer haat hoe beter men scoort. Spreken van verbetering wordt al als revolutionair beschouwd en is een nobelprijs waard terwijl het eigenlijk niet veel voorstelt.

    Het democratisch sprookje is natuurlijk dat men volop opbouwt en dat gebeurt ook wel anders was er niets. Maar het belang is toch iets anders. En dan heeft men al de optie om een goede negativiteit te vinden of dat niet proberen en negativiteit en dus ook democratie in de huidige vorm af te wijzen. Er zijn dus zeker meerdere mogelijkheden wat het kan zijn die volgens mij toch eerst moeten uitgeklaard worden.

    En dan pas kan de vraag komen of men nu ziet vervult worden wat men denkt/wenst of niet. Zo men dat al kan bepalen.

  2. VdM februari 7, 2014 at 3:29 pm #

    Uw antwoord is erg verwarrend, Emm. Paulus. Ik begrijp het punt niet helemaal. Zou u beter kunnen uitklaren wat u bedoel met negativiteit?

    Als ik het toch goed begrepen heb gaat het ook mede over ‘tegenstemmen’, binnen de huidige maatschappijvorm iets vinden waarmee men duidelijk kan laten weten dat men het niet eens is en dat dan vervolgens de politiek laten weten door massaal deze ‘tegenstem’ te ondersteunen.

    Het probleem daarmee allereerst is dat de meeste van die ‘tegenstemmen’ uiteindelijk hetzelfde zullen doen als ze hadden beloofd nooit te doen (i.t.t. hun tegenstander!). En dit heeft te maken met een veel belangrijker punt: de staat is geen neutraal instituut, geen huls die je opvult met wat dan ook voor je het pistool vuurt. Het doet wat het doet om het kapitalisme in stand te houden. De democratie en de staat staan in dienst van de huidige maatschappelijke structuur, en er geloof in blijven scheppen is deze structuren in stand houden. Daar komt nog bij dat de meeste tegenstemmen oftewel zeer verward zijn en daarin reveleren, oftewel zijn ze gewelddadige supporters in het imperialistisch geweld (stalinisten).

  3. Baruch februari 7, 2014 at 5:31 pm #

    Sterke en eerlijke tekst! Ik kijk ernaar uit om erover te discussiëren.

  4. IKS februari 9, 2014 at 9:37 pm #

    De IKS geeft graag twee artikels mee om het debat te verrijken.

    Stemmen: ja of nee, een valse keuze!
    http://nl.internationalism.org/node/993

    Verkiezingen: bluf en illusie. De toekomst wordt beslist in de sociale strijd: klasse tegen klasse!
    http://nl.internationalism.org/node/1006

  5. Steven Frans februari 12, 2014 at 2:19 am #

    Ivm ‘global resonance’ (ongenoegen -> basisdemocratie -> internationale weerklank): http://roarmag.org/2013/02/real-democracy-movement-resonance-indignados-occupy/

  6. Yann maart 19, 2014 at 9:32 pm #

    Hallo,

    Wordt van de discussie over verkiezingen een verslag geschreven?

    Wordt er een volgende discussie-avond georganiseerd? Waarover en wanneer?

    Groet

  7. Yann april 1, 2014 at 9:12 pm #

    Beste Spartacussers,

    Tof dat er nu eindelijk een “echte” website is. Ik mis echter de integratie (of tenminste de links) van de Franstalige, Engelstalige en Duitstalige Spartacus-blogs.

    Groet!

Leave a Reply