Verslag – Belgische regeringscrisis en het ‘nationalistische’ vraagstuk

8 okt

discussie van dinsdag 5 oktober 2010, Antwerpen

Naar aanleiding van de Belgische regeringscrisis, maar ook andere nationalistische fenomenen in landen als Nederland, Frankrijk en Duitsland, ging de zesde bijeenkomst van Spartacus over het ‘nationalistische vraagstuk’. De discussie werd voorafgegaan door een inleiding die iedereen (?) erg interessant en geslaagd vond. Er volgde een even boeiende discussie. Hieronder vinden jullie het verslag. Het is vrij lang en nog lang niet alles is vermeld (bijv. over taal en cultuur). Ik hoop dat ik ieders standpunten goed weergeef. Iedereen is vrij om aan te vullen en opmerkingen te geven.

  • identiteit

De discussie ging van start rond identiteit. Wat is identiteit? Volgens één iemand ontstaat het gevoel van identiteit omdat we deel uitmaken van groepen. Binnen een groep zijn er verschillende identiteiten die elkaar overlappen, vanwege de verschillende bindende krachten. Identiteit helpt ons navigeren in en tussen groepen, omdat het ons helpt onszelf binnen een groepscontext te plaatsen. Identiteit kan mensen binden aan een groep, maar ook uitsluiten van een groep.

Hoe identificeert men zich in een groep? De inleiding wees op de mechanismen die mensen binden aan de hand van een anekdote (anekdote van het bootje).  Mensen voelen zich verbonden als ze samen dingen beleefden m.a.w. een gezamenlijke geschiedenis hebben (samen bootje varen)  en als ze samen tegenslag ondervonden (samen kopje onder gaan). Bepaalde symbolen kunnen verbonden zijn aan die gemeenschappelijke belevenissen (een type bootje), maar ook een eigen taal (grapjes of insiders over het bootje varen die niemand anders begrijpt).

Iemand wees op het toenemend belang dat media en politiekers als Bart De Wever aan het identiteitsdebat geven. Ideologieën hebben volgens hen afgedaan en moeten plaats maken voor identiteiten. Waarom moeten we ons echter identificeren met een nationalisme, Vlaams, Belgisch, Nederlands of een ander? Wat is er zo vooruitstrevend aan?

  • naties en nationalisme

Wat is een natie en hoe ontstaat ze? Volgens de inleiding is een natie een groep mensen die zeggen dat ze bij een groep mensen behoren die ze de natie noemen. De natie is iets dat ook buiten het kapitalisme zou kunnen bestaan. De nationale staat of natiestaat is echter een creatie van de burgerij, de maatschappelijke klasse die met het kapitalisme ontstond. Ze heeft daarvoor een eigen ideologie ontwikkeld, namelijk het nationalisme.

Wat is nationalisme? Volgens de inleiding is het nationalisme een ideologie die verdedigt dat elke relatie die je aangaat met mensen moet ondergeschikt zijn aan je relatie t.o.v. de natie. Een natie kan bestaan zonder nationalisme. Zo was er vanaf de 15de eeuw wel een natie, namelijk het ‘Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie’, maar geen nationaal gevoel.

  • nationalisme, vroeger en nu

Hoe ontstond nationalisme? Verschillende deelnemers waren het eens met de inleiding: het nationalisme ontwikkelde zich samen met de burgerij (bourgeoisie) en het kapitalisme. Het was een progressieve ideologie die reageerde tegen het feodalisme met haar kleine koninkrijken, graafschappen, hertogdommen, bisdommen, etc. Het nationalisme was een verenigende kracht die vooral in de 18de en 19de eeuw tot uiting kwam toen moderne staten als Frankrijk, Duitsland en Italië ontstonden. Het nationalisme betekende toen een algemeen voordeel voor de mensheid.

Bestaat er nog een progressief/vooruitstrevend nationalisme? Vandaag de dag lijkt nationalisme eerder een uitsluitende ideologie. Nationalisme lijkt nu enkel eigen voordelen op te eisen en biedt geen voordelen meer voor de mensheid in het algemeen. Zo willen rijkere regio’s binnen staten (bijv. Vlaanderen in België,  Catalonië in Spanje, Schotland in VK) zich afscheiden en onafhankelijker van de andere regio’s bestaan, eventueel een soort ‘etnisch-zuivere’ regio  bouwen (de ideologie van ‘bloed en bodem’). De solidariteit lijkt verloren te gaan.

Een ander herinnerde aan de vele nationale onafhankelijkheidsoorlogen die de wereld na de Tweede Wereldoorlog  kende, bijv. Angola, Congo, Nigeria, Mozambique in Afrika. We horen en lezen weinig van hen in de media (buiten Congo), omdat met deze landen ook weinig economische betrekkingen worden aangegaan. Hebben de onafhankelijkheden hen uit het slop gehaald? Allesbehalve. Er werden dan ook vele vraagtekens gezet bij de steun die verschillende linkse groepen verleenden/verlenen aan deze onafhankelijkheidsstrijders, bijv. steun aan de Palestijnen die een nieuwe natie (Palestina) willen oprichten. Er waren ook serieuze twijfels over de strijd van vakbondsleiders als André Renard (in de jaren ’50) om meer federalisme in de Belgische staat (en dus meer Waalse onafhankelijkheid).

Komt nationalisme vandaag opnieuw op? Het nationalisme lijkt volgens sommigen opnieuw op te komen. Het lijkt er zelfs op dat het nationalisme tegenwoordig opduikt wanneer het economisch slechter gaat. Een economische crisis zou ook tot nationale crisissen leiden en daarbij tot een boom van nationalisme. Daarop werd geantwoord dat dit niet altijd geld.  Pim Fortuyn (Nederland) en Jörg Haider (Oostenrijk) hadden succes in een periode van relatieve economische stabiliteit. Het lijkt erop dat nationalisme blijft. Volgens sommigen komt dat doordat het nationalisme gebruikt wordt door elites. Iemand beweerde dat het nationaal gevoel in de 20ste en 21ste eeuw erg relatief is. Zo eist de Vlaamse bourgeoisie haar deel van het Belgische geld op, taal is daarbij bijzaak. Opnieuw gaat het hier om een eigen, specifiek voordeel en geen algemeen.

Als de dynamiek van het nationalisme van vroeger en nu verschilt, waarom dan? Waarom werkte het vroeger eerder verzamelend en nu verdelend? Deze vragen staan nog open.

  • solidariteit

Gaat nationalisme samen met solidariteit? Kan er vandaag naast internationale solidariteit ook ‘nationale solidariteit’ zijn? De inleiding stelde dat de kapitalistische staat een soort gespleten solidariteit nodig heeft. De staat vindt ‘solidariteit’ oké, zolang het haar (de ‘nationale belangen’) goed uitkomt. Zo is er de campagne “Red de solidariteit” die tegen de splitsing van België ijvert. Iemand stelde dat die campagne niet per se voor het Belgisch nationalisme is, maar vooral tegen de splitsing van België. Ikzelf denk dat die campagne het Belgisch nationalisme wel in de kaart speelt. Het is voldoende naar de posters te kijken die zwart-geel-rood kleuren. Akkoord, een splitsing van België zal geen enkele economische verbetering brengen voor de meeste mensen en in het bijzonder de arbeidersklasse in België, Vlaanderen en Wallonië. Maar een Belgisch nationalisme is volgens mij even asociaal en gevaarlijk. Ik ben het eens met een andere deelnemer die stelde dat de Belgische elite (ik noem die elite liever ‘burgerij’ of ‘bourgeoisie’) evengoed een verslechtering van de levensomstandigheden zal brengen. Ze heeft allerlei besparingsmaatregelen opgemaakt, maar ruziet nog over hoe ze te ‘verkopen’ aan de bevolking. Daarbij maakt ze handig gebruik van Belgisch, Vlaams of Waals nationalisme. De ‘solidariteit’ zal uiteindelijk worden afgekocht in naam van de regio. Daarin schuilt de kracht van het nationalisme. Het is op deze manier dat de nationalistische ideologie een concreet gevaar betekent.

Iemand bekritiseerde ook scherp de hypocrisie van de (Belgische) PVDA die ‘solidariteitsfeestjes’ houdt voor betere lonen voor Belgische arbeiders, terwijl tegelijk in Duitsland arbeiders hun job verliezen. Het gaat om een schijnsolidariteit. Ik ben het hiermee eens. Solidariteit mag zich niet aan nationale grenzen houden.

Wat is solidariteit? Hoe uit solidariteit zich? Het zijn volgens mij twee centrale vragen om deze discussie op te helderen. Het kan helpen antwoorden op volgende vragen:  Zijn de geldstromen tussen de federale staat (België) en de gemeenschappen (Vlaanderen en Wallonië) een uiting van solidariteit? Is de sociale zekerheid een systeem gebaseerd op solidariteit? Hoe ontstond de sociale zekerheid? Solidariteit met wie of wat? De staat? De bevolking? De armen? De arbeidersklasse? …

  • internationalisme/kosmopolitisme

Iedereen (?) was het eens dat nationalisme achterhaald is en dat we de natie en het idee van nationale identiteit op één of andere moeten overstijgen. Hoe de natie overstijgen? Daarover was discussie. Er was het idee van een wereldregering, van regionale regeringen, van een internationalistische wereldrevolutie, etc. Deze antwoorden zijn echter voorbarig. Het is al een grote stap als we het eens zijn dat solidariteit zich niet mag houden aan regionale of nationale grenzen. Het maakt daarbij niet per se uit of we onszelf voor anationalisme, internationalisme of kosmopolitisme uitspreken. In de grond is het idee en de bedoeling hetzelfde.

  • slot/over Spartacus

De meeste deelnemers waren enthousiast over de discussie. Er heerste een erg dynamische (er kwamen steeds meer nieuwe argumenten en inzichten naar voor) en  respectvolle sfeer.

Er werd herhaald dat deze discussiegroep echt geen evidentie is. Momenten waarin zo vrij vragen kunnen worden gesteld en bediscussieerd zijn zeldzaam. Het gaat erom allerlei ‘vanzelfsprekendheden’ in vraag te stellen zonder ze uit de weg te gaan (zonder ‘ostracisme’). Veel van die ‘vanzelfsprekendheden’ houden vaak erg belangrijke ethische kwesties in. Is het immers zo vanzelfsprekend dat Walen en/of migranten Nederlands moeten leren? Doet het er toe of X of Y taal wordt gesproken? Moeten migranten de ‘Vlaamse’ of ‘Belgische’ morele waarden en normen leren? Moeten we allemaal minder consumeren om milieuvriendelijker te zijn? Het zijn maar voorbeeldvragen.

Wat bindt de deelnemers van de discussiegroep? Een deelnemer stelde dat alle aanwezigen streven naar een hoger moreel en cultureel niveau voor alle mensen. Laten we dan ook alvast begrijpen hoe de bestaande werkelijkheid en al haar problemen zich hebben ontwikkeld, opdat we een verdere evolutie beter in de hand kunnen helpen.

  • volgende keer

Een discussie is nooit af. Daarom was er het voorstel om verder te gaan op een onderwerp dat al eens werd besproken. Uiteindelijk kozen we toch een nieuw onderwerp. Naar aanleiding van het succes van Wilders in Nederland zouden we het hebben over de Islam of zelfs godsdienst/religie in het algemeen. Is de Islam een politieke ideologie, godsdienst en/of religie? Wordt de Islam ‘gebruikt’ en/of ‘misbruikt’? Zo ja, door wie of wat? Is het werkelijk een ‘gevaar’ voor de ‘democratie’? Dit kan worden doorgetrokken naar andere religies/godsdiensten. Deze vragen zijn maar voorstellen. De inleider is vrij om het onderwerp anders aan te snijden.

De volgende discussie gaat opnieuw door in café Multatuli vanaf 19u30 op dinsdag 9 november 2010.

Yann/8 oktober 2010

24 Responses to “Verslag – Belgische regeringscrisis en het ‘nationalistische’ vraagstuk”

  1. M oktober 8, 2010 at 10:27 pm #

    ook vermeld dat het gevaar bij nationalisme o.a schuilt in de macht-centralisatie door de staat (zeker bij/na periodes van verval / crisis), wat mogelijk wordt gemaakt door de sociaal- demokratie die ons zover brengt dat we de beslissingen aan hen overlaten en zelf politiek ongeinteresseerd geraken.
    Dit laat in een verdere fase toe, dat populistische figuren en/of dictatoriale figuren, op een “demokratische wijze” , een totalitaire staat gestalte kunnen geven.
    Het opkomen van bv het fascisme, is grotendeels mogelijk gemaakt door de sociaal-demokratie die in Italië en Duitsland zelf opkwamen tegen het fascisme(o.a d.m.v AF-frontvorming..), maar in feite iedereen stilaan monddood maakten door in hun plaats te ageren en te beslissen om daarna het gedepolitiseerd volk aan het fascisme over te laten..

  2. Inigo Montoya oktober 11, 2010 at 5:45 pm #

    “Het nationalisme betekende toen een algemeen voordeel voor de mensheid.”
    .
    Bestaat er nog een progressief/vooruitstrevend nationalisme?”

    Het nationalisme is nooit progressief geweest (in welke zin?) en dus is de vraag overbodig. Wat betreft de ontwikkeling van de productiekrachten is het het kapitalisme dat ‘progressief’ is t.o.v. het feodalisme; en dat is enkel een voordeel in de zin dat het de basis verschaft voor een socialistische revolutie; op zich zelf is het een ‘hideous, pagan idol, who would not drink the nectar but from the skulls of the slain.’

  3. Yann oktober 14, 2010 at 10:52 am #

    @Intigo Montoya

    Wat betreft de ontwikkeling van de productiekrachten is het het kapitalisme dat ‘progressief’ is t.o.v. het feodalisme; en dat is enkel een voordeel in de zin dat het de basis verschaft voor een socialistische revolutie.

    Akkoord. En de vorming van nieuwe staten in de 18de/19de eeuw heeft die ontwikkeling versnelt. De nationale staten boden immers een politiek, juridisch en economisch kader waarin het kapitalisme (en de nieuwe productiekrachten) zich vrijer kon ontplooien dan binnen het feodalisme. Het nationalisme was de ideologie van de burgerij die de grenzen van het feodalisme aanvoelde en wilde overstijgen. Het nationalisme was dus een uitdrukking van het bewustzijn van de burgerij om zich als nieuwe heersende klasse op te dringen. Maar ik denk dat die ideeën weer een actieve invloed hebben op de materiële werkelijkheid. Het versnelde de vorming van die staten en dus van de productiekrachten. In die zin was het nationalisme vooruitstrevend.

    Ik denk ook aan de invloed van nationalisme op de standaardisering van de talen. Het was puur uit noodzaak dat de burgerij dat de oude regionale taalverschillen moest uitschakelen. Ik vermoed dat die noodzaak de vorm aannam van het idee van een nationale taal. Dat idee diende misschien als argument voor de vervlakking van de talen tot één taal. Ik geef toe dat ik nu een beetje speculeer, maar misschien kan iemand mij een (tegen)voorbeeld geven van hoe dat idee een invloed had op de vorming van een standaardtaal…

  4. Yann oktober 14, 2010 at 10:53 am #

    Sorry, InTigo Montaya, moest Inigo Montaya zijn.

  5. Inigo Montoya oktober 15, 2010 at 1:08 pm #

    Het is juist omgekeerd; de vorming van staten versnelde het nationalisme, en, de standaardisering van talen versterkte (of beter, creeërde) het nationalisme – het ‘wij-gevoel’. En dat wij-gevoel was voor alle duidelijkheid nooit progressief.

    Als je het adjectief ‘vooruitstrevend’ wilt geven, dan aan het liberalisme; vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid (en kosmopolitisme). Dat zijn de ideeën van de burgerij waarop ze zich baseerde om, eens dat ze de staatsmacht had, de feodale restricties van het absolutisme uit te schakelen. Wat op zijn beurt een algemeen voordeel is voor de burgerij, niet voor de mensheid.

    Het is een feit dat moderne staten het kader schepten dat past bij de kapitalistische verhoudingen. Hierdoor konden de productiekrachten zich sneller ontwikkelen, maar die ontwikkeling zelf is het gevolg van het kapitalisme.

  6. M oktober 15, 2010 at 7:10 pm #

    nog enige uittreksels uit F.Engels zijn boek ivm taal / staat/natie:
    “ De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigensdom en van de staat”

    ….pag 150)……………
    Daar waar het Grieks geen weerstand bood, hadden alle nationale talen moeten wijken voor een bedorven Latijn: er bestond geen onderscheid in natie meer: er waren geen Galliërs, Iberiërs, Liguriërs,Norikers meer, zij waren allen Romenien geworden.
    ……drukte geen nationaliteit uit, slechts het ontbreken daarvan ..Latijnse dialecten van de verschillende provincies liepen meer en meer uiteen……
    De geweldige mensenmassa …had slechts één band die haar bijeen hield: de Romeinse staat en deze was in de loop van de tijd haar ergste vijand en onderdrukker geworden
    M.

  7. M oktober 15, 2010 at 7:17 pm #

    Meer recentere Amerikaanse geschiedenis :
    i.v.m nationalisme, taal en cultuur en het zoeken naar eenheid/identiteit en ook het misbruik van taal als verdeel en heers-politiek:
    zie Artikel van Jerry Grevin (Internationale Revue nr. 140)

    …………….Samuel P. Huningue, US-professor in de politieke wetenschappen:
    In 1993 schreef hij een artikel in Foreign Affairs, dat nadien omgezet werd in een boek, getiteld: The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. Hierin ontwikkelde hij de stelling dat, na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, de ideologie niet langer de belangrijkste basis zou worden voor conflicten in de wereld, maar de cultuur. Hij voorzag dat een naderende civilisatie-schok tussen de Islam en het Westen een internationaal conflict zou veroorzaken…………

    ……….President Théodore Roosevelt was zo geërgerd door de toevloed van anderstalige immigranten, dat hij voorstelde dat: “aan alle immigranten die hier komen, moet worden geëist dat ze binnen de vijf jaar Engels leren, of ze verlaten het land”.

    …………………Engels heeft in de jaren 1880 de Amerikanisering verdedigd, niet als doel op zich, als een soort tijdloos principe van de arbeidersbeweging, maar als een middel om een socialistische massabeweging op te bouwen. Het idee dat de Amerikanisering een noodzakelijke eerste voorwaarde zou zijn om de eenheid van de arbeidersklasse te ontwikkelen, is in het begin van de 20e eeuw door de praktijk van de arbeidersbeweging zelf weerlegd: zij heeft ondubbelzinnig aangetoond dat de arbeidersbeweging de diversiteit en het internationale karakter van het proletariaat kan omvatten en een verenigde beweging kan opbouwen tegen de heersende klasse.

    Over de betogingen in 2006 in de US en de opgevoerde misleiding :
    … hetzij het latino-nationalisme dat opkwam aan het begin van de betogingen of de misselijkmakende rij van betogers die hun recent amerikanisme kwamen betuigen” die “als doel had elke mogelijkheid voor de immigranten en de autochtone arbeiders om hun essentiële eenheid te erkennen volledig uit te sluiten”.

    M.

  8. Yann oktober 20, 2010 at 1:07 pm #

    @Inigo Montoya

    Interessant wat je daar zegt. Ik ben akkoord dat het ontstaan en de ontwikkeling van het kapitalisme voorafgaat aan eender welke burgerlijke ideologie. Anders gezegd: het bewustzijn ontstaat uit en wordt gevormd door de materiële werkelijkheid. In die zin was de standaardisering van de taal waarschijnlijk al bezig, voordat het idee van een standaardtaal (= nationale taal) opkwam. Op de discussie werd het spreekwoord al vermeld: “Wiens brood men eet, diens taal men spreekt.” Het was uit noodzaak (voor handel e.a. vanuit het standpunt van de burgerij, voor te overleven vanuit het standpunt van de arbeidersklasse) dat er een vervlakking van de talen doorging. Meestal verving het dialect van een politiek/economisch dominante regio de andere dialecten. Zo is het Algemeen Nederlands van vandaag gebaseerd op Amsterdams en Antwerps. Daaruitvolgt dat de uitbreiding van een taal samengaat met de economische rijkweidte van een regio/stad. Misschien heb je in die zin wel gelijk dat het ‘wij-gevoel’ of het gevoel van tot eenzelfde natie te behoren voor het grootste deel ontstaat door een gedeelde taal.

    Aan de andere kant denk ik dat ideologieën een invloed uitoefenen op de materiële werkelijkheid. In die zin denk ik dat nationalisme wel een vooruitstrevende rol heeft gespeeld, aangezien ze de daden van de burgerij deels stuurde.
    Ik volg je als je zegt dat nationalisme zich snel verspreidde ná de vorming van naties. Ik weet niet of het nationalisme een belangrijke invloed had op de vorming van naties (in 18de en 19de eeuw), maar ik vermoed van wel.
    Voor Frankrijk leek inderdaad eerder de slogan ‘vrijheid, gelijkheid, broegerlijkheid’ een doorslaggevende rol te spelen als ideologische verantwoording voor de vorming van Frankrijk in 1789. Het is pas later dat het Frans nationalisme vat krijgt op de burgerij (en jammer genoeg ook het proletariaat). Dat betekent nog niet dat het later geen invloed had op de afstemming van het staatsapparaat aan de burgerlijke economische belangen.
    In Duitsland lijkt nationalisme belangrijker te zijn geweest voor de vorming van de Duitse natiestaat. Je had in Duitsland zoiets als de ‘Volkstum’. Voor zover ik het begrijp was dat een groep mannen die eiverden voor de vorming van een Duitse staat die het ‘Duitse volk’ zou overkoepelen. In hoeverre zij een invloed hadden op die vorming, weet ik niet.

    @M

    Je geeft interessante citaten, maar wat denk je zelf over het onderwerp?

  9. M. oktober 20, 2010 at 3:56 pm #

    Ya,
    terecht je opmerking i.v.m citaten.
    wat ik zelf denk is

  10. Yann oktober 20, 2010 at 4:14 pm #

    Ter herinnering:
    Deze zaterdag organiseert het Anarchistisch Kollektief Utrecht een Vrije Boekenmarkt. Misschien is het een interessante gelegenheid om lectuur en mensen te leren kennen en te laten weten van de discussiegroep. Ik ga alvast.

    Meer info:
    http://www.indymedia.nl/nl/2010/10/70222.shtml

  11. M. oktober 20, 2010 at 5:12 pm #

    sorry, had verkeerde knop ingedrukt en weg was de comment…
    wat ik zelf denk is dat uitbuiting onder een eigen taal, gemakkelijker wordt aanvaard door de massa, dan bij een anderstalige onderdrukker: men identificeert zich gemakkelijker als behorende tot een “zelfde (taal)groep” en gaat ervan uit dat de leiding hiervan (neem nu bv NVA) het goed met die ” (taal)groep” bedoelt (bv t.o.v ander machtsblok zoals de franstalige internationale haute finance).
    Voordeel van zelfde taal te spreken kan wel zijn dat communicatie en discussie alsook betwisting of verzet sneller kunnen “verwoord”worden van onderuit.
    Als je in de discussies respect toont voor de anderen, dan wordt je ook gehoord:In elke dagelijkse situatie vindt je (indirekte) links met het groter geheel van het maatschappelijk bestel en hierarchie.
    B.v. zo denk ik dat je deel moet nemen als een “gelijke” aan allerlei aktiviteiten in je omgeving (werk, sportvereninging, buurtkomitee e.d.)maar dat wel steeds moet kaderen in een eigen globale visie en aantonen dat je verzuchtingen van universeler aard zijn om een bredere dimensie te geven aan die lokale aktiviteiten.
    Tevens kan je dan aantonen dat je daarin niet een enkeling bent en dat er een (internationaal)georganiseerde beweging leeft, die een historische geschiedenis en een ruimer toekomst-perspektief biedt.

    Ik probeer zoveel mogelijk aansluiting te vinden met de personen rondom mezelf en in de rest van de wereld, om onze leefwereld zoveel als mogelijk te beleven als een aanvang en voortzetting van streven naar een betere wereld.
    M.

  12. M. oktober 20, 2010 at 5:19 pm #

    @ Ya
    “Boekenmarkt”
    ga er ook heen(ben wel 2dagen al goed verkouden, maar hoop dan terug OK te zijn)
    Ik wil wel meer weten over de de huidige bewegingen bij onze noorderburen..en taalgenoten.
    M.

  13. Inigo Montoya oktober 21, 2010 at 4:05 pm #

    “Misschien heb je in die zin wel gelijk dat het ‘wij-gevoel’ of het gevoel van tot eenzelfde natie te behoren voor het grootste deel ontstaat door een gedeelde taal.”

    Dat wil ik niet gezegd hebben. Een voorbeeld: ondanks het feit dat hun burgerij allen Spaans sprak vormden de Latijns-Amerikaanse staten bij hun onafhankelijkheid van Spanje geen ‘wij-gevoel’. Ze konden zich niet verenigen en er waren vanaf het begin oorlogen onderling.

    “Ik weet niet of het nationalisme een belangrijke invloed had op de vorming van naties (in 18de en 19de eeuw), maar ik vermoed van wel.”

    Het was een detail bij de vorming van moderne staten, zoals ook blijkt uit hetgeen Rosa Luxemburg schrijft (overigens, die opmerking over Latijns-Amerika schoot me te binnen toen ik dit las):

    “Moreover, the class rule of the bourgeoisie in Poland not only did not demand the creation of a united nation-state, as in Germany and Italy, but, on the contrary, it arose on the foundations of the conquest and division of Poland. The idea of unification and national independence did not draw its vital juices from capitalism; on the contrary, as capitalism developed, this idea became historically outlived. And that very circumstance, that particular historical relationship of the capitalistic bourgeoisie to the national idea in our country, became decisive also for the fate of that idea and defined its social character.
    In Germany, in Italy, as one half-century before in South America, the “national rebirth” carried with it all the traits of a revolutionary, progressive spirit. Capitalistic development embraced this national idea, and historically speaking, elevated it with the political ideals of the revolutionary bourgeoisie: democracy and liberalism. Exactly in this historical sense, the national idea was only a detail of the general class program of the bourgeoisie – of the modern bourgeois state. ”

    Ik zet ook het kosmopolitisme bij die politieke idealen van de revolutionaire burgerij. Het Duitse ‘volkstum’ doet Luxemburg af als middeleeuws romantisme. Eerder in hetzelfde hoofdstuk schrijft ze:

    “The nation-state as seen only from a national point of view, only as a pledge and embodiment of freedom and independence, is simply a remnant of the decaying ideology of the petite bourgeoisie of Germany, Italy, Hungary – all of Central Europe in the first half of the nineteenth century. It is a phrase from the treasury of disintegrated bourgeois liberalism.”

    De vraag is dus niet of er nog een vooruitstrevend nationalisme bestaat, want dat was het nooit.

  14. Yann oktober 27, 2010 at 2:22 pm #

    Oké, ik zal mijn standpunt over een progressief nationalisme nog eens herzien. Voor de duidelijkheid: ik ben tegen nationalisme. Komt dat citaat van Rosa Luxemburg uit “The national question”? By the way, Rosa is een referentie voor mij, geen alleswetende waarzegster. Ook Rosa had soms ongelijk.

  15. Inigo Montoya december 21, 2010 at 12:15 am #

    Ja dat is de tekst waar uit ik die passage heb gevist. Rosa had zeer zeker ook soms ongelijk, maar niet op dit punt.

  16. Yann december 21, 2010 at 9:49 am #

    Dan zal ik die tekst eens lezen in de nabije toekomst (als ik tijd vind). Ben zelf ook veel meer mee met Rosa haar visie dan met die van Lenin, die erg dubbelzinnig is. Wat denk jij?

  17. Inigo Montoya december 22, 2010 at 11:53 pm #

    De geciteerde passage ontkracht volgens mij enkel nogmaals de stelling voor het bestaan van een progressief nationalisme. Als je tijd hebt kun je zeggen waarom je niet overtuigd bent (ook al is het een bijzaak, want hoeveel zijn er niet die het nationalisme nooit progressief zouden noemen en het toch steunen). Voordien heb ik Rosa’s tekst niet gelezen (ben ik niet van plan ook), maar als ik dat zou doen, dan toch niet omdat ze een autoriteit is of zo.

    Nu je Lenin erbij haalt, die is tamelijk ondubbelzunnig: tegen nationalisme. Zijn verschil met Rosa echter komt er op neer dat wie het recht op nationale zelfbeschikking niet steunt, zich daardoor schaart aan de zijde van het onderdrukkende (reële) nationalisme. Hij spreekt ook over kapitalisme in een periode van opkomst en verval maar dat belet hem niet om bv. de onafhankelijkheid van Noorwegen te steunen anno 1905. Daarom lijkt het me goed om posities tegen zo’n discours te zoeken in de Belgische socialistische geschiedenis. Ik hoop dat je dat hoofdstuk over de comm. partij van België hebt gelezen, daar blijkt Van Overstraeten zo’n positie verdedigd te hebben. Ik vraag me af wat hij tegen Lenin’s argument in bracht.

  18. Yann januari 7, 2011 at 5:38 pm #

    Akkoord over het internationalisme van Lenin. Alleen vind ik zijn standpunt over het nationaal zelfbeschikkingsrecht (voor zover ik het heb begrepen) nogal onduidelijk. Lenin is tegen nationalisme, maar gaat nationalisten wel het ‘recht’ geven om hun eigen natie op te bouwen. Het idee is hiermee het sterkere, onderdrukkende nationalisme zwakker te maken en daardoor het proletariaat (dat gemeenschappelijke belangen heeft, ongeacht de natie of staat waarin de arbeiders leven) sterker. Volgens mij echter speelt hij het nationalisme daarmee in de kaart. Dit ‘tactisch’ redeneren lijkt me meer gevaren in te houden dan de arbeidersklasse te sterken in haar bewustzijn en haar eenheid. Integendeel, we zouden kunnen denken dat de vereniging van de arbeidersklasse makkelijker gebeurt, als ze niet verdeelt is over vele kleine naties, maar in enkele grote naties leeft. Als we deze logica doortrekken, kunnen we stellen dat we net beter het ‘groot’ of ‘onderdrukkend’ nationalisme moeten steunen. Dat wil ik echter niet. Het lijkt me daarom beter telkens het nationalisme te veroordelen en te hameren op de gemeenschappelijke belangen die de arbeidersklasse overal ter wereld heeft. Ik weet dat Rosa Luxemburg erg veel kritiek had op Lenins’ visie. Weet jij hier meer over? Laat maar weten.

    In welk boek kan ik dat hoofdstuk over de comm. partij van België en Van Overstraeten vinden?

  19. Inigo Montoya januari 7, 2011 at 8:41 pm #

    Het is in het eerste hoofdstuk, erg lezenswaard, van de biografie van Paul de Groot, online op http://dare.uva.nl/record/86467 Meer bepaald bladzijden 34-39 gaan over de standpunten van enkele leden waaronder Van Overstraeten betreffende de Vlaamse kwestie. Om een beeld te krijgen van het soort discours waar tegen ze op moesten zie Marcel van de Velde’s artikel in de Internationale Revue uit 1927 getiteld ‘België bedreigd’, ook online op http://www.dbnl.org/tekst/_int001inte01_01/_int001inte01_01_0095.php

    Toch even opmerken dat zelfs Van Overstraeten op een activistische meeting samen met Borms optrad.

  20. Yann januari 10, 2011 at 10:49 pm #

    Heb het hoofdstuk gevonden, snel doorbladerd en stukjes gelezen. Ziet er inderdaad interessant uit. Je merkt alvast goed hoe de vorming van de communistische partij concreet verliep en hoe moeilijk die vorming wel was.

    Ik heb trouwens gemerkt dat je niet in de mailinglijst van de discussiegroep staat. Wil je dat ik je erbij zet? Dat betekent dat je af en toe een mail krijgt met aankondiging van de volgende discussie of met het bericht dat er een verslag klaar is en op de site kan worden gevonden. Er kunnen maar een paar mensen aan de mailbox (Billy, L, Sal, W, Yves en ik). Mijn indruk is wel dat ik momenteel de enigste ben die regelmatig de mailbox checkt, maar ik kan me vergissen.

  21. Inigo Montoya januari 12, 2011 at 3:11 pm #

    Nee, je moet me er niet bij zetten. Nu wil ik wel een overzicht opstellen van al die kleine groepjes in de na-oorlogse periode en misschien een kritiek posten van hun methodes en ideeën.

  22. Yann januari 13, 2011 at 2:34 pm #

    Kan zeker interessant zijn. Ga uw gang! Volgens mij past dat wel als ‘vrije bijdrage’ in het kader van de discussie over nationalisme (of een ander onderwerp dat ik over het hoofd zie).

    Laatst kreeg ik trouwens een bericht van L met het voorstel om de site te verplaatsen naar ergens anders. Ik dacht dat S ook iets zei over de beperktheden van de WordPress-blogs? Ik wil ook best naar een ander type site overstappen. Kent iemand meer van sites en en hun beheer? Weet iemand meer over de technische mogelijkheden? ’t Zou ook goed zijn als we wat nadenken over de vorm die een ander soort site moet hebben. Discussie moet mogelijk zijn (een soort forum?) en de aankondigingen, inleidingen, verslagen moeten volgens mij nog steeds centraal staan. Ik zie het niet zo chaotisch en verspreid als bijv. op DeWereldMorgen (http://www.dewereldmorgen.be). Het zou de discussies enkel versnipperen en verzwakken. Het zou handig zijn als deelnemers zelf bijdrages zouden kunnen posten (waarop dan weer gereageerd kan worden), zonder dat dat via de sitebeheerder moet gebeuren. Om een zekere controle te houden over wie er post, moeten die mensen zich mss eerst aanmelden. Enfin, dit zijn maar eerste gedachten. Andere ideeën?

  23. Inigo Montoya januari 15, 2011 at 12:10 am #

    Een bedenking naar aanleiding van dit debat.

    Na de repressie van 1871 herneemt de sociaal-revolutionaire beweging zich om haar hoogtepunt te vinden met de stichting van de tweede internationale in 1889. De groei van de sociaal-democratie duurde nadien weliswaar voort, maar de revolutionaire esprit van de ganse beweging stagneert, en begon na een paar jaar te verwateren. De vrijwillige deelname aan de eerste wereldoorlog van de sociaal-democratie en van de arbeiders was slechts de consequente uitkomst hiervan. Boem – de revolutionaire opwelling van 1917-1919.

    De situatie in België. (Plaatje: http://bit.ly/f0SOgQ )

    De stichting van de Kommunistische partij-Vlaamse federatie (ook wel Kommunistische Bond in Vlaanderen genoemd) gebeurt laat, op 12 oktober 1919. Het eerste congres is te Gent op 11 januari 1920. Ze was anti-parlementair, voor raden en afschaffing van eigendom, voor oktober revolutie en derde internationale en voor de Vlaamse ontvoogdingsstrijd (zo is de lingo). De Antwerpse afdeling bestond uit voormalige minderheidssocialisten in de BWP (SJW) en was flamingantisch. De Gentse afdeling daarentegen, een uit de SJW gegroeide Vredesgroep (hun blad heette de Roode Jeugd), hing het socialistisch activisme niet aan.
    Paul de Groot (Antwerpse afdeling van de Kommunistische Bond) schreef in haar blad ‘De Internationale’ in januari 1920: “Het Vlaams nationalisme is voor de Kommunistische beweging een niet te versmaden factor in haar strijd tegen het Belgisch imperialisme” . Maar de Kommunisten Bond stelde zich niet tevreden met hervormingen. “Neen, al wat onderdrukt is moet vrij! Taal, volksaard, ras. Maar het kan niet vrij zijn zolang het kapitalisme de kulturele vrijheid tot een bedrog maakt door de ekonomische slavernij.” Enkel een ‘federatieve radenrepubliek’, een socialistische republiek Vlaanderen en een socialistische republiek Wallonië, konden de nationale onderdrukking opheffen.
    In de Antwerpse afdeling is er begin 1920 een quasi-breuk; geïnspireerd door Abraham Soep vormt zich een jeugdgroep die een anti-Vlaamse ultralinkse positie verdedigt (Soep kent dan al Van Overstraeten in Brussel); daarnaast is er de groep met De Groot (ook anti-parlementair en fan van de Internationale, maar voor werk in de vakbond en pro-Vlaams).

    Van Overstraeten zit gedurende die tijd in de SJW afdeling van Brussel die zich in 1919 had afsplitst van de nationale federatie (van de SJW). Uit een 1974 TV-interview met Van Overstraeten blijkt het een uitstoting te zijn geweest:
    “Ik was lid van de Socialistische Jonge Wacht geworden en wij begonnen al gauw de Russische revolutie te verdedigen. Ik werd met deze groep van de Jonge Wacht uit de partij gestoten ondanks het feit dat Vandervelde ons verdedigde! Hij vond dat de jongeren de plicht hadden openlijk voor hun mening uit te komen. Wij hebben dan een kommunistische groep gesticht en onze aansluiting gevraagd bij de 3e Internationale. Kort daarna woonde ik het 2e Kongres van de 3e Internationale bij. Dat was in 1920. Ik werd lid van het bestuur van Proletcult.”
    Even tussendoor, Van Overstraeten’s volgende antwoord stemt me een beetje triest:
    “Ze noemden mij de Trotskist omdat ik sommige stellingen van Trotsky tegen Stalin had verdedigd. Bij de konfrontatie van theorie en werkelijkheid en na zes verblijven in Rusland is dan de ontnuchtering gekomen. Na mijn afrekening met het marxisme heb ik jaren nodig gehad om mijn gewetenskwellingen te overwinnen. Ondanks de krisis die de katolieke kerk doormaakte vond ik toch bij haar alleen vrede. En om het in ’t kort te zeggen: ik verdedig nu het geloof met al de geestelijke middelen waarover ik beschik.”
    Van Overstraeten zou al in WO1 onder de indruk zijn geweest van Léon Bloy, dus er is een continuïteit met zijn latere ‘bekering’. Ook Henriette Roland Holst is die weg op gegaan. Van Overstraeten uitte zich in dat interview overigens pro-Vlaams. Dat betekent niet dat hij nooit een ‘echte’ communist geweest was. Maar als het waar is wat hij vertelt in dat interview, dat hij de BWP niet op zijn eigen heeft verlaten, dan is dat wel kentekenend voor de leden van de toekomstige PCB.
    Terug naar Van Overstraeten’s groep, die in maart 1920 opstart. Dirk Struik berichtte hierover op 19 augustus 1920: “Die Brüsselsche Gruppe sind liebe und überzeugte Genossen, allein sie haben keinen Kontakt mit denn Arbeitern. Die Leute gehen ganz in die schone Theorie auf, machen einen Cultus für Sovjet-Russland, wissen genau die Differenzen von Gorter und Wijnkoop in Holland, allein um die Differenzen in der Belgischen Bewegung bekümmern sie sich gar nicht.”

    De Brusselse (Overstraeten) en Vlaamse Federatie ontmoeten elkaar eind oktober 1920 te Brussel, met ruim 40 deelnemers. De Antwerpse jeugdgroep geïnspireerd door Soep verwijt de (eigen) Vlaamse Federatie geen bewuste kommunisten te zijn en stelt de opdoeking voor. Daarmee was De Groot niet akkoord. Van de Vlaamse Federatie sluit enkel de Antwerpse jeugdgroep zich aan bij de PCB, maar ook de Gentenaar Oscar Van Den Sompel, in december. Gezien de blijvende spanning tussen de Antwerpenaren beslist Van Overstraeten in mei 1921 de Vlaamse federatie (in zijn PCB) onder leiding van Soep te stellen.

    De Groot weigerde zich te onderwerpen. Bitter stelde hij vast: “Wij stonden hier voor een geval dier leelijke ziekte […] die in goed Vlaamsch genoemd wordt ‘Vriendjespolitiek’. Wanneer persoonlijke sympathie of antipathie de hoofdrol spelen dan is er geen plaats voor ernstige diskussie. […] Zie
    daar dus De Internationale buiten de PCB. […] Wij kunnen niet zeggen dat wij deze toestand niet betreuren. Maar we kunnen niet anders. Wij hadden gaarne met de Waalsche en andere Vlaamsche kommunisten gedaan. Wij weigeren het echter beslist met het kliekske onbetrouwbare hansworsten te Antwerpen te doen. […] Wie het kommunisme liefheeft volge ons.” Dat waren er een vijftiental. De makkers gaven hun blad voortaan de martiale ondertitel Strijdorgaanorgaan voor de Derde Internationale. (geparafraseerd uit De Groot’s biografie).

    Amis de l’Exploité rond Jacquemotte wordt uit de BWP gezet in mei 1921 en sticht een nieuwe PCB (De Groot en zijn blad De Internationale sluiten zich hierbij aan in juni). Jacquemotte’s en Van Overstraeten’s PCB houden fusiecongress in September 1921. Op deze gelegendheid spreekt De Groot over de zelfstandigheid van Vlaanderen als voorwaarde voor de oplossing van de Vlaamse kwestie. Niet het eenvoudig in tweeën delen van de Belgische bourgeoisstaat, maar de vernietiging ervan en het scheppen van een federatieve arbeidersstaat waarin elke nationaliteit tot haar volle ontplooiing kon komen naar het voorbeeld van de Al-Russische federatieve Sovjet-republiek.’ Noch Van Overstraeten noch Jacquemotte hadden zich met de kwestie beziggehouden en in het congres zelf leefden hier en daar verwarde ‘anti-Vlaamse’ gevoelens. Dat een fusie nog geen innige samenwerking beloofde, was wel duidelijk. (geparafraseerd uit De Groot’s biografie).

    Daags na het conges wordt Soep uit het land gezet. Misschien daarmee dat de ultralinkse elementen verdwijnen in de PCB. De Groot’s biografie doet blijken dat de ultralinkse invloed in de vroegere communistische groepjes vooral uit Nederland kwam. Zo is er de vertaling in Brussel van Gorter’s De wereldrevolutie uit 1918.
    Van Overstraeten zelf echter zetelt in 1925 in het parlement. Van Overstraeten in Brussel, Soep’s Antwerpse jeugdgroep en de Gentse Van den Sompel worden anti-Vlaams genoemd, de V.B. is volgens hen kleinburgelijk of in het voordeel van het entente-imperialisme, reden genoeg voor De Groot et al om ze als anti-Vlaams te beschimpen. Misschien is de houding van Van Overstraeten& Co. t.o.v. het activisme eerder een van desinteresse, in het beste geval een niet relevant genoeg fenomeen om tijd aan te verspillen, maar ik denk dat dit een misvatting is geweest, want het zou hun partij geheel overnemen, eigenlijk van bij de start.
    Een artikel van Marcel van de Velde (later lid van het Zwart Front) getiteld ‘België bedreigd’ uit 1927 in de Internationale Revue (te lezen naast Walter Benjamin en Jan Romein), maakt denk ik duidelijk hoe nationalist discours zich perfect revolutionair voordeed:

    “België, het centralistisch geregeerd complex van twee volstrekt vreemde landen ..De Vlaamsche massa gelooft nog in het desvoorkomend doorvoeren van een bestuurs-scheiding, waardoor België geregeerd zou worden door een Federatief Bestuur met twee streng-gescheiden Parlementen. Er is een duister instinct van algemeen verzet wakker-geworden. … de revolutionneering van den Vlaamschen strijd. …De Derde Internationale heeft niet nagelaten ook in Vlaanderen haar stem te laten hooren en plotseling is tot een noemenswaardig aantal zonen en dochters van ’t Vlaamsche land ’t bewustzijn doorgedrongen, dat de historie van heden ieder oogenblik wel een omstandigheid kan scheppen, waarin de omverwerping van het gezag te Brussel mogelijk wordt. Telkens wordt ’t den Vlaming duidelijker, dat België de oorzaak is van al zijn ellende, reeds kwam men tot nieuwe manifestaties tegen het uitheemsche vorstenhuis … de Vlaamsche nationalisten moeten hun aspiraties zien in het helle licht van den proletarischen strijd; de idealisten van elke pluimage zich ontdoen van al die burgerlijke ideologieën die juist in België zoo welig gedijen en het stempelen tot ’t burgerlijkste land van Europa. Dan – ja dàn zou de barrière wegvallen, die de regeeringen van Brussel en Den Haag hebben opgesteld en zou het Hollandsche proletariaat plotseling zijn kameraad zien in dien geest van broederschap, die solidariteit is. ..dat is de dood van de kerk van Rome, dat is de vernietiging van het Belgisch bewind. Voor goed is de Vlaamsche strijd verlegd uit de tuinen der romantiek naar de velden van brakke werkelijkheid. Aan de idealisten van het Vlaamsche ras om de massa in het naderend historisch oogenblik vóór te gaan, zonder aarzeling, op den weg der sociale revolutie. In de dagen die komen mengelen de luide kreten van het wereldimperialisme (de overal zichtbare toebereidselen voor den volgenden oorlog, het geheime verdrag met Frankrijk) zich met de loeiende stemmen der losgebroken slaven van het kapitaal. Maar de stem van de onderdrukte volken, die hune boeien verbreken, zal loeien over de aarde als een orkaan.”

    De gefuseerde PCB telt 16 leden in Antwerpen. In de volgende jaren nam haar aanhang niet noemenswaardig toe: in 1922 betaalden 24 communisten hun bijdrage aan de partij, in 1926 40. Hoewel het aantal abonnees op De Roode Vaan een stuk hoger lag, dreef de partij werking op een laag pitje. De jaren 1922 en 1923 gingen voorbij zonder dat de KP erin slaagde een meeting te organiseren. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1926 kreeg de communistische lijst met Morriëns op kop meer dan 2.000 stemmen. De KP plukte nu de vruchten van haar strijd voor amnestie, die zij in de maanden voor de verkiezingen gevoerd had. In februari 1926 hadden de Antwerpse communisten meegedaan aan een meeting, waarop ook de vrijgelaten activist Jacob en de Vlaams-nationalistische volksvertegenwoordiger Hendrik Borginon het woord voerden. Van Overstraeten hield toen een warm pleidooi voor de vrijlating van de opnieuw opgesloten Van Extergem, “omdat in die jongen de revolutionaire strijdwil van de Vlaamse onderdrukte massa belichaamd” was. De inzet van de KP voor amnestie was niet nieuw – ook in 1924 hadden de Antwerpse communisten al eens een meeting voor amnestie georganiseerd.

    Na de breuk met de ‘trotskisten’ in 1928 is het ideologisch bankroet compleet: nationalisme, anti-fascisme, volksfront, Spaanse burgeroorlog, enz. Een blik terug op de historische nalatenschap:

    -De Antwerpse communisten hebben niet nagelaten zich in vlaamsgezinde zin te profileren. Daarvoor was in de eerste plaats Van Extergem verantwoordelijk, die als Vlaams-nationalist in 1928 naar de KP overgekomen was. Als gewezen activist maakte Van Extergem, die vanaf 1928 in Antwerpen de KP-lijst trok, vooral propaganda voor Vlaams zelfbestuur. In het nationaal partijbureau werden daarover wel opmerkingen gemaakt, maar hij werd partijleider gemaakt in Antwerpen, omdat alleen hij de Antwerpse KP in leven kon houden.

    -Het anti-fascisime: Moskou verzocht de Belgische communisten nogmaals meer aandacht te besteden aan Vlaanderen en aan de nationale onderdrukking van de Vlaamse bevolking in het bijzonder, opdat de V.B. niet in handen valt van de rechtse reactie.

    -In januari 1937 werd de Vlaamse Kommunistische Partij opgericht en werd De Roode Vaan vervangen door Het Vlaamsche Volk, waarvan Van Extergem hoofdredacteur werd.

    -Het anti-fascisme blijft, maar er komt een wending: de activiteit van de nieuwe partij moet zich meer concentreren op de strijd tegen het fascisme (het Duitse gevaar) dan tegen de Belgische staat; dus nood aan eenheid tussen Walen en Vlamingen. Men herhaalde de eis voor Vlaams zelfbeschikkingsrecht in het kader van de Belgische staat. De volkeren van Vlaanderen en Wallonië moesten één front vormen tegen het Hitler-fascisme. De ‘los van Frankrijk’-eis van de Vlaams-nationalisten (die de communisten voorheen nog hadden gesteund) werd verworpen omdat hij in de kaart speelde van Duitsland. De VKP stelde een federaal België voor, waarin Vlaanderen en Wallonië elk hun eigen parlement konden kiezen en hun eigen regering aanduiden. Onderwijs, cultuur en economie zouden door de regio’s worden beheerd, terwijl de buitenlandse politiek en de landsverdediging federaal bleven. De federale regering zou paritair samengesteld worden uit Vlamingen en Walen. Verder werd de vastlegging van een taalgrens gevraagd en moest het Brussels gewest volledig tweetalig zijn.Van den Boom riep de Vlaamse socialisten, christen-democraten, liberalen en democratische Vlaams-nationalisten op een Vlaams Volksfront te vormen. Het meest opvallend in zijn pleidooi was wel het gebruikte vocabularium: “Wij zijn geen volksvreemden,” aldus Van den Boom, “alles wat ons volk is, leeft in ons.”

    -De Vlaamse Leeuwenvlag kreeg een plaats naast de rode vlag, De Vlaamse Leeuw werd gezongen na de Internationale en op 11 juli werden landdagen georganiseerd. Meer nog dan in zijn openingstoespraak op het stichtingscongres van de VKP kwamen in Van den Booms rede op de eerste landdag (Antwerpen, juli 1937) verwijzingen voor naar de volksontvoogdingsstrijd uit het verleden. In Frankrijk was dat de revolutie van 1789, in Vlaanderen stond vanzelfsprekend de Guldensporenslag van 1302 centraal. Die verwijzingen naar de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in de Middeleeuwen waren ook expliciet aanwezig in de ideologisch-propagandistische onderbouw van het Vlaamse vrijwilligersschap in de Spaanse burgeroorlog. Ongeveer 360 Vlamingen vochten daar, omkaderd door de communisten, in de Internationale Brigaden.

    -In oktober 1937 kwam in Antwerpen een Vlaamsch Blok voor Zelfbestuur en Demokratie tot stand, dat evenwel slechts een afkooksel was van wat de communisten met een Vlaams Volksfront hadden beoogd. Behalve de communisten ondertekenden het Federalistisch Volksfront, de Radicale Partij en de Collectivistische Orde het Memorandum van het Vlaamsch Blok. Het Vlaamsch Blok stelde in 1938 kandidaten voor bij de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen, maar boekte daarbij slechts een matig succes.

    De auteurs bij de Nieuwe Encyclopedie van de V.B. schrijven over het anti-fascistisch volksfront:

    “De consolidatie van deze alliantie ter bescherming van de burgerlijke democratie diende voorrang te krijgen op de klassenstrijd. De strategie werd echter niet louter vanuit democratische overwegingen maar ook vanuit sociaal-economisch oogpunt gelegitimeerd. De noodzaak om de strijd tegen de monopolies en de holdings aan te binden, impliceerde ook dat bepaalde economische sectoren, gericht op consumptie, potentiële bondgenoten waren. Deze heroriëntatie en de bijbehorende alliantie werd geschraagd door een toenemende identificatie met de natie. In deze optiek werden de staat en de natie instrumenten van strijd tegen de monopolies. De natie diende als het ware bevrijd te worden van de monopolies en de prerogatieven, die in handen van de holdings terecht waren gekomen, dienden terug opgenomen te worden in de natie. De ‘natie’ moest opnieuw “beschikking hebben over het geld dat eruit wordt gezogen”. De groeiende identificatie met de eigen natie werd in de hand gewerkt door de theorie van het socialisme in één land dat dus het socialisme van de natie werd.”

    En voorts, met een sprong in de tijd, over de ideologie van het Vlaams Marxistisch Tijdschrift (dat stamt uit de KP); maar zoals nu duidelijk moet zijn, er is geen verschil met de rotheid die de KP kenmerkte van in het begin (bv. Roosens doet beroept op Gramsci, oneven ontwikkeling, en andere onzin):

    “Tegen de mondialisering en de overheersing van multinationals via de Europese constructie dient de natie als belangrijkste tegenmacht aangezien te worden. Deze natie is niet de Belgische staat maar de Vlaamse gemeenschap waarvan de zelfstandigheid tot vandaag gefnuikt wordt door een ondemocratische staatshervorming en Europese eenmaking. In deze opvatting worden de sociale tegenstellingen binnen het Vlaamse volk totaal ontkend en verdwijnt de Vlaamse burgerij en haar inschakeling in het multinationaal kapitaal uit de analyse. Roosens van zijn kant vervoegt de stelling van De Witte kaproenen van 1969: een Vlaamse burgerij bestaat niet. Daarnaast wordt de natie of het volk ook niet meer als heterogeen en evoluerend fenomeen aanzien: “Het nationalisme (…) wordt een progressieve kracht, indien de politieke leiding binnen de natie in handen komt van een nieuwe hegemonische klasse, die het nationalisme uitdrukkelijk in perspectief stelt van de herovering van de hefbomen van de economische macht uit de handen van de ondemocratische en vreemde supranationale technocratieën, ten einde binnen de natie een vreedzame en demokratische samenleving te herstellen waarin werk en welvaart wordt geboden aan de brede bevolkingslagen.” Onder “hegemoniale klasse” verstaat hij niet de klasse van loontrekkers, maar ‘het volk’, de natie zelve. De vraag naar de invulling van deze natie is bijgevolg niet overbodig wil men de juiste draagwijdte van deze opstelling begrijpen. Volgens Roosens kan enkel een culturele eenheid de natie de nodige coherentie geven, die het mogelijk maakt “het algemeen belang na te streven”; het nationalisme “levert een gevoel van verbondenheid tussen mensen die met eenzelfde taal en cultuur samenleven op eenzelfde grondgebied”. In deze opvatting bestaan er geen dominante en gedomineerde naties meer, alle naties zouden vandaag onderdrukt worden door het ‘multinationaal kapitalisme’. Het feit dat de interkapitalistische concurrentie zowel de loontrekkenden als de staten of regio’s in een dynamiek van sociale dumping betrekt, wordt duidelijk genegeerd. Het gebruik van de communautaire kwestie als breekijzer voor de ontmanteling van de verzorgingsstaat, die uitgebouwd werd op Belgisch niveau, is vandaag immers duidelijk aanwijsbaar. Zolang er geen uitbouw plaatsgrijpt van een sociaal Europa, zal een streven naar zelfstandigheid overheerst worden door een neoliberale logica, zelfs indien “splitsen gezond zou wezen” (dixit Turf). Hieruit blijkt dat ook deze linkse nationalistische stroming nog geen afstand heeft genomen van een etnicistische begripsvorming van de ‘natie’. Pas indien zij deze inruilt voor een benadering die zich laat inspireren door de Franse revolutie — waarbij de natie als politiek en sociaal contract ook ruimte laat voor een cultureel pluralisme — zal zij in staat zijn het racisme en het etnocentrisme van uiterst rechts te bestrijden.”

    Dat laatste, de dreiging met racistisch uiterst rechts, is natuurlijk typerende. Het ‘entnistsch’ nationalisme van Roosens &co. valt inderdaad achter vergeleken met de ideeën van het liberalisme, maar het punt is dat nationalisme (in alle vormen, van Roosens’ populisme tot Marcel van de Velde’s fascisme) niet tegenover het liberalisme staat, het komt er uit voort.

Trackbacks and Pingbacks

  1. Report – the Belgian government crisis and the nationalist question « Discussion Group Spartacus - januari 2, 2012

    […] is the translated report of the discussion held in Antwerp (Belgium) on 5/10/2010 about nationalism. The translation was made following the discussion about nationalism in Vienna on 8/12/2011, so […]

Leave a Reply