Inleiding – Waar groeit geld dan?

3 feb

discussie van 7 februari 2012, Antwerpen

Waar komt geld vandaan?

Wat is de oorsprong van de huidige eurocrisis?

Wat zijn mogelijke alternatieven?

De problemen

Onze samenleving wordt geconfronteerd met verschillende crisissen en uitdagingen tegelijkertijd en telkens luidt de probleemstelling vrij gelijkaardig: er is geen geld voor. In de dominante industriële landen is er een veroudering van de werkende bevolking, die leidt tot een stijgende kost van de vergrijzing en in verschillende landen tot pensioenhervormingen leidt. Daarnaast is er sinds de jaren 1970 ook de massale permanente werkloosheid, nog eens verscherpt door de crisis sinds 2008. De werkloosheid in de eurozone evolueert naar de 11 % [1]. Vooral de jongerenwerkloosheid in sommige landen is schrikbarend. Er zou echter te weinig geld in de vorm van investeringen en consumptie zijn om iedereen werk te geven, daarom zou de economie zo snel mogelijk moeten groeien. Een crisis die nu wat wordt vergeten door de wereldleiders, maar onlosmakelijk verbonden is met de andere problemen is die van de wereldwijde ecologische crisis die zich uit in een klimaatopwarming. Ondertussen ontwikkelen de reële uitstootcijfers zich sinds 2000 sneller dan zelfs het worst-case IPCC-emissiescenario kon vermoeden.[2]

De oorsprong van geld

Deze problemen gaan samen met algehele monetaire instabiliteit van de wereld. De wereldbank berekende dat we sinds 1970 in totaal 421 systeemcrashes hebben gekend van munten.[3] Deze crisissen leidden steeds weer tot gebruikelijke recepten van devaluaties, besparingen en privatiseren, waarbij het de werkende bevolking is die voor de kosten mag opdraaien. Ook in België worden we geconfronteerd met zo’n systeemcrisis, namelijk die van de euro. We zitten dus met een crisis van geld. Daarom is het belangrijk om te begrijpen, wat geld nu eigenlijk echt is en hoe het geschapen wordt, zodat het uiteindelijk geschept kan worden.

Ik inspireer me hiervoor op twee interviews met Bernard Lietaer, een gerenommeerd geldexpert die het boek The Future of Money schreef, die deze maand zowel door De Morgen als door Sampol (tijdschrift voor democratisch socialisme) werd geïnterviewd.

Hij stelt dat geld een akkoord is binnen een gemeenschap over iets, dat gestandaardiseerd werd om als ruilmiddel te gebruiken. Geld is dus een ruilmiddel, een spaarmiddel en een rekenmiddel

Hoe wordt geld dan gemaakt? Het klassieke verhaal van geldcreatie gaat als volgt. Samen met het privaat bezit, ontstond de ruilhandel. Aangezien ruilhandel zonder ruilmiddel op veel moeilijkheden stuitte, werden er al gauw ruilmiddelen in de omloop gebracht. Meestal kostbare materialen. Denk maar aan de Romeinse soldaten wiens soldij in zout werd uitbetaald. In de loop van de tijd werden bepaalde kostbare materialen zoals goud die veel waarde hadden bij banken veilig opgeborgen. De bankiers schreven dan papieren briefjes uit, als waardepapier, zo ontstond het papiergeld. Zo gaat geldcreatie nog steeds: als je 100 euro op de bank zet, die leent die bank het grootste deel van dat geld uit aan andere mensen die dat geld nodig hebben voor investeringen, een huis te kopen , etc. De centrale bank betaalt de minimum reserve vereiste. Als die 5 % bedraagt moet slechts 5 euro van die werkelijke euro’s moet op de bank blijven staan. Die lening komt dan weer op een bank te staan, en zo gaat het verhaal verder.

De centrale bank speelt een belangrijke rol bij het regelen van de geldhoeveelheid. De totale geldhoeveelheid bestaat uit het chartaal geld (munten, briefjes) en het bankgeld (de spaar en zichtrekeningen). Dit wordt gebruikt om te consumeren  of te investeren in aandelen, vastgoed, goederen, etc.

 In Europa gebeurt dit door de Europese Centrale Bank. Ze kan de geldhoeveelheid op drie manieren sturen:

  1. 1.      Via de rentevoet. Banken kunnen nieuw geld lenen van de centrale bank tegen rente. Het rentepercentage dat de centrale bank hanteert is hiermee het belangrijkste middel om de geldgroei te sturen, bij een hoge rente wordt nieuw geld duur, en komt de geldgroei tot staan (om inflatie te bestrijden), bij een lage rente goedkoop, en wordt het interessanter om nieuw geld te lenen (om de economische groei aan te zwengelen).
  2. 2.      De centrale bank kan ook beslissen om de reservevereiste, het percentage van de totale geldinleg dat een bank in kas moet houden te controleren.
  3. 3.      Door zelf te investeren in de markt: in de regel  gebeurt die door staatsobligaties op de kapitaalmarkt met behulp van nieuw geld te kopen.

 

Schuld en boete

De Eurocrisis is in de eerste plaats een schuldencrisis. Zoals we reeds zagen, bestaat het grootste deel van geld uit schuld. Men zou kunnen zeggen dat geld een virtuele god is. Geloof en vertrouwen zijn het enige wat die god recht doet houden.

Doordat de productiviteit steeds stijgt kan er steeds geproduceerd worden met steeds minder arbeidskracht op een goedkopere manier. Dit maakt dat steeds meer kapitaal van de productieve sector naar de financiële sector gaat die de kunst steeds meer perfectioneert om geld te maken door geld te kopen en verkopen. De waarde van dit geld is louter fictief en berust op schulden en vertrouwen. Ze is gebaseerd op anticipatie. Zo worden permanent zeepbellen geconstrueerd, die de motor vormden van de groei van de afgelopen decennia en de oorzaak vormt van de huidige crisis, waar overheden massaal private schulden moesten overnemen.

Overheidsschuld is geld dat de overheid schuldig is aan de particuliere sector of aan andere overheden. De overheid kan schuld wegwerken op drie manieren: door te besparen, door de belastingen te verhogen of door te investeren in productieve bezittingen die geld opleveren voor de schatkist. In Europa kunnen de banken aan 1 % lenen bij de ECB. Terwijl zij dat geld aan veel hogere rente uitlenen aan particulieren en staten. In België is de rente op 10 jarig staatspapier zo’n 4 % nu. Op Grieks staatspapier is dit zelfs 34 %. De belastingbetaler (vooral de werknemers, aangezien, kapitaal wordt nauwelijks belast wordt in België) moet dus meerdere malen langs de kassa gaan. Eerst voor het redden van de overheidsbanken, dan voor het afbetalen van de rente en schulden

Of de overheidsschuld houdbaar en financierbaar is hangt af van verschillende factoren: vertrouwen in betalingen, de hoeveelheid buitenlandse schuld, de totale schuldgraad, en de kracht van de nationale munteenheid waarin ze wordt uitgedrukt. Er komt een bijzondere druk op de economie te staan, wanneer de economie krimpt en de munt in waarde daalt. In extreme omstandigheden kan een land geen investeerders meer vinden die bereid zijn om uitgaven te financieren, tegelijkertijd komt de overheid in steeds grotere moeilijkheden om dat te compenseren. Dat is nu exact waar de Eurocrisis om gaat.[4]   

Hoe is de Eurocrisis ontstaan?

Een aantal eurolanden zijn quasi failliet en kunnen geen goedkoop geld meer lenen op de internationale markten: Italië, Griekenland, Spanje, Ierland. Zij hebben ook veel schulden bij Europese/Duitse banken, dus als die landen hun schulden niet kunnen afbetalen, ontstaat er ook een nieuwe bankencrisis. Om het vertrouwen van de markten in de euro en de eurolanden te vergroten, hebben de regeringsleiders een Europees noodfonds opgericht, waar ook België deze week 550 miljoen euro aan bijdroeg, dat landen toestaat goedkoper kunnen lenen en zo de ‘markten’ gerust te stemmen. Dit in ruil voor zeer sterke bezuinigingen en privatiseringen. Economen en Europese toplui zeggen dat het ineenstorten van de euro tot een collectieve verarming van 10 % zou leiden en 1/7 Europeanen werkloos zou maken.[5] 

Traditionele economen stellen dat de eurocrisis veroorzaakt is door het onverantwoordelijke gedrag van een aantal die onduurzame economische groei kenden (Ierland en Spanje), hun overheidsbegroting vervalsten (Griekenland) en ondertussen aan competitiviteit verloren.[6] Er zou dus een politieke unie moeten komen die strenger toeziet op het economisch beleid van Europese landen. Om de Euro mogelijk te maken en houden, is er afgesproken dat landen hun overheidsschuld terug te dringen (naar 60 % en geen groter tekort dan 3 %), inflatie te verminderen en begrotingstekorten aan te houden. Het macro-economische beleid komt dus meer onder Europese controle te liggen, dus ook het prijs en loonbeleid. Deze regels zijn vorig jaar met het Europese sixpack versterkt en waarvoor de Raad van Ministers nu een nieuw verdrag willen opdringen. Landen die zich hier niet aanhouden zullen boetes moeten uitbetalen of anders uit de Euro gestoten worden. Anderen ijveren dan weer euro-obligaties die schuld zouden europeaniseren, maar het dus ook makkelijker zouden maken voor landen in nood zoals Griekenland om geld op te halen op de markten.

Vroeger konden landen hun munt devalueren, om zo terug competitiever te worden. Dat gaat nu niet meer, waardoor ze vooral heel erg moeten besparen en de lonen drukken om competitiever te worden. De centrumrechtse meerderheid in Europa legt de nadruk zeer hard op besparingen. Vooral in de PIGS landen leidt dit tot de volledige afbraak van de welvaartstaat en verder drukken van de lonen en de uitkeringen, die al lager lagen dan in andere landen. Griekenland, Spanje en Italië worden zo tot in spiraal van toenemende werkloosheid en lagere groei gedwongen. Vooral de  (zowel hoogopgeleide als laagopgeleide) jongeren, gepensioneerden en werknemers in onzekere contracten moeten het ontgelden.

Wat zijn mogelijke oplossingen?

Europees rechts gelooft dus in de noodzaak van besparen en loonmatiging om de economie terug zuurstof te geven. Europees links vindt dat de focus te veel op besparingen ligt en vindt dat de overheid in tijden van crisis moet uitgeven en dat er moet werk gemaakt worden van een strenge hervorming van de financiële sector en rechtvaardige fiscaliteit (vermogenstaksen, strijd tegen fiscale fraude, financiële transactietaksen,…). Ze vinden dat er naast een economisch Europa, ook een sociaal Europa moet komen.   

Hoewel meer herverdeling, het bewaren van de koopkracht en regulering me vanuit verschillende oogpunten zeer wenselijk en rechtvaardig lijkt, zal dit ook weer nieuwe problemen met zich meebrengen en volgens mij niet dé oplossing zijn van de crisis en ook niet vermijden dat er weer nieuwe overproductiecrisis ontstaan.

In de context van de huidige crisis en technologische revolutie is het volstrekt onmogelijk volledige werkgelegenheid te herstellen door kwantitatieve economische groei.

De oorzaak ligt dieper dan dat en daarom reiken de oplossingen ook veel verder. Eén van de problemen met ons geldsysteem is het positief rentesysteem. Het kapitalisme is gebaseerd op het lenen van geld aan interest. Om die interest te kunnen terugbetalen, moet je het geld uitbreiden. Stel dat je 100 euro uitleent aan iemand, aan een rente van 4%, zodat die een machine kan kopen om brood te maken, dan moet die machine groeien en winst maken om zeker de 104 euro terug te kunnen betalen. Het kapitaal moet dus groeien, winst maken. Deze positieve tredmolen maakt dat er steeds economische groei vereist is, zelfs als de werkelijke levenstandaard constant blijft. Die groeidwang is zowel economisch als ecologisch onhoudbaar. Het positieve rentesysteem is tevens een enorme welvaartsoverdracht van arm naar rijk, van arbeid naar kapitaal. Enerzijds doordat de mensen hoge rentes moeten betalen om hun leningen te betalen. Anderzijds omdat dit een systeem gericht op groei winstmaximalisatie in de hand werkt en winsten zijn toch vanuit de optiek van de arbeidswaardeleer, meerwaarde die afgeroomd is van de arbeid van de werknemers.

De Argentijnse econoom Silvio Gesell ontwikkelde het systeem van démurrage, wat negatieve interest betekent. In tegenstelling tot geld waarvan de waarde toeneemt dankzij rente, verliest het in dit geval zijn waarde dankzij negatieve rente. In tegenstelling tot de huidige logica zou geld in de toekomst minder waard zijn. Inkomen in de toekomst zou waardevoller zijn dan inkomsten die in de toekomst verkregen zijn. Lange termijn denken en duurzaamheid worden zo in het systeem geïncorporeerd, waardoor duurzamere producten aantrekkelijker worden. Dit werd reeds enkele keren op kleine schaal uitgeprobeerd.

Een andere systeem dat langzaamaan meer aandacht krijgt en ingevoerd wordt, is dat van de complementaire munten. Volgens Bernard Lietaer moeten we af van de monopolie van bepaalde munten zoals de Euro, maar naar verschillende complementaire munten gaan. Een voorbeeld hiervan zijn de LETS (Local Exchange/ Employment Trading System). Het doel van deze gemeenschapsmunten is ervoor te zorgen dat daar waar geen of weinig  betaald werk beschikbaar is, mensen een ruilmiddel hebben om elkaar werk te verschaffen of lokaal te investeren. Hierdoor ontstaan tal van mogelijkheden voor het delen, hergebruiken en herstellen van goederen. Op die manier wordt welvaart gecreëerd die anders niet zou ontstaan of waar het kapitaal niet in geïnteresseerd is en ontstaat er lokale ‘veerkracht’. In Uruguay en Zwitserland leveren zij reeds een belangrijke bijdrage aan de welvaart. De nulrente of negatieve rente voorkomt dat mensen deze uren gaan oppotten of ermee gaan speculeren of dat een sluipende herverdeling plaatsvindt naar degenen met overschoturen. In Japan heb je de Fureai Kippu, een vorm van tijdskrediet. Japanse zorgbehoevende bejaarden kunnen zorg en hulp van de vrijwilligers kopen me Fureai Kippu, zorgdiensten die de nationale gezondheidsverzekering niet dekt. Er wordt eigenlijk een markt gecreëerd in de ‘autonome levenssfeer’ voor zaken die de markt/staat niet volledig meer kan betalen

Ik heb mijn twijfels over de wenselijkheid van die muntsystemen en vraag me niet af een loonarbeidsduurvermindering/arbeidsherverdeling wenselijker is, zodat mensen individueel of in groep, spontaan zelf zinvolle activiteiten ‘gratis’ kunnen verrichten.

Ik blijf er van overtuig dat een geldsysteem en een (sterk gecontroleerde en teruggedrongen) vorm van markteconomie noodzakelijk en wenselijk blijft, omdat je toch een instrument nodig hebt dat toelaat om informatie te geven over de kost van iets en mensen economische prikkels nodig hebben voor bepaalde arbeid en dat dit ook rechtvaardiger is. Er moet dus enerzijds een ander geldsysteem komen en een sterke hervorming van de financiële sector, anderzijds dient er gebroken te worden met de kapitalistische logica van steeds meer productie en consumptie, die steeds meer delen van de levenssfeer van de mensen en de natuur tot waren herleidt.

Genoeg stof tot discussie dus. Om het goede verloop van de discussie te garanderen, stel ik voor dat we de discussie op te splitsen in fasen.

Voorstel van discussie:

1)      Onduidelijkheden, vragen of bedenkingen bij de inleiding?

2)      Hoe is de eurocrisis ontstaan? Is zij een Europees probleem (gebrek aan politieke unie en economische convergentie) of is het een structureler probleem? Is een kapitalisme zonder zulke schuldopbouw mogelijk? Kunnen de rijken de crisis betalen?

3)      Wat vinden we van het systeem van complementaire munten?

4)      Is een ander geldsysteem, gebaseerd op negatieve rente of een wereldmunt mogelijk?

5)      Is een economie op basis van geld überhaupt nodig?

 

 

 


[2] P.47 in Jones & De Meyere,2009: Terra Reversa, transitie naar rechtvaardige duurzaamheid

[3] Bernard Lieter in Sampol (2012)

[4] JACKSON, T. (2010). Welvaart zonder Groei. Antwerpen: EPO

[5] 10 jaar Euro, Ter zake reportage, www.deredactie.be

[6] 10 jaar Euro, Ter zake reportage, www.deredactie.be

 

7 Responses to “Inleiding – Waar groeit geld dan?”

  1. Bird februari 5, 2012 at 5:28 pm #

    Hier alvast een link naar een serie artikels over de (financiële) crisis die proberen dieper in te gaan op de oorzaken en verbanden.
    http://fr.internationalism.org/node/4795

    groeten en tot op de discussieavond!

  2. Bird februari 9, 2012 at 7:32 pm #

    Zoals op de discussieavond werd gemeld was er ook een interessante discussiecyclus over de crisis, geld, alternatieven, enz in gent door Infomania.
    hier de link naar hun website met interessante verwijzingen voor verdere discussies.
    groeten
    http://assezeconomania.wordpress.com/2011/12/06/beknopt-verslag-van-de-vijfde-en-laatste-avond/

  3. Bird februari 9, 2012 at 7:39 pm #

    En hier ook de verwijzing naar de discussies door een soort van discussiegroep in Utrecht over de crisis, geld en bezuinigingen.
    Zeker de moeite om eens te bekijken.
    http://kritischestudentenutrecht.wordpress.com/reading-groups/

  4. Yann maart 4, 2012 at 3:29 pm #

    Infomania organiseert trouwens mee de Alternatieve Boekenbeurs die deze zaterdag (!) 10 maart in Gent doorgaat. Het is een gelegenheid om met een heleboel alternatieve literatuur kennis te maken, maar vooral nieuwe mensen, groepen en organisaties te ontmoeten, die net als de deelnemers van de discussiegroep naar alternatieven en perspectieven op zoek zijn.

    Vorige jaren was ik er bij en vond ik het telkens interessant. Er worden verschillende discussies (workshops) georganiseerd, die al dan niet boeiend zijn. Het hangt er steeds van af wat het publiek/de deelnemers ervan maken: of vragen worden gesteld en kritieken worden geuit, of er een sfeer van openheid en discussie-lust is, enz. Die sfeer heb ik in de Spartacus-discussies die ik meemaakte steeds gevoeld. Het zou dus interessant kunnen zijn die sfeer daar op de beurs over te brengen. Ook is het een gelegenheid om Spartacus in Gent wat bekender te maken, niet per se met flyers, maar vooral door discussies aan te gaan.

    Andere meningen?

    Hier is de link met alle info: http://users.telenet.be/aboekenbeurs/

  5. Yann mei 22, 2012 at 8:21 pm #

    Jammer dat er hier geen verslag van is gemaakt. Ik had graag geweten hoe de discussie is geweest, zowel inhoudelijk als wat sfeer betreft. In Wenen had discussiegroep Spartacus ook een discussie over geld. Misschien kan het interessant zijn de beide discussies te vergelijken.

  6. Yann mei 22, 2012 at 8:23 pm #

    Hier de link naar de inleiding van die discussie: http://diskussionsgruppespartacus.wordpress.com/2012/03/27/einleitung-was-ist-geld/
    En hier de link naar het verslag van die discussie: http://discussiongroupspartacus.wordpress.com/2012/04/15/report-what-is-money/

Trackbacks and Pingbacks

  1. Was ist Geld? « Diskussionsgruppe Spartacus - maart 26, 2012

    […] Waar groeit geld dan? In: Discussiegroep Spartacus […]

Leave a Reply