Verslag – ethisch consumeren

13 dec

discussie van woensdag 8 december 2010, Antwerpen

Structuur van het verslag:

Historische plaatsing

“Ethisch consumeren”: terminologie

Discussielijnen

– Structurele vs. individuele kijk

– Radicale of geleidelijke verandering?

– Geopolitiek en overbevolking

– Concrete ingrepen

Historische plaatsing

De discussie rond de kernvraag “kan ethisch consumeren de wereld veranderen” dient men te kaderen in de historische veranderingen sinds de jaren ’60 in de politiek-economische en ideologische sfeer. Het naoorlogse politiek bestel werd gekenmerkt door een groei- en productiegericht keynesiaans economisch beleid en een ideologisch klimaat waarin de politieke actie en agitatie collectief georiënteerd was (vakbonden, massapartijen, ed.).

Enerzijds stelde de opkomende milieubeweging eind jaren ’60/begin jaren ’70 het groei- en productiegericht systeem in vraag. Anderzijds kwamen de bestaande collectieve vormen van sociale actie onder druk te staan in een toenemend politiek individualistisch klimaat. De aanvankelijke, vaak terechte, kritieken op bv. de werking van vakbonden, “biefstukkensocialisme”, de koers van politieke partijen ad. linkerzijde, etc. werden veralgemeend tot een in vraag stellen van collectieve “utopische projecten” t.v.v. het benadrukken van individuele verantwoordelijkheid en actie.

Deze dubbele historische evolutie leidde ertoe dat vandaag er een algemene consensus bestaat dat er “iets gedaan moet worden” aan de milieuproblematiek (in vraag stellen productiesysteem), maar dat collectief ingrijpen om structurele veranderingen te bewerkstelligen onrealistisch is (in vraag stellen collectieve actie). Men kende m.a.w. een individualisering van de milieuproblematiek, waarbij men milieuproblemen minder als politiek probleem beschouwd, danwel een individueel moreel probleem.

Het idee van “ethisch consumeren” is exemplarisch voor deze individualisering van de milieuproblematiek. De nadruk komt te liggen op de verantwoordelijkheid van het individu om zijn gedrag aan te passen, wil hij niet mee schuld dragen voor de uitbuiting van de natuur, sweatshops, etc.

“Ethisch consumeren”: terminologie

Het concept van “ethisch consumeren” kent zekere ideologische en marketingdimensie, waar men voorzichtig dient mee om te gaan. Het begrip legt de focus op de (individuele) eindconsument waardoor bedrijven, die in het productieproces ook als consument van bv. grondstoffen optreden, enigszins uit het beeld verdwijnen. Terwijl consumeren en produceren onlosmakelijk verbonden zijn wordt door deze “consumptieideologie” de productiezijde vergeten, terwijl deze eveneens zeer relevant is voor ethische, duurzame, etc. vraagstukken. De eindconsument heeft bv. weinig impact op productieprocessen die gericht zijn op het bewust maken van producten die maar een beperkte duur meegaan. Meer algemeen verhult de consumptie-terminologie het onderscheid tussen consumeren en kopen. Terwijl het eerste een algemeen menselijk gegeven is, draait onze huidige maatschappij minder rond consumeren (voor het bevredigen van behoeften) en meer rond kopen (gedreven door winstoogmerk).

Discussielijnen

In de discussie kwamen verschillende punten naar voren, die zijn samen te vatten als een discussie tussen enerzijds een structureel perspectief, dat sceptisch is over de impact van individueel gedrag en de nood van een meer ingrijpende verandering benadrukt en anderzijds een individueel perspectief dat het belang benadruk van individuele overtuiging, wil en actie en dat de mogelijkheid ziet van evolutionaire veranderingen “van binnenuit”.  De verschillende perspectieven zijn exemplarisch zichtbaar in de discussie “Marx heeft als individu toch veel invloed gehad” vs. “Marx’ invloed kan men niet los zien van de marxistiche beweging, ed.”

Structurele vs. individuele kijk

De structurele kijk benadrukt dat het huidig kapitalistisch systeem niet gericht is op het bevredigen van de consumptiebehoeften van mensen, maar op winst. Deze winstoriëntatie is onvermijdelijk strijdig met sociale en ecologische bezorgdheden. Het aanpassen van consumentengedrag (ethisch consumeren) vormt dan ook geen oplossing, gezien het de onderliggende winstoriëntatie laat blijven werken en mogelijk zelfs versterkt (cf. “bio” als marketingzet).

De vraag wie dan wel veranderingen kan bewerkstelligen is complex vanuit het structureel perspectief. Gezien veranderingen zijn ingebed in objectieve omstandigheden, kan men nl. niet gewoon verandering “willen”, het onderliggende productiesysteem en individuele verhoudingen dienen aangepast te worden. Het vereist een antwoord op de vraag, wie maakt de geschiedenis?  Drie factoren drijven historische verandering aan, nl. de (1) klassestrijd voorkomend uit onvermijdelijke spanningen in het kapitalistisch systeem, de drijfveer van (2) technologische verandering en (3) de mismatch tussen het aanwezige potentieel om in ieders behoeften te voorzien en het geven dat dit niet gebeurt. Deze factoren samen kunnen mogelijk de nodige verandering bewerkstelligen, d.i. het omvormen van een kapitalistisch systeem gericht op winst, naar een communistisch systeem gericht op menselijke behoeften.

Deze structurele logica werd bekritiseerd, vooral op het punt dat het winstmotief onvermijdelijk in conflict is met ecologische bezorgdheden. Het kapitalistische systeem vereist bv. dat de natuurlijke grondstoffen niet volledig uitgeput worden, of dat de omgeving te vervuilt wordt om in te werken, m.a.w. “kapitalisten zullen wel niet zo gek zijn om natuur te vernietigen”. Deze stelling werd in vraag gesteld met het argument dat men geen “rationele”, menselijke argumenten aan het kapitalistisch productieproces moet toewijzen, de kapitalistische winstlogica en resulterende concurrentie leidt tot onecologische en onlogische (vanuit menselijk perspectief) processen, bv. garnalen rondschepen naar de goedkoopste plaats om te pellen.

Vanuit het individueel perspectief is eveneens meer aandacht voor menselijke wil in de kwestie van ethisch consumeren. Of en hoe mensen hun gedrag willen aanpassen. Wil de consument wel wijzigen? Zo kunnen verschillende ideeën rond ethisch consumeren misschien eerder gezien worden als een poging om de relatie tussen mens en natuur in een zeker evenwicht te houden, zodat we kunnen blijven doen wat we willen, i.t.t. ons gedrag effectief aan te passen en het milieu minder in functie van onze noden te zien.

Deze vragen rond individuele wil zijn verbonden aan onderliggende quasi-filosofische kwesties. Zo is het lastig te bepalen wat de consument wil: zijn het individuele behoeften die spelen of zijn het behoeften aangepraat door reclame? Ook de onderliggende opvatting dat er een dualiteit bestaat tussen de mens (en haar behoeftes) en de natuur is een historisch gegroeide opvatting, die samen met het moderne productieproces is opgekomen en die voor- en tegenstanders in het debat rond ecologie en ethisch consumeren onreflexief delen.

Vanuit het structuralistisch perspectief wijst men erop dat bij vragen rond “de wil van de consument” het (individueel) bewustzijn en maatschappelijke verhoudingen in een wisselrelatie staan. Door deze dynamiek is het moeilijk om in te denken hoe een welwillend individu het systeem kan veranderen, maar kan er wel een positieve spiraal ontstaan waardoor structurele veranderingen en individueel bewustzijn elkaar versterken. Mogelijk vormt “ethisch consumeren”, gezien de universele bezorgdheid over wat men consumeert een punt van “articulatie” vormen tussen verschillende groepen (progressieve groepen, huisvrouwen, vegetariërs, etc.) met individuele bezorgheden, en kan men zo komen tot meer collectieve actie en structurele verandering.

Radicale of geleidelijke verandering?

De onderliggende tegenstelling tussen een structureel en individueel perspectief leidde tot verschillende opvattingen over de mogelijkheid en noodzaak van een radicale omvorming van het (productie)systeem, dan wel geleidelijke verandering “van binnenuit”.

Zo werd de mogelijkheid van ethisch consumeren om effectief een impact te hebben op ecologische en sociale problemen (op internationale schaal bekeken) in vraag gesteld. Daartegen werd enerzijds opgeworpen dat gegeven de moeilijkheid om momenteel tot meer ingrijpende veranderingen te komen, ethisch consumeren toch de meest aanvaardbare optie is en het alleszins beter is dan niets doen (op voorwaarde dat men niet neerkijkt op mensen die dat niet doen/kunnen).

Of individueel ethisch consumeren wel de meest aanvaardbare optie is werd in vraag gesteld door te waarschuwen dat deze individuele aanpak mogelijk de hierboven beschreven anti-collectieve tendens nog versterkt, dat het geloofwaardigheid kan geven aan een systeem dat fundamenteel strijdig is met ethisch consumeren en dat het mogelijk energie van activisten afleid, zonder effectief veel te veranderen.

Geopolitiek en overbevolking

Twee punten waar zijdelings herhaaldelijk werd op ingepikt betreft de internationale/geopolitieke dimensie en de kwestie van overbevolking. M.b.t. de eerste kwestie kan men de vraag stellen of in het ethisch consumeren/produceren debat we de 3e wereld niet aan een hogere standaard houden dan onszelf en dat dit in ons voordeel speelt, e.g. economische voorsprong nemen in tijden dat er nog geen arbeidswetgeving bestaat en nu eisen dat andere landen daar van de meet af aan rekening mee houden. Bij extensie kunnen ecologische kwesties gezien worden als een bron van concurrentie (bv. energiepolitiek) en spanning tussen landen. Hierdoor worden ecologische eisen op geopolitiek niveau mogelijk een machtsmechanisme en een deel van imperialistische strijd.

Gerelateerd aan deze internationale kijk is de vraag of er een zekere historische verantwoordelijkheid bestaat van “het Westen” voor het gebruiken (en verspreiden?) van een systeem met dusdanige negatieve effecten die men nu moet corrigeren. Het tegenargument stelt dat men moeilijk van de huidige generatie in “het Westen” kan verwachten dat hij zich verantwoordelijk voelt of extra last op zich neemt voor het vervuilend gedrag van bv. zijn grootvader. Deze “intergenerationele schuldvraag” leidt dan af van het denken over oplossingen.

Het tweede punt dat terzijde naar voor kwam in de discussie was overbevolking. De druk van de hoeveelheid mensen (in opkomende landen) die consumeren, d.i. hoeveel consumeren, kan mogelijk een grotere uitdaging zijn dan ethisch consumeren, d.i. hoe consumeren. Er werd op gewezen dat dit een gevaarlijk vertoog is, gezien het extreme van die redenering resulteert in een soort ecofacisme, waarbij menselijke behoeftes en relaties ondergeschikt worden aan (vermeende) ecologische imperatieven. Het gevaar van overbevolking is mogelijk minder groot dan op het eerste zicht, gezien productie geen statisch gegeven is, men kan deze aanpassen (cf. technologische evolutie) en een toenemende bevolking is dan niet noodzakelijk onverenigbaar met ecologische eisen.

Concrete ingrepen

Tenslotte werd in de loop van de discussie verschillende elementen aangedragen rond meer concrete kwesties.

Rond regulering van politieke zijde werd erop gewezen dat regels “van bovenaf”, bv. vanuit Europa waarschijnlijk niet zo effectief zijn op termijn als er geen individuele overtuiging bestaat. Een mogelijke kwestie waarin meer regulering nodig is zijn “eco” en “bio” labels, omdat de consument steeds in het nadeel is qua informatie bij het kopen van producten.  Hier kunnen bedrijven echter wel steeds proberen rond te geraken.

De mate van effectiviteit van overheidsingrijpen zoals regulering is dan ook een meer algemeen discussiepunt. De druk voor ethisch consumeren/fair trade, dat ondertussen verre van een marginaal verschijnsel is, is een “beweging van onderuit”, waarbij politici weinig impact hebben gehad. Het uitwerken van een internationaal overheidsinitiatief op dit vlak rond emissierechten verdient dan ook meer discussie, zowel als fenomeen op zich en i.v.m. haar effectiviteit.

Er werd ook kort gewaarschuwd voor mogelijke contraproductieve effect van concrete ingrepen rond ethisch consumeren, bv. dalende economische productiviteit door actie/regulering of bv. minder gebruik van pesticiden. Ook het imago van fair trade is belangrijk. Het kan bv. een perspectief gegeven aan producenten in 3e wereld, of de discussie aanwakkeren rond “een ander systeem”. Ethisch consumeren moet dan ook verkocht worden, een “sexy” imago krijgen.

M.

Aantekeningen

Yv:
– Centrale vraag, “kan ethisch consumeren de wereld veranderen” Nee, door het huidig systeem.
=> historische schets: ’60-’70: historisch bewustzijn, opkomst milieubeweging (kritiek op kenyesiaans systeem). Minder radicaal, algmene consensus dat er “iets gedaan moet wn”. maar w minder als politiek probleem gezien, maar als individueel moreel probleem. Maw. individualisering van de milieuproblematiek. Individuele actie, bewust consumeren is belangrijk, maar gaat niet tot de analyse v de onderliggende sociale relaties. Her verandered nietss structureel, en kan soms contraproductief zijn.

Yann:
– onderscheid tussen consumeren en kopen. Consumeren is algmeen menselijk gegeven, maar maatschappij draait niet om consumperen maar om winst. Kapitalisme is niet gericht op de conumptiebehoeften van mensen, maar op winst. Consumentengedrag is niet de oplossing, het gaat niet de winstorientatie veranderen; daarvoor is communisme nodig.
– (inpikken op Yves): ethisch consumeren niet louter onschuldig, kan geloofwaardigheid geven aan systeem; maakt uiteindelijk niet veel verschil.
– Is een zekere spanning tussen sociale en ecologische bezorgdheden. Cf. belang prijs, armoede bij consumeren, ecologische bezwaren kunnen dan ideologische functie hebben, klein-burgerlijke bezorgdheid.

San:
– Regels zonder gevoel, overtuiging gaan bij individue niet werken op termijn.
– “willen milieu zo houden, zodat we kunnen blijven doen wat we willen”
=> gedrag/comfort aanpassen, niet voor geloof in “animistische” natuur, minder mileu in functie van noden mensen zien.

Marg:
– Politici niet veel gedaan, wij, beweging van onder
– technische innovatie kan helpen, bv. vervuilende auto’s
– het milieu helpen mag nt alleen te koste gaan van bedraijven, ook belangrijk om te consumeren. Impact op economie.
– wil de consument wel? Individuele nood, of reclame?

W:
– consumptie functie herleiden => problematische [?]
– op staatsniveau: 3e wereld aan een hogere standaard houden dan onszelf, ten voordele van ons; Aansprakelijkheid Westen -> verantwoordelijkheid?

B:
– Winstmotief moet ook met milieu rekening houden, kan niet oneindig doorgaan/vernietigen
– problemen met pesticiden, soms nodig voor productiviteit <-> monocultuur <-> productiviteit zonder monocultuur?
– te veel mensen is een probleem <-> is kleinere leefgemeenschappen een oplossing? (nee, wn gewoon veroverd).
– Schuldvraag is nt zo relevant, oplossingen zijn dringend. Verantwoordelijkheid van huidige generatie in het Wn?

Yv:
– kapitalisme en ecologie zijn fundamenteel onverenigbaar
– consumptiemy is een ideologisch iets, zorgt voor een identiteit, “behoeftes” aangepraat, nt veralgemeenbaar; strijdig met behoeften 3e, 4e wereld.
– Ethisch consumeren wel ok, maar nt neerkijken op anderen, tegenreactie “vingertje”.

Sal:
– Heeft ethisch consumeren wel een efect, is het geen verloren moeite om daar activistische energie in te steken?
– cf. innovatie auto’s: nt eerder lapwerk, innovatie uit noodzaak ipv. echt verbeteren?

Ma:
– consumptie als algemeen menselijke bezigheid/berzogdheid -> potentieel voor articulatie huisvrouwen, marxisten, …
– dualiteit mens-natuur wordt gedeeld door zowel kapitalisten als hun critici

Yann:
– als men de invloed van fair trade wil beoordelen, moet men dat alleszins internationaal doen
– gevaarlijk vertoog rond overbevolking. Heeft een link met resources, maar een sociaal mediatie. Hoe ga je beperken, einde is gaskamers (eco-fascisme)
– Kan men als individu de productiewijze aanpassen? Nee
=> Algemene vraag is, wie maakt de geschiedenis. Veranderingen zijn ingebed in objectieve omstandigheden, niet gewoon “willen”. productiesysteem en individuele verhoudingen dienen aangepast te wn.
– Wie kan deze aanpassing maken. Klassestrijd, voorkomend uit onvermijdelijke spanningen. Naast (1) klassestrijd, drijfveer van (2) technologische verandering en (3) potentieel nodig om in ieders behoeften te voldoen. => deze voorwaarden zijn vervult.
– Link tussen consumeren en produceren, focus in “consumptieideologie” gevaarlijk door vergeten productiezijde, bv. manufactured obsolence.
– bewustzijn en maatschappelijke verhoudingen staan in een wisselrelatie
– mbt. tot grenzen, kapitalistische logica leidt tot onecologische en onlogische (vanuit menselijk perspectief) processen (cf. garnalen).

Mi:
– iedereen eens dat er iets moet gebeuren, maar waarom dan niet overtuigd v de nodige verandering?
=> kijken naar historische trend.
– jaren ’60: collectieve agitatie tegen consumptiemy/fordisme, systeem.
– reactie afgeleid naar individuele agitatie ipv. collectief, “systeem v binnen uit veranderen”.
=> gerelateerd aan
* algemene tendens naar individualisme, bv. AzG NGO’s
* in vraag stellen van “biefstukkensocialisme” in ’68, geloof in engagement in bv. vakbond
=> nieuwe kanalisatie nodig
=> daardoor mensen nu moeilijk overtuigbaar van (mogelijkheid) structurele aanpak & individele aanpak (ethisch consumeren) versterkt deze anti-collectieve tendens nog.
– ecologische kwestie vormt spaning tussen landen; w een strategische gevecht (geopolitiek). Energiekwesties ook nuutig voor kapitalisme (onafhankelijkheid). Econlogische eisen kunnen ook machtmechanisme worden (bv. opkomende economieën tegenhouden). Deel van imperialistische strijd.
– Geen “rationele” grens op kapitalistisch proces, alleen winstcriteria.

G:
– bedrijven zijn ook consumenten in het productieproces, iets waar eindconsument geen impact op heeft

San:
– functie van fair trade kan zijn het perspectief geven (aan producenten in 3e wereld) op een “ander systeem”
– overbevolking: is een probleem, maar productie is geen gegeven; kan men aanpassen en deze is nt noodzakelijk onverenigbaar met ecologische eisen.
– Wil de consument wel wijzigen?
– regulering van termen, eg. “eco” label. Kan men wel weer rondgeraken. [consument informatie-tekort in winkel]

Marg:
– stijgend aandeel van fair trade, geen marginaal verschijnsel
– ecologie moet verkocht wn, sexy gemaakt
– kapitalisten zullen wel niet zo gek zijn om natuur te vernietigen, ook goede kant.
– emissierechten
– Marx heeft als individu toch invloed gehad, is geen kwestie of-of.

Sal:
– ethisch consumeren is ideologische constructie. Je ziet empirische gewoon dat ze niets bereiken. Is gewoon geweten sussen
– tegen kritiek revolutie: boel stort ineen, willen juist redden, niet de boel laten instorten.
– Marx is niet louter een individu, ingebed in arbeidersbeweging, inspiratie, …

Yv:
– consensus rond tafel over ontpolitisering -> politiek debat rond ecologie nodig

Opmerkingen over proces:
– algemene consensus over goede dynamiek, mogelijk door “korte reactie”-afspraak & onderwerp dat nauw bij leefwereld aansluit
– nieuw onderwerp?

Afsluitende bedenkingen

– Activistisch perspectief <-> fatalisme structuralistisch denken
– Ethisch consumeren als ideologie <-> fetisch karakter waren juist doorbroken?

5 Responses to “Verslag – ethisch consumeren”

  1. Yann december 19, 2010 at 6:06 pm #

    Vrije bijdrages vond iedereen oké, right? Hieronder dan een kort opstel over overbevolking dat ik in april of mei schreef voor de cursus wetenschapscommunicatie:

    Ik lees de krant en kijk naar de komende tv-programma’s. Canvas zendt een documentaire uit van de befaamde natuurcineast David Attenborough. De titel luidt: “How many people can live on earth?” Een gevoel van irritatie maakt zich van me meester. Opnieuw zo een discours tegen de overbevolking, opnieuw wordt de schuld van milieurampen x en y op het teveel aan mensen op aarde gestoken en opnieuw volgt een oproep tot geboortebeperking.

    Ik kalmeer en geef toe dat de aarde niet oneindig veel mensen kan onderhouden. Toch blijven vragen aan me knagen. Hoe relateer je de uitputting van de watervoorraden, de vernietiging van het regenwoud en de afvalstromen in de oceanen aan de bevolkingstoename? Meer mensen betekent meer consumptie, zegt de overbevolkingtheorie, en dat zorgt voor meer druk op onze natuurlijke hulpbronnen. Logisch?

    Ik denk terug aan beelden, films en artikels die ik vroeger zag en las. Een vernield Midden-Oosten, een hongerend Afrika, een uitgeperste Aziatische bevolking en sloppenwijken in Zuid-Amerika. Waar is de overconsumptie door de grote mensenmassa? Misschien zijn ‘wij’ het die te veel consumeren, de bevolking van de rijke, westerse landen?

    Ik neem een hap van mijn boterham en voel me schuldig. Ik herpak mezelf. Moet ik bij elk boodschappenlijstje, elke lichtknop die ik aanraak en elke kraan die ik opendraai twee keer nadenken over de ecologische gevolgen van mijn handelen? Is mijn individuele koopgedrag echt van belang? De ene doos koeken is verpakt in plastiek, de andere werd duizenden kilometers verscheept. Wordt ik als individu niet gelimiteerd door de keuzes die een maatschappij me geeft? Kan ik ethisch handelen als de maatschappij waarin ik leef niet ethisch is?

    Ik bekijk de reclamefolders op tafel die me aanmoedigen om toch maar die flatscreen en die ‘groene’ auto aan te schaffen. Het valt me op dat de prijzen van de biologische producten duurder zijn dan het niet-biologisch equivalent. Ik blader terug door de krant. “Helft Belgen komt moeilijk rond” kopt een artikel. Ik lees de artikels over Opel Antwerpen, Carrefour, Griekenland, Portugal. Fabrieken, winkels, bedrijven gaan failliet. Werknemers komen op straat en verliezen hun inkomen. Ik begrijp nu waarom ze televisies en auto’s op krediet verkopen. Blijkbaar is de ‘consumptiemaatschappij’ toch niet voor iedereen weggelegd. Het kapitalisme daarentegen treft allen.

    De schoolplicht roept. Ik moet vertrekken. Snel concludeer ik dat er geen consumptiemaatschappij is en schrok mijn boterham op. Ik pak mijn rugzak, besluit dat ik 6 kinderen wil en spring op de fiets.

  2. Yann februari 17, 2011 at 3:11 pm #

    Ik heb nog wat zitten denken over de vraag “Wie of wat maakt de geschiedenis?”, want ik voel dat wat ik verdedigde toch niet helemaal klopt en/of niet begrepen is (waarschijnlijk beide). Eén citaat van Marx lijkt mij alvast onmisbaar in deze discussie (zie hieronder). Ik plaats ook een link naar een tekst van Anton Pannekoek over het historisch materialisme. Dit historisch materialisme is volgens mij enorm belangrijk, want het is de methode die ons toestaat de menselijke geschiedenis te begrijpen of toch tenminste sinds het ontstaan van de klassenmaatschappijen en misschien ook daarvoor.

    Hier de link naar Pannekoek: http://www.marxists.org/nederlands/pannekoek/1919/1919histmat.htm

    En hier het citaat van Marx:

    “In de maatschappelijke productie van hun leven treden de mensen in bepaalde, noodzakelijke van hun wil onafhankelijke verhoudingen, productieverhoudingen; deze productieverhoudingen beantwoorden aan een bepaald ontwikkelingsniveau van hun materiële productiekrachten. Het geheel van deze productieverhoudingen vormt de economische structuur van de maatschappij, de materiële basis waarop zich een juridische en politieke bovenbouw verheft en waaraan specifieke maatschappelijke vormen van bewustzijn beantwoorden. De wijze waarop het materiële leven wordt geproduceerd, is voorwaarde voor het sociale, politieke en geestelijke levensproces in het algemeen. Het is niet het bewustzijn van de mensen dat hun zijn, maar omgekeerd hun maatschappelijk zijn dat hun bewustzijn bepaalt. Op een bepaalde trap van hun ontwikkeling raken de materiële productiekrachten van de maatschappij in tegenspraak met de bestaande productieverhoudingen, of, wat slechts een juridische uitdrukking voor hetzelfde is, met de eigendomsverhoudingen, waarin zij zich tot dusver hadden bewogen. Van vormen waarin de productiekrachten tot ontwikkeling kwamen, slaan deze verhoudingen om in ketenen daarvan. Dan breekt een tijdperk van sociale revolutie aan. Met de verandering van de economische grondslag wentelt zich — langzaam of snel — de gehele reusachtige bovenbouw om. Wanneer men dergelijke omwentelingen onderzoekt, moet men altijd onderscheid maken tussen de materiële omwenteling in de economische voorwaarden van de productie, die natuurwetenschappelijk exact kan worden vastgesteld, en de juridische, politieke, godsdienstige, artistieke of filosofische, kortom ideologische vormen, waarin de mensen zich van dit conflict bewust worden en het uitvechten. Zomin als men een individu beoordeelt naar wat het van zichzelf vindt, zomin kan men een dergelijk tijdperk van omwenteling beoordelen vanuit zijn eigen bewustzijn; men moet veeleer dit bewustzijn verklaren uit de tegenspraken van het materiële leven, uit het bestaande conflict tussen maatschappelijke productiekrachten en productieverhoudingen. Een maatschappijformatie gaat nooit onder, voordat alle productiekrachten tot ontwikkeling gebracht zijn die zij kan omvatten, en nieuwe, hogere productieverhoudingen treden nooit in de plaats, voordat de materiële bestaansvoorwaarden ervoor in de schoot van de oude maatschappij zelf zijn uitgebroed. Daarom stelt de mensheid zich altijd slechts taken, die zij kan volbrengen. Want bij nader toezien zal steeds blijken, dat de taak zelf eerst opkomt, waar de materiële voorwaarden voor haar volbrenging reeds aanwezig zijn of althans in staat van wording verkeren. In grote trekken kunnen Aziatische, antieke, feodale en modern burgerlijke productiewijzen aangeduid worden als voortschrijdende tijdperken van de economische maatschappijformatie. De burgerlijke productieverhoudingen zijn de laatste antagonistische vorm van het maatschappelijke productieproces; antagonistisch niet in de zin van individueel antagonisme, maar van een antagonisme dat voortkomt uit de maatschappelijke levensvoorwaarden van de individuen. Maar de productiekrachten die in de schoot van de burgerlijke maatschappij tot ontwikkeling komen, scheppen tegelijk de materiële voorwaarden om dit antagonisme op te lossen. Met deze maatschappijformatie eindigt daarom de voorgeschiedenis van de menselijke maatschappij.”

    De volledige tekst staat hier: http://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1859/1859voorwoordbijdrage.htm

  3. Inigo Montoya februari 18, 2011 at 6:37 pm #

    Bestaat uitgeverij De Vlam nog? Er bestond ook even een flamingantisch blad met die naam.

  4. Yann februari 25, 2011 at 2:59 pm #

    Ik geloof van niet. We hebben hier thuis nog wel publicaties van uitgeverij De Vlam. Als je geïnteresseerd ben in een bepaald werk, kan ik er eens naar vragen en het volgende discussie meenemen. Ik wil al lang Grondbeginselen der Communistische Productie en Distributie (uitegegeven door De Vlam) inscannen, maar ik vond er tot nu toe geen tijd voor. Als het een prioriteit wordt, komt het er wel van.

    Vraagje voor jou: zie commentaar op http://discussiegroepspartacus.wordpress.com/2011/02/25/volgende-discussienext-discussion-2/ (kwestie van de commentaren beetje logisch te ordenen)

  5. Yann september 15, 2011 at 5:21 pm #

    Ik heb onlangs een inleiding tot discussie geschreven voor een discussie-/zomer-dag georganiseerd door de IKS. Het past als bijdrage aan de discussie over ethisch consumeren. Hier is-ie:

    ETHISCH CONSUMEREN EN ONDERNEMEN: EEN ILLUSIE?

    Een discussie voeren is geen gemakkelijke zaak. Eén van de voorwaarden voor een goede discussie is dat je eerlijk bent met anderen en jezelf. Eerlijk zijn is respect tonen. Dat er diepe meningverschillen bestaan tussen ons, betekent niet dat we geen respect hebben voor elkaar. Ik denk dat eerlijke, respectvolle, diepgaande discussies, zonder meningverschillen uit de weg te gaan, een sleutelrol spelen in het tot stand brengen van een betere wereld. Ik hoop dat de volgende inleiding hieraan beantwoord.

    De toekomst ziet er niet rooskleurig uit. Ik wil niet optimistisch noch pessimistisch zijn, maar realistisch. Het is voldoende om de sociale, economische en ecologische toestand in het verleden en het heden te bestuderen om te merken dat het de verkeerde richting uitgaat.
    Eén van de meest massale antwoorden op deze dramatische situatie, is de promotie van ‘groene’ producten en fair trade (eerlijke handel). Vooral de laatste jaren maakten deze een sterke opgang. Je hoeft maar in de eerste de beste supermarkt te wandelen om de eco-labels of de fair trade-merken op de verpakkingen van talloze waren te zien, labels en merken waarvan de betekenis ervan vaak een raadsel blijft voor de meeste kopers. Eco-producten en fair trade hebben een verschillende geschiedenis en zijn niet helemaal hetzelfde. Beide worden echter vaak samen genoemd als we het hebben over ‘ethisch’ consumeren en produceren. Beide zijn ook marktgebonden oplossingen of remedies voor de problemen.

    Laten we eerst even dieper ingaan op het ecologische aspect en de ‘groene’ producten. Naast de waren in de supermarkt zijn er ook eco-bouwmaterialen, -energiewinningtechnologieën en -brandstoffen, die je kan aanschaffen om je ecologische voetafdruk te verkleinen. Denk maar aan zonnepanelen, extra isolering van je huis, privé-windmolens, regentonnen, biodiesel, milieuvriendelijke auto’s, enz. Je kan nog verder gaan en je eigen groenten verbouwen, een eigen mini-boerderijtje opstarten. Je consumeert dan je eigen en lokaal geproduceerde bio-voeding, gebonden aan het seizoen. Al deze dingen zouden volgens vele reclamefolders, maar ook volgens vele ‘groene jongens’ en wetenschappers, stappen zijn naar een meer ecologische en duurzame levensstijl. Vooral ‘wij’, de mensen uit het ‘rijke Westen’, zouden deze dingen best doen, aangezien ‘wij’ ook het meest consumeren op aarde en de grootste schuld zouden dragen aan de sociale en ecologische ellende op aarde.

    Voor de fair trade producten is de argumentatie een beetje anders. Hier gaat het er net om dat je niet alles zelf teelt, maar ook af en toe koffie en bananen koopt van arme boeren uit het Zuiden. Wie kan ze anders kopen? Bananen en rijst komen echter meestal van ver en vragen om extra energie, gronstoffen en veroorzaken een verhoogde uitstoot van koolstofdioxide en andere schadelijke gassen. Als je ze dan toch wil kopen, doe het dan op een ‘eerlijke’ wijze en koop niet van bedrijven, waarvan je wel of niet weet dat ze hun arbeiders en boeren ondermaats betalen of onmenselijk behandelen m.a.w. uitbuiten. In feite zou je dus geen producten van Apple mogen kopen, gezien de banden die ze hebben met Foxconn. Dit is het grootste bedrijf ter wereld (de hoofdzetel is in China gevestigd) dat elektronische componenten fabriceert. De bekendste producten die ze maken zijn de iPhone en de iPad. Van dit bedrijf is openlijk bekend dat de werk- en leefomstandigheden, want de meeste werknemers leven letterlijk op de giga-fabrieksterreinen, onleefbaar zijn. Ook hier zouden ‘wij’ de consumenten uit de ‘Westerse wereld’ een grote verantwoordelijkheid dragen en zouden wij het lot van deze werknemers bepalen door bewust te beslissen dit of dat product niet of wel te kopen.
    Grote vraag is nu: helpt het kopen van deze zaken echt? Wordt mens en natuur er beter van? Nieuwe vragen dringen zich dan op. Kunnen we de markt wel bewust sturen als individuele consumenten? Heeft iedereen op aarde geld genoeg om deze meestal duurdere producten te kopen? Is het zo dat de ‘Westerse wereld’ geld genoeg heeft en dus de ‘vrije’ keuze om de duurdere producten te kopen? Wie heeft de mogelijkheid voor een milieuvriendelijke levensstijl? Wie kan er een boerderijtje houden en daarnaast nog voldoende bijverdienen om te overleven? Wie heeft er tijd voor? Bestaat er in de centrale kapitalistische landen genoeg koopkracht vanuit de gehele bevolking, en vooral de arbeidersklasse, om deze bijzondere waren te kopen? We merken hier meteen dat sociale, economische en ecologische problemen nauw met elkaar verbonden zijn en dat we problemen in een breed kader moeten plaatsen.

    Uit verschillende marktstudies blijkt alvast dat de eco en fair trade producten eerder een specifieke markt vormen voor een bijzondere sociale laag in de maatschappij, een sociale laag die genoeg tijd en geld heeft, maar zich afzet tegen de massaproductie, de ‘multinationals’ of andere dominante economische spelers… Deze ‘eerlijke eco-markt’ groeit weliswaar, net zoals de andere parallelle markt groeit, de ‘onethische’ markt. De groei van de ethische markt, verhindert de groei van de onethische markt dus niet. Waar is dan de oplossing? Ik zie ze niet.
    Verder zijn er wat meer specifieke vragen i.v.m. de ‘groene’ waren. Zo stelt George Monbiot, een schrijver bekend van zijn politiek en ecologisch activisme, dat de milieuvriendelijkheid van bepaalde alternatieven voor energiewinning, zoals zonnepanelen en moderne windmolens, om enorme energie en om schadelijke grondstoffen vraagt, bijv. zeldzame metalen. Waar is dan de afname in energieverbruik en vervuiling?

    Wat betreft fair trade heb ik de volgende bedenking. Hebben we dit eerlijk kopen en verkopen al niet eerder gezien in de socialistische coöperatieven van de 18de en 19de eeuw? Is er een verschil tussen fair trade en de coöperatieven? De coöperatieven waren immers eigendom van de arbeiders, die volledig beslisten over het beheer ervan. Ze bepaalden dus ook hun eigen loon, een ‘eerlijk’ loon. Wat gebeurde er met de coöperatieven? Hebben ze zich omgevormd tot fair trade? Of zijn ze verdwenen en is fair trade in de plaats gekomen? Wat is eigenlijk een ‘eerlijk’ loon? Wat is een loon überhaupt? Volgens het marxisme is dat de prijs van de arbeidskracht. In ruil voor het loon produceren de arbeiders waren. Het marxisme meent echter dat de waarde van de geproduceerde goederen groter is dan het loon (de onttrekking van de meerwaarde). Concreet wil dit zeggen dat de arbeiders nooit alle waren die ze produceren kunnen opkopen. Alle arbeiders van een VW-fabriek, kunnen dus niet al de auto’s die ze maken opkopen. Volgens het marxisme is het in deze onevenwichtige ruil dat de uitbuiting ligt en het is deze sociale verhouding, meer specifiek deze productieverhouding (de loonarbeid) dat de essentie van het kapitalisme ligt. Hoe kunnen bedrijven, of het nu coöperatieven of fair trade-ketens zijn, dan ‘eerlijk’ hun werkkrachten betalen? Kunnen ze dat?

    De activist George Monbiot heeft het ook over kapitalisme. Hij verklaart waarom deze zogenaamde ethische ‘oplossingen’ zoveel succes hebben bij bedrijven, firma’s, ondernemingen. Volgens hem zijn de verkopers gelukkig, zolang er gekocht wordt m.a.w. zo lang er winst wordt gemaakt. Hiermee is volgens mij de kern van de zaak aangeraakt voor wat betreft ethisch kopen en verkopen, beter bekend als ethisch consumeren en produceren. Want de kern van het productiesysteem van deze wereld, het kapitalisme, is winst maken. En winst maken kan niet zonder de werkkrachten uit te buiten. Het verklaart waarom de reclame maar niet ophoudt, waarom de officiële massamedia uitgebreide info geven over ‘anders wonen, werken en leven’, waarom je zonnepanelen op krediet kan kopen en de Belgische overheid die bovendien subsidieert, waarom grote economische spelers en regeringen enthousiast zijn. Zelfs Nestlé verkoopt ethisch.

    Tegen deze valse oplossing stellen vele meer radicale ecologisten, waaronder Monbiot, hun ‘echte’ oplossing voor om het opgebruiken van de aardse grondstoffen tegen te gaan: minder consumeren, de ‘westerse’ levensstandaard opgeven en leren genieten met minder. Is dit niet hetzelfde als wat onze wereldleiders voorstellen? Zowel Europa als de VS voeren grote besparingsplannen door en moedigen hun bevolking aan om de broeksriem aan te halen. Zullen de ecologisten deze besparingen toejuichen? Als we hun logica volgen zullen ze dat inderdaad. Zal de bevolking die de besparingsmaatregelen ondergaat juichen? Ze heeft het tot nu toe niet gedaan. Kijken we maar naar Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië en Spanje. Ook een hoop jonge altermondialisten, vaak voorstanders van fair trade, aanvaarden deze besparingen niet (de Indignados in Spanje). Blijkbaar wordt een leven in armoede, in een overdrukke werkagenda, in gebroken sociale netwerken niet geaccepteerd. Gelukkig maar.
    Hoe het kapitalisme de wereld uitdrijven? Kunnen we het kapitalisme doen verdwijnen door gebruik te maken van haar eigen wetten? Kunnen we het al shoppend doen verdwijnen? Monbiot stelt van niet. Hij stelt dat dit ‘groene’ kopen, hij noemt het ‘green consumerism’ (groen consumentisme), een andere vorm van atomisering is, van individuele opsluiting, die een substituut vormt voor collectieve en politieke actie, terwijl geen enkele politieke uitdaging kan worden aangegaan door shopping. Op dit punt ben ik het met hem eens. We kunnen ons inderdaad afvragen waarom de Spaanse regering geweldloze bezettingen van pleinen in Madrid, Barcelona, Valencia en andere steden hardhandig tot gewelddadig ontruimt, terwijl ze eco-shopping omarmt. In een kapitalisme in crisis, dat besparing na besparing ondergaat, wordt de koopjes doen trouwens steeds meer een droom.

    Tot daar mijn inleiding. Ik wil niet alles gezegd hebben en hoop dat er nog vele vragen overblijven. Ik besef best dat verschillende standpunten nogal grof of ongenuanceerd werden weergegeven. In het discussieproces worden die nuances echter steeds duidelijker.

    Yann/augustus 2011

Leave a Reply