Inleiding – Hoe moet het verder met de sociale strijd?

3 jan

discussie van 6 december 2011, Antwerpen

De afgelopen periode is er één geweest van toenemende politieke instabiliteit en zware besparingsmaatregelen. Tegelijkertijd is er steeds ook meer maatschappelijke onrust over de gang van zalen. Overal ter wereld zagen we dit jaar tegen de huidige maatschappelijke situatie. De mensheid staat voor grote uitdagingen. Er is de voortdurende economische crisis. Cruciale grondstoffen zoals olie bereiken langzaamaan hun piekproductie en botsen op toenemende schaarste. Berichten over de ecologische crisis worden steeds alarmerender en we verwelkomden onlangs de 7 miljardste aardbewoner.

 

Het is net in deze periode dat de politiek geen visionair project lijkt te hebben. There is no alternative, lijkt de nihilistische houding tegenover de toekomst. We zullen het met minder moeten doen, harder werken en de consequentie van ons lot moeten accepteren. Een defensieve houding tegen de storm die wij zogenaamd zelf gecreëerd hebben. We hebben nochtans er zelf voor gekozen en dit is het resultaat.

 

Maar is het huidige discours de enige mogelijkheid die de mensheid heeft? Zijn ‘wij’ de schuldigen? Ligt het probleem en oplossing dan bij ‘de politiek’? Of is er meer aan de hand?
In de populaire media situeer ik ongeveer 3 verschillende verklaringen voor de oorzaak van deze crisis (of recessie zoals zij het noemen). Zij worden maatschappelijk vertegenwoordigt in verschillende ‘partijen’ en kunnen samengevat worden in  3  ideologische uitgangspunten.
De eerste is dat de crisis veroorzaak word door teveel staatsinmenging. Deze ideologie word historisch aangeduid als vrijmarktliberalisme of rechts-libertair (soms paradoxaal ook conservatief).
Een tweede visie, is dat er meer staats inmenging moet komen en dat de crisis de oorzaak is van het neoliberale beleid onder invloed van Thatcher en Reagan, dat we kennen sinds de jaren 1980. Deze stroming kent verschillende labels: van de pragmatische centrum politiek (liberale, groene en sociaal democratische partijen) tot haar meer linkse varianten (populistische links en staatssocialisten).

De laatste stroming dan, is eerder een uitzondering op die twee varianten van hiervoor. Deze benadering hecht niet zoveel belang aan de hoeveelheid van staatsinmenging (niet dat ze dit volledig negeert). Het zijn de politici die corrupt geworden zijn en volledig gedomineerd worden door het bedrijfsleven en meer bijzonder de financiële sector.  Deze strekking bestrijkt het hele spectrum, van linkse en anarchistische indignados tot rechtse varianten zoals de Amerikaanse Tea Party’.

Uiteraard zijn deze 3 kampen maar abstracties en in werkelijkheid zien we vaak een complexe vermenging van deze ideologische interpretaties.

Waarom is dit belangrijk voor de toekomst van de sociale strijd? Het is volgens mij cruciaal dat de activisten van de Occupy-kampen,de indignados of Arabische revolutionairen, zich losmaken van de intelectuele elites en organisaties indien men werkelijk voor een radicale maatschappijverandering, een revolutie is.
Ik wil hier stellen dat de crisis niet veroorzaakt wordt door een wanbeleid van enkele politici, maar dat het wanbeleid eerder de veroorzaakt wordt door de crisis zelf.  Crisis is eigenlijk inherent aan het kapitalisme. Het zijn de interne mechanisme van het kapitaal (waarde productie, markten en accumulatie) die voor crisis zorgen. Dus niet door externe actoren, zoals de politiek, vakbonden of het financiële bankwezen. Wat vooral typerend is aan deze periode is dat de crisis, geografisch en relatief tegelijkertijd, alle delen van de wereld bereikt. Niemand word gespaard.

Ten tweede wil ik graag het klasse aspect van deze periode belichten. Het lijkt mij duidelijk dat vooral de werkende mensen en de armen het meeste er onder lijden. We zien dat de bezuinigingen bikkelhard toeslaat op de arbeidersklasse en veel minder op de bedrijven en hoge vermogens. Vooral in de financiële sector slaagt men er toch nog in gigantische winsten te maken. Het lijkt mij overduidelijk dat de arbeidersklasse het meeste hier te winnen heeft zou er verandering in komen.

En tenslotte dat de staat een instrument is van de heersende klassen, dat ontstaan is uit de nootzaak voor het management van het kapitalisme en dus staat deze niet los hiervan. De staat houdt het klassesysteem en de staat verzekert de dominantie van kapitaal over arbeid door haar wetten (zoals bijvoorbeeld het private eigendom van de productiemiddelen).

Ik stel hier sterk de neutraliteit van de staat in vraag. Uiteindelijk is het waar dat je met een hamer een huis ineen kan timmeren of er iemand mee dood kan slaan. Maar hamer blijft een hamer, en de definitie zelf beperkt het tot maar enkele praktische mogelijkheden, dus andere mogelijkheden worden per definitie uitgesloten, zoals schroeven.

Ik stel daarom drie discussievragen voor:

  1. Door wie is de economische crisis veroorzaakt? Hoe sta je hier zelf tegenover?
  2. Wat impliceert dat voor de sociale strijd?
  3. Moet de sociale strijd (van occupy tot betogingen) trachten om zo veel mogelijk invloed te krijgen op de staat?

 

Laat ons discussiëren!

No comments yet

Leave a Reply