Verslag – Techniek en samenleving

23 apr

Discussie van dinsdag 16 april 2013, Antwerpen

De inleiding werd in het algemeen goed bevonden. Het gaf een degelijke definitie van techniek en welke rol het in het algemeen speelt in de maatschappij. Kritieken op de inleiding waren dat het de techniek nog meer historisch had kunnen kaderen, dat het te veel dé mens als abstracte categorie nam en niet genoeg vertrok van een feministische of klasse-analyse, maar ook dat het te weinig de moderne rol van techniek benadrukt. Een meer specifieke definitie werd voorgesteld: de techniek is een ‘verlengstuk’ van de menselijke arbeid. De techniek is dan ook in elke maatschappij steeds alomtegenwoordig en erg bepalend geweest voor de vorm van die maatschappij. De uitvinding van pijlen en bogen, van ploeg en pottenbakkerij… heeft sterke veranderingen teweeggebracht, net als de stoommachine en de gloeilamp, de aspirine en de computer…

De discussie kende een sterke historische dimensie en was daardoor genuanceerd. Niemand was radicaal pro of anti techniek. Niemand verdedigde zwart of wit. Met de historische ontwikkeling van de technologie ging en gaat heel wat lijden gepaard, maar het heeft ook zijn bevrijdende kanten: boeren werden in West-Europa vooral in de 18de en 19de eeuw van hun land verdreven en in de nieuwe fabrieken gedwongen, maar de hongersnoden werden tegelijk steeds minder.

Kapitalisme en technologie kennen een bijzondere relatie. Er werd gesteld dat net door de logica van het kapitalisme, een logica van concurrentie, de efficiëntie van de arbeid en de productie moest verhoogd worden: van gespecialiseerde ambachten, over manufacturen tot moderne fabrieken. Zo veel mogelijk produceren in zo weinig mogelijk tijd, betekent dat je producten goedkoper worden en aantrekkelijker voor de potentiële koper op de markt. Meer productiviteit betekent meer winst. Daarin ligt de progressieve rol van het kapitalisme: het heeft de ‘productiekrachten’ (dixit Marx) enorm ontwikkeld. De rol van de techniek, de machines, de ‘productiemiddelen’ (dixit Marx) nam dus toe.

Zo socialiseerde het kapitalisme het gehele maatschappelijke arbeidsproces/productieproces, waaronder de techniek. Weinig mensen kunnen nog beweren dat een product volledig door en van hen is. Het meest banale product wordt door duizenden handen en hoofden over de wereld gemaakt, aangezien de geavanceerde werktuigen waarmee ze gemaakt worden door duizenden bedacht, gebouwd, gehanteerd en onderhouden worden. Daardoor ontstaat de indruk dat vele mensen vandaag ‘niets’ meer kunnen, niet meer zelfredzaam zijn. Iemand antwoordde daar echter op dat noodzaak soms dwingt tot het ontwikkelen van vaardigheden (bijv. je oude kleren repareren, de tegels van je badkamer vernieuwen…) en zelfs creativiteit naar boven kan brengen.

Ontwikkeling en socialisatie van productiekrachten en -middelen gebeurde echter in functie van de winst, niet de bevrediging van de behoeften. Dat laatste is maar een potentieel middel om de winst te verkrijgen. Reclame en dergelijke kunnen ‘valse’ behoeften creëren om de meest onnuttige technische snufjes aan de man te brengen. Dit is een uiting van een bewuste manipulatie, die een soort vervreemding teweegbrengt.

De techniek binnen het kapitalisme werkt ook op een meer fundamentele manier vervreemdend.  Vervreemding betekent ondermeer dat de producenten (de globale arbeidersklasse neemt daarin een centrale rol in) en consumenten zich als een radertje in een machine voelen (cfr. Charlie Chaplin in “Modern Times”). Zij beslissen immers amper over wat en hoe geproduceerd (en geconsumeerd) wordt. Zo zijn de werkritmes enorm hoog, maar ook de files, de flexibiliteit, de onvoorspelbaarheid van de arbeidsmarkt en de andere markten… gooien het leven dat ermee samenhangt door elkaar. Zo is er bijv. geen tijd meer, en als je er hebt, heb je meestal niet de middelen om er iets zinnig mee te doen. Dit kan leiden tot een verlies aan waardigheid en respect, al dan niet op de werkvloer. Dit kan een krachtige stimulans zijn voor verzet, zoals al bleek uit de beweging van de ‘verontwaardigden’ (voornamelijk werklozen) als in de schoonmakerstaking in Nederland met als belangrijkste slogan: “Respect!”. (Ik voeg hier al ineens een vraag bij voor een volgende discussie: hoe komen we van een situatie waarin het leven als onzinnig wordt ervaren tot een situatie van collectief verzet? Waarom gebeurt deze stap soms wel en dan weer niet?)

De bron van deze vervreemding ligt echter niet in de techniek op zich, de verzameling aan dode werktuigen, maar in de menselijke verhoudingen die het gebruik van de techniek regelen. Het kapitalisme verbergt zich achter de techniek. Ik denk dat vooral de totale scheiding van de producenten en de productiemiddelen bevreemdend werkt. Producenten hebben ‘niets’ te beslissen, omdat de productiemiddelen niet ‘van hen’ zijn. Arbeid, een wezenlijk deel van je leven, wordt daardoor als zinloos ervaren (is het misschien ook). Dit is op het eerste zicht erg abstract.  Toch bestaat er een verband tussen dit maatschappelijke fenomeen en de toenemende aantallen mensen die niet meer ‘aangepast’ zijn aan het systeem, m.a.w. toch is dit fenomeen in sterke mate schuldig aan de gevallen van burn-outs, depressiviteit, eenzaamheid, pesten…

In dit kader werden de werken van Marcuse (leerling van Heidegger) en Habermas, leden van de Frankfurter Schule, genoemd. Zij hebben belangrijke bijdragen gedaan over de historische ontwikkeling van techniek en de vervreemding die ermee verbonden is. Weliswaar moet met de geschriften van deze marxisten/libertairen/… kritisch worden omgegaan.

Vandaag lijkt het kapitalisme eerder een rem dan een stimulator van de technische vooruitgang. Alle innovatie is duur geworden en verloopt dan ook tergend traag. Zo zijn zonne- en windenergie, waterstofkracht, de meest futuristische mobiliteitssystemen… al jaren mogelijk, maar worden zij niet toegepast. Lobbygroepen, bedrijfsbelangen, staatsbelangen… verhinderen deze ontwikkeling (voorbeelden: oliesector, farmaceutische sector…). Behalve in de militaire sector, waar de budgetten ‘ongelimiteerd’ zijn. Dit zegt veel over de prioriteiten die uit het huidige systeem voortvloeien.

Opdat in een post-kapitalistische maatschappij het leven meer zinvol wordt, zal ook de techniek meer zinvol moeten worden. Dit kan betekenen dat bepaalde productiemethodes grondig aangepast zullen moeten worden, andere misschien zelfs helemaal teniet gedaan.* Maar wat zal er bijvoorbeeld met kernenergie gebeuren? Zal het überhaupt nog nodig zijn als de energie door andere methodes kan gewonnen worden? Hoe zal er aan landbouw worden gedaan? Zullen we bepaalde gewassen ‘achteruit’ moeten telen tot meer primitieve, maar meer gezonde, meer robuuste varianten? Kan gentechnologie ons hierbij helpen? Zal een systeem zonder economische concurrentie ook voldoende snel en goed innoveren? Of is de noodzaak en de goesting naar behoeftebevrediging voldoende?

Ik wil nog graag refereren naar een artikel van de eco-anarchist/sociaal-ecologist Murray Bookchin, getiteld “Towards a liberatory technology”. Het is een sterke pleidooi voor de technologie als een middel tot bevrijding van de schaarste. Ik stel me echter veel vragen over de zogenaamde decentralisatie van de techniek. Het lijkt me nogal kort door de bocht om elke vorm van centralisatie te verwerpen. Alles hangt ervan af wat je eronder verstaat. Een menselijk lichaam is op een bepaalde manier gecentraliseerd rond hart, hersenen, longen, geraamte enz. Op een andere manier is ze dan weer gedecentraliseerd, aangezien ze zowel rond hart, hersenen, longen als geraamte bestaat en geen enkele zonder de andere kan.

Volgende keer discussiëren we over (de mythe van) de groene economie, naar aanleiding van het gelijknamige boek door Matthias Lievens: “De myhte van de groene economie”. Dit doen we op WOENSDAG 15 mei in café Multatuli te Antwerpen. Er is ook het voorstel geweest om het over ARBEID te hebben in de daaropvolgende discussie.

Yann/23 april 2013

*Helemaal teruggaan naar het stenen tijdperk, zoals bepaalde anarcho-primitivisten beweren is absurd, stelde iemand. Die laatsten stellen o.a. dat de ‘primitieve’ mensen gezonder waren, omdat zij in ‘ideologisch gezonde’ maatschappijen leefden. Ziekte is bijna puur psychosomatisch, d.w.z. bepaald door je geestelijke gezondheid. Hoewel er een band tussen lichamelijke en geestelijke gezondheid bestaat, werden deze mensen ook ‘eenvoudigweg’ ziek, al was de vervreemding afwezig of veel zwakker dan vandaag.

One Response to “Verslag – Techniek en samenleving”

  1. Yann april 23, 2013 at 8:53 pm #

    Heb een beetje gegoogled op “Marcuse technology” en werd al snel overladen door volgende artikels (dit is geen selectie):

    Marcuse, Some social implications of modern technology
    http://users.ipfw.edu/tankel/PDF/Marcuse.pdf

    Irmorgan, Marcuse: Some social implications of modern technology
    http://frankfurtschool.wordpress.com/2008/04/25/herbert-marcuse-some-social-implications-of-modern-technology/

    Feenberg, Heidegger, Marcuse and the critique of technology
    http://www.sfu.ca/~andrewf/Heideggertalksfu.htm

    Feenberg, Marcuse or Habermas: two critiques of modern technology
    http://www.sfu.ca/~andrewf/books/Marcuse_or_Habermas_Two_Critiques_of_Technology.pdf

    Ocay, Technology, technological domination and the great refusal: Marcuse’s critique of the advanced industrial society
    http://www.kritike.org/journal/issue_7/ocay_june2010.pdf

    Excuses voor het enthousiasme.

Leave a Reply