Inleiding – Media en sociale strijd

6 apr

Inleiding.

Media.

Ik geef vandaag een inleiding over media en sociale strijd. Het zal lang duren. Laat me dus in tegenstelling tot mijn gewone doen met de deur in huis vallen. Wat is een medium? Wat betekent het? Korte etymologie. Het woord ‘medium’ komt uit het Latijn, en betekent in haar oorspronkelijke betekenis niets meer dan ‘het midden’ en het ‘tussenliggende’. Het woord is in het Engels ook nauw verwant met median (mediaan) en mean (gemiddelde). Tot het midden van de zestiende eeuw werd ‘medium’ enkel gebruikt in het Engels, en strikt in die context. Vanaf de zeventiende eeuw begint ‘medium’ in de Engelse taal gebruikt te worden als ‘drager’ in de ruimste betekenis. Vanuit het Engels is het woord gedurende de 20ste eeuw tot ons gekomen, in het Nederlandse taalgebied.

Graag wil ik deze betekenis als ‘drager’ opnemen. Een drager van een bepaalde boodschap. Het probleem is wel dat we nu dan niet echt refereren naar wat wij normaal zouden zien als ‘de media’. Immers ook jouw gezicht, of een tekening die ik maak en aan jou geef als ik mij verveel, ook die dingen zijn in principe ‘media’, dragers van boodschappen. Dat zijn typische voorbeelden van interpersoonlijke media. Wij denken echter eerder instinctief aan ‘massamedia’, de dragers die grote groepen mensen van boodschappen voorzien (kranten, televisie en radio). Of ‘sociale media’, de dragers die grote groepen mensen collectief maken en tot zich nemen (twitter, facebook etc).

Ik wil er echter voor pleiten dat al die verschillende media in den beginne echter op elkaar gelijken, een continuüm vormen. Een sociale groep of individu met een bepaalde boodschap maakt het, en een andere persoon of groep neemt het bewust danwel niet bewust tot zich. Daarbij wil ik ook benadrukken dat grote voorzichtigheid moet worden betracht wanneer men spreekt over ‘de media’. Weet over welk medium (krant, film e.d.) je spreekt, niet alleen qua vorm, maar zelf onder kranten zijn er zoveel verschillen. ‘De media’ kan anders verworden tot een hol begrip.

Bij boodschappen uitzenden en ontvangen is er echter altijd een probleem.

Ik kan wel iets uitzenden, maar ik kan niet weten of jij mijn boodschap begrijpt. Een eenvoudig maar doeltreffend voorbeeld uit de klassiekers van de sociologie is Parsons’ bar (of het probleem van dubbele contingentie). Als ik in een bar sta, en ik probeer een knappe vrouw aan te spreken, dan kan ik niet zeker weten of die vrouw zal begrijpen als ik zeg: ‘Wilt gij iets van mij drinken?’ dat ik haar een knappe en interessante vrouw vind. Niet dat ik vind dat ze er uitgedroogd en verlept uitziet. Die boodschap kan er immers net zo goed uit worden afgeleid. Daarom hebben wij, man en vrouw, een middel nodig om elkaar te begrijpen, een gedeeld begrippenkader.

Ik ga met de marxisten akkoord als zij zeggen dat de manieren om elkaar op maatschappelijk niveau te begrijpen niet om het even is. Ze bevooroordelen bepaalde maatschappelijke posities. Of armoede wordt voorgesteld als een probleem van eigen luiheid dan wel als een probleem van de werking van de kapitalistische structuur maakt nogal grote verschillen: Vooral voor hoe wij politiek zullen handelen. We noemen de sluier waarin de maatschappelijke wereld door ons en anderen aan ons en anderen wordt voorgesteld ook wel ideologie. [Hiermee sluit ik aan bij Althusser, die stelt (in lijn van Gramsci) dat elke ideologie (ook de proletarische) een noodzakelijk beperkte weergave van ‘de maatschappelijke werkelijkheid’ geeft. Deze laatste zin werk ik liever niet uit, gezien de tijd, maar hiervoor verwijs ik graag naar mijn bijlage.]

Mijn simpele modelletje is dus als volgt. De media sturen boodschappen van ons en anderen door naar ons allemaal, die wij door ideologie grotendeels begrijpen…

De vraag is alleen of hiermee helemaal recht wordt gedaan aan ‘de media’. Zijn de media echt niet meer dan een ‘drager’? Als ik vandaag de kwaliteitskranten en nogal wat blogs mag geloven, zit ik hier fout.

De sociale media revoltes.

De term ‘twitterrevolutie’ viel voor het eerst gedurende de jongerenopstanden in Moldavië van 2009. Jongeren organiseerden via Twitter, omdat de autoriteiten geen grip op het internet hebben. Daardoor konden ze min of meer ongemerkt als een ‘flashmob’ verschijnen en uit het niets een verbranding van het lokale partijkantoor van de Stalinisten op poten zetten.

De term ‘facebookrevolutie’ komt uit de gebeurtenissen van Belarus in 2010. Jongeren konden via de openbare bibliotheken van Belarus facebookprofielen beheren en afschermen, waardoor via private berichten acties konden worden opgezet na de problemen met de herverkiezing van de post-USSR president aldaar, Lakashenko.

Ook de recente protesten in het Midden-Oosten hebben de term ‘twitterrevolutie’ gekregen. Dit heeft ook mede te maken met het feit dat veel Westerse mediagroepen liever gebruik maken van de berichtgeving van de lokale opstandelingen die geen ander medium hebben dan hun eigen computer en een twitterkanaal. De centrale persbureaus van de Arabische staten werden niet objectief genoeg geacht, en met scepsis behandeld wanneer ze worden overgenomen.

Recent, in de Knack van Februari 2011, werd gewag gemaakt van de zogenaamde ‘facebookgeneratie’ die in opstand komt tegen het recente nationalisme in dit land. De reden is omdat de beweging via facebook de eerste bijeenkomst had georganiseerd in Brussel.

De naam van het beestje.

Laat ons een balans opmaken, en met mijn eerste stelling de discussie in gaan. Wat is de relatie tussen medium en sociale strijd? Zijn de sociale strijden overal te wereld met recht ‘sociale media revoltes’ te noemen? Naar mijn idee mag dat niet, want het richt de aandacht naar de verkeerde zaken. Het is niet om het even ‘welk naampie-ie op het beessie prik’, zoals wij in Holland zeggen. Als je kijkt naar de manier waarop men de sociale strijd uitvoert kan men niet goed zien welke redenen die ik denk dat er achter de revolutie liggen. Dat is een fundamentele ontevredenheid met de manier waarop het lokaal en internationaal vooruitgaat (en achteruitgaat) in onze wereld. Dat is een ontevredenheid die we terugzien bij alle casussen van ‘twitterrevoluties’, en door te focussen op het papiertje vergeet je wellicht dat er voor linksen wellicht een snoepje in zit. Dat is de reinste vorm van ideologie die we heden ten dage voorgeschoteld krijgen door veel burgerlijke media. Het is ook een typisch voorbeeld van reïficatie: de verdingelijking van mensenlijke relaties. Heeft u ooit een computerprogramma met een spandoek op straat gezien? Ik vermoed van niet. Dat waren naar mijn idee mensen.

Het lijkt een poging van sommige media om de aandacht van het doel van de actie weg te cijferen om uiteindelijk alleen de ‘leuke’ actie over te laten. Het wordt allemaal plezante televisie, en je hoeft je vooral geen zorgen te maken. Sommige ‘socialistische’ partijen werken hier overigens hard aan mee: zie ook de PVDA’s Frietrevolutie.

De media: rehabilitatie.

Daarmee cijfer ik niet de media weg. Ze zijn belangrijk als drager, en om een Freudiaanse term te gebruiken: Ze onderdetermineren wel degelijk hoe de sociale strijd in zijn werk gaat. De sociale strijd zou nooit haar uiteindelijke vorm krijgen die ze heeft zonder de media, maar de media bepalen paradoxaal niet hoe de strijd er uit zal zien in haar uiteindelijke vorm. [Ik kan dit uitleggen aan de hand van een klassieke Freudiaanse voorbeeld, maar dat laat ik gezien de tijd, zie mijn uitleg onderaan].

Ik ben er echter wel niet volledig uit hoe belangrijk het aandeel van de media is in het bepalen hoe de revolutie eruitziet. Laat mij dat formuleren in een hele praktische, oudere vraag. Gramsci, een Italiaans Marxist uit de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw onderzoekt waarom de Oktober Revolutie in Rusland (1917) gelukt is, en de Spartacusrevolte (1917-1918) in Weimar, en andere revoluties in o.a. Hongarije (1918) zijn mislukt en neergeslagen. Gramsci komt tot de conclusie dat hoewel al die revoltes dezelfde manier van sociale strijd hebben gebruikt, namelijk de frontale aanval van een georganiseerde revolutionairen op het staatsapparaat, de condities waaronder die aanval is gebeurd heel anders zijn. In West-Europa, in tegenstelling tot in Rusland, stelt Gramsci, is het probleem dat het kapitalisme een extra bepantsering gekregen heeft in de vorm van civile instituten. Zoals vakbonden, georganiseerde ziekenfondsen, inspraak in rechtssystemen en ook mediakanalen. Al deze dingen zorgen ervoor dat het kapitalisme haar ideologie eenvoudiger kan laten inwerken op de arbeiders, en dus is een frontale aanval op de staat een foutieve zaak: men verliest er enkel mensen mee. Gramsci zet zich hiermee af tegen partijvoorzitter Bordiga, die volgens hem nog wel een louter frontale aanval op de staat voorstaat. De vakbonden en de media zullen uiteindelijk de revolutie te niet doen als we niet eerst iets aan hen doen, redeneert Gramsci. Gramsci stelt daarom voor dat we allereerst proberen om de hele civiele buik van het kapitalisme eerst over te nemen. We proberen eerst de werking van ons systeem in vraag te stellen via alle kanalen, en dan gaan we frontaal op de staat, stelt Gramsci voor. Hij noemt het verwerven van de civiele instituten ‘de strijd om positie’, het aanvallen van de staat ‘de strijd van manoeuvre’. Mijn vraag, is een ‘strijd om positie’ werkelijk nodig voor de media, of leidt het uiteindelijk naar niks? Wat heeft bijv. de recente lezing door de mensen van AG La Lutte Lille ons hierover bijgebracht?

Ik hoop hiermee de discussie aangezet te hebben tot enkele theoretische en praktische vragen. Ik zou het graag hier bij houden.

Bijlage 1: Freud’s concept van onderdeterminering.

Freud gaat in zijn klassieke boek Die Traumdeutung (1900), proberen om zijn patiënten die vaak worden geteisterd door gruwelijke nachtmerries en overdagse fobieën, te helpen met hun dromen te verklaren. (Freud gaat er vanuit dat zodra mensen weten waar hun eigen angsten vandaan komen, ze in staat zullen zijn die angsten te bestrijden en ze te verwerken. Alleen zij zelf kunnen dat doen, de psychotherapeut kan enkel aanzwengelen).  Freud merkt echter al snel bij zijn patiënten dat eenzelfde droom die zij meermaals meebrengen naar de sessies voor verwerking, op een verschillende wijzen wordt geïnterpreteerd door patiënten gedurende verschillende sessies. Hij merkt wel dat al die verschillende en elkaar vaak tegensprekende interpretaties van de dromen door de patiënt, uiteindelijk wel de patiënt helpen om te genezen. Bij elke bespreking lijkt de patiënt een deel van de droom te verwerken, waardoor weer een ander deel bloot komt te liggen dat kan worden besproken in een volgende sessie. De droom zelf, de concrete gebeurtenissen die worden besproken, verandert op zich niet. Een voorbeeld.

Een Engelse patiënte van Freud droomt constant over Napoleon Bonaparte, die in een bloedige veldslag zijn troepen persoonlijk leidt in de aanval. Doorheen de sessies dat Freud met deze patiënte de droom doorneemt, interpreteert de patiënte deze droom anders. Soms is de droom een reële angst voor nieuwe oorlogen tussen Engeland (haar thuisland) en Oostenrijk (waar zij verblijft en haar man heeft). De droom drukt dus een angst voor haar uitsluiting als buitenlander zou er een oorlog uitbreken. In een heel andere sessie komt de vrouw echter tot de conclusie dat de naam ‘Bonaparte’ in haar droom, wanneer het wordt uitgesproken in het Engels, ook ‘bone apart’ betekent. Dit brengt haar tot het uitspreken van haar relatief recente fobie voor het hebben van botbreuken, maar waarvan zij nooit dacht dat dit haar echt diep bezighield. De droom drukt dus ook de angst uit voor lichamelijke pijn. Met dat zij al deze interpretaties van de droom doorneemt, leert zij meer over haar eigen angsten en kan zij die angsten leren adresseren. (Voor geïnteresseerden: Uiteindelijk kon de patiënt worden ontslagen door Freud en een normaal leven gaan leiden).

Nu vraagt u zich af wat dit kan betekenen in een sociale context. Welnu, Freud stelt dat de droom in principe door al die verschillende angsten en verlangens die wij hebben, maar die wij proberen te onderdrukken, s’avonds in onze dromen tevoorschijn komen. Ze worden daar echter verwerkt in een meer gecondenseerde vorm. Een symbool kan teken staan voor meerdere dingen, waarvan de interpretatie niet meer of minder juist is als men kiest te beginnen te interpreteren vanaf een bepaalde betekenis (vanaf ‘Bonaparte’ of ‘bone apart’ is even nuttig). Alle elementen die aanwezig zijn in de droom, brengen haar uiteindelijke vorm als eenvormig droomverhaal teweeg, maar geen van de elementen kan op zich een deel van de droom eenduidig causaal verklaren (Freud: de Onderdeterminering van het geheel door de delen). Freud noemt de vorm waarin de droom aan ons verschijnt de manifeste vorm van de droom, de redenen die erachter liggen en die wij gebruiken om de droom naderhand te verklaren, de latente vorm van de droom.

Ik denk dat de media moeten worden geïnterpreteerd als zijnde zo’n latent onderdeel van een Freudiaanse droom, als onderdeel van die manifeste sociale strijd. Zij bepaalt:

–          De manier waarop de sociale strijd er uiteindelijk uitziet. Zonder de media, of met andere media, verloopt de sociale strijd anders.

–          De media bepaalt paradoxaal de sociale strijd niet, in de zin dat zonder de media of met andere media, de sociale strijd toch zou worden gevoerd.

–          En toch is het relevant om de sociale strijd te interpreteren als grotendeels bepaald door de media, omdat daardoor een laag wordt blootgelegd in de sociale strijd, die op haar beurt weer andere lagen blootlegd en inzicht doet vergroten.

Bijlage 2: Gramsci’s concept van hegemonie.

Wanneer men in de marxistische traditie onderzoek gaat doen naar cultuur en ideologie, komt men dan ook vaak de persoon Antonio Gramsci tegen.

Gramsci gaat er vanuit dat sociale groepen verschillende belangen hebben, en die sociale groepen hun eigen belang als het ware een puzzel inpassen in de dominante belangen.  Het idee is alleen dat de verschillende groepen, waarin er eentje dominant is, samen een vaste vorm van het uitleggen van onze maatschappij ontwikkelen.

Als de inbreng van vijf maatschappelijke groepen aan de totale ideologische structuur (‘hegemonie’) echter respectievelijk 1, 1, 2, 3 en 1 is, dan is de maatschappelijke groep die haar aandeel van drie eenheden toevoegt weliswaar dominant, maar de totale ideologie is in zijn totaliteit maar een beperkt onderdeel van de totale ideologie (die bestaat uit acht eenheden). De vorm van het ‘uitleggen van de maatschappij’ is dus niet strikt het belang van één maatschappelijke groep. Alle maatschappelijke groepen leggen hierin hun woordenschat waarin zij hun eigen belang verdedigen, maar een ideologie is nooit het belang van één specifieke klasse of groep. Dit ideologiebegrip is veel flexibeler en laat toe om te begrijpen waarom de ideologie van bijv. ons kapitalistische systeem constant veranderd maar toch altijd ergens ‘hetzelfde blijft’. Door de jaren heen heeft de logica van het kapitalisme de ideeën van de vrouwenbeweging, de homobeweging, de migrantenbeweging etc. ingepast in haar eigen logica.

Voorbeeld 1. Een zelfstandige, vrije vrouw werkt bijv. buitenhuis in loonsdienst en laat voor een verloning haar kinderen onderbrengen bij andere mensen (=kinderopvang).

Voorbeeld 2. Een sterke homoseksueel, die lid is van het nationale leger, stelt dat hij door te vechten in het leger ook impliciet opkomt voor zijn rechten als homoseksueel.

Gramsci’s concept van hegemonie is overduidelijk zeer compatibel met het idee van onderdeterminering van Freud. Enkele voorbeelden van de combinatie. Freud en Gramsci zijn samen een grote invloed op Althusser, een (weliswaar Stalinistische) marxist die een bijzonder invloedrijke leesgids ‘Lire le Capital’ schreef in 1965. Ook meer idealistische filosofen zoals Adorno, Lukács en Horkheimer maken ofwel gebruik van de combinatie van Marx + Gramsci, danwel Marx + Freud. De reden hiervoor is de mogelijkheid die beiden geven om het ideologieconcept open te trekken. Daarom wilde ik ze ook graag opnemen.

6 Responses to “Inleiding – Media en sociale strijd”

  1. Yann april 8, 2011 at 2:58 pm #

    Als ik de inleiding zo herlees, moet ik zeggen dat het een erg interessante inleiding is. Het was in ieder geval een goede springplank voor de discussiebijeenkomst, die ik erg geslaagd vond. Dat betekent niet dat we alle antwoorden op de vragen van hierboven ophelderden, zoals L al opmerkte. Zo hebben zijn we idd niet ingegaan op de vraag of een ‘strijd om posities’ binnen de bestaande massamedia nuttig is. Mijn vraag hierop is: wat is ‘nuttig’? In wiens belang handel je dan? Wat wil en kun je met die ‘positie’ doen? Waarvoor wil je die officiële massamedia gebruiken?

  2. Inigo Montoya april 19, 2011 at 8:18 pm #

    “Zo hebben zijn we idd niet ingegaan op de vraag of een ‘strijd om posities’ binnen de bestaande massamedia nuttig is. Mijn vraag hierop is: wat is ‘nuttig’? In wiens belang handel je dan? Wat wil en kun je met die ‘positie’ doen? Waarvoor wil je die officiële massamedia gebruiken?”

    Ik zou bijna zeggen dat dit een variant van ethisch consumeren is, waar iedere kijker een klant is die zijn eigen ‘sociaal-vriendelijke’ media kiest.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Tik_Tak

    Het programma werd uitgedacht door Mil Lenssens, die op het programma-idee kwam toen hij enkele kinderen geboeid zag kijken naar de uitzending van een lotto-trekking. De voorspelbare, repetitieve mix van kleuren, beweging en muzikale ritmes verwerkte hij samen met Clien De Vuyst in het programma.

    één van de grootste exportproducten die de Belgische televisie ooit heeft gekend.

  3. Yves april 25, 2011 at 1:08 pm #

    Op de website van de VRT staat er een terzake reportage over de rol van de sociale media bij de Arabische revoluties. Best interessant.
    Het verslag komt gauw.
    http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/redactietips/2.15354?view=shortcutDepartment&shortcutView=defaultList

  4. Yves april 25, 2011 at 1:17 pm #

    Ik deel ook de mening dat dit een enorm interessante en leeswaardige inleiding is en ik wil tevens mijn appreciatie uiten voor het Belgisch exportproduct: Tik Tak.

  5. Inigo Montoya mei 4, 2011 at 10:31 am #

    Voor geïnteresseerden: Uiteindelijk kon de patiënt worden ontslagen door Freud en een normaal leven gaan leiden

    Ben ik juist om te denken dat dit voorbeeld compleet fictief is?

    Een trailer van A Dangerous Method (2011):

  6. Ann juni 20, 2014 at 5:45 am #

    Ik zat overal te zoeken naar een duidelijke uitleg voor dubbele contingentie. En eindelijk heb ik die gevonden!

    Bedankt 😉

Leave a Reply